Een spoedcursus onzinnig Chinees

Kees ’t Hart en zijn zoon Jan schreven de satirische taalgids Onmisbaar Chinees.

Met vragen als ‘Moet ik Anton Geesink ook zoenen?’ en smoezen voor verliezers in het Chinees.

Wat je kunt zeggen tegen deze Tibetaanse artiesten: Tot ziens in Tibet (Zài Xizàng jiàn). Foto AFP Tibetan performers dressed in traditional costumes wait in front of an Olympic flag before the ceremony for the 2008 Beijing Olympic Games torch relay in front of the Potala Palace in front of the Potala Palace in Lhasa, Tibet, China on June 21, 2008. The Olympic torch relay ended in the Tibetan capital Lhasa, apparently without incident, after deadly riots against Chinese rule in the city just three months ago. AFP PHOTO/TEH Eng Koon AFP

Het is zeker geen gewoon Nederlands-Chinees taalgidsje dat net is verschenen. Want behalve frasen als ‘Hoe kom ik bij het Plein van de Hemelse Vrede?’, staan er ook zinnetjes in als:

Valt hier nog wat te neuken! (Zhèr zhentamade méyìsi)

Ik ben Foppe de Haan (Woshì zúqiú jiàoliàn Hán fangbo)

Tot ziens in Tibet (Zài Xizàng jiàn)

„Het is een satirisch boekje. Maar ook bruikbaar”, zegt Kees ’t Hart (1944) die het met zijn zoon Jan (1973) schreef. „Twee jaar geleden ben ik een cursus Chinees gaan doen”, vertelt Kees ’t Hart. „Ik heb Chinese conversatieles van een Chinese, Lingmei Ma, die taalles als hobby erbij doet. Ze is financieel expert en werkt bij een bedrijf dat ook zaken doet in China. Ik heb haar gevraagd ons boekje te vertalen.”

’t Hart, schrijver van bekroonde literaire romans zoals De revue, essay- en dichtbundels en een geschreven documentaire over een jaar lang optrekken met voetbalclub Heerenveen, heeft al eens eerder willen bijdragen aan de verbroedering die sport teweeg hoort te brengen, door in ieder geval de taaldrempel te slechten.

Hij publiceerde in 1986 in de aanloop naar de Elfstedentocht met een collega een klein boekje getiteld Fries voor Elfstedenrijders met als ondertitel ‘Heeft u hier ook schaatsers voorbij zien komen?’

Daarin teksten als:

Wilt u langzaam spreken? Ik kom uit Holland (Wolle jo stadich prate? Ik kom ut Hollân.)

Kijk uit, u staat op mijn schaats (Sjoch ut, jo steane op myn reed.)

Nee, deze muts heeft mijn moeder gebreid. (Nee, dizze mûtse hat ús mem breide).

In een mum van tijd beleefde het boekje, zo’n twintig pagina’s, herdruk op herdruk. Er werden zeker 40.000 exemplaren van verkocht. ’t Hart kreeg daarna verzoeken soortgelijke boekjes te maken met bijvoorbeeld Engels voor Wimbledonfans en Frans voor Tour de France-liefhebbers. Maar daar zag hij niets in. Te makkelijk. Niet absurd genoeg.

Maar dat is anders nu de sportverdwazing rond de Olympische Spelen in China aanzwelt. Jan ’t Hart: „We zaten samen te eten, en Kees begon met veel plezier allerlei smoezen te verzinnen die Olympische sporters zouden kunnen gebruiken als ze verloren hadden. En dat die in het Chinees vertaald konden worden. Het was leuk, maar ik vond dat hij het uit moest breiden, niet alleen smoezen. En toen zijn we samen aan de slag gegaan.”

Zo hebben ze samen een grote hoeveelheid zinnen voor olympische sporters, bobo’s en supporters verzonnen. Jan ’t Hart: „We zijn een weekeinde samen gaan zitten en hebben toen een keuze gemaakt. We hebben erg gelachen, en onder dwang van mijn vriendin en mijn moeder hebben Kees en ik de meest seksistische grappen eruit gehaald. Ze hadden gelijk.” Met die selectie is Kees ’t Hart naar zijn docente Chinees gegaan. „Daar heb ik ook nog discussie mee gehad. Ze vond het leuk hoor, maar ze wilde wel weten waarom ze bijvoorbeeld ‘Busje komt zo’ moest vertalen. En ze vond dat een zinnetje als ‘Mao die kan zakkies plakken hi–ha–ho’ niet kon. Dat hebben we toen maar niet gedaan. Maar er staan wel grappen over Mao in, hoor.”

Het boekje is mede een korte staalkaart van Nederlandse cultuur van hoog tot laag geworden, met vertalingen van zinnen als: ‘Daar zakt me de broek van af’, het Wilhelmus en dichtregels als ‘Domweg gelukkig in de Dapperstraat’. Het boekje is thematisch ingedeeld, met sport-Chinees, Chinees in de liefde (‘In Holland noemen we dat tongzoenen’), in het politiebureau (‘Veertien dagen dwangarbeid, het kon erger’), in het olympisch dorp en bij de Spelen (‘Moet ik Anton Geesink ook zoenen?’) – en met de smoezen voor verliezers. Uitgeverij Querido leek het leuk om het boekje aan te bieden aan het Nederlands Olympisch Comité, maar die reageerden negatief: het boekje mocht niet Olympisch Chinees gaan heten, zoals de bedoeling was, want zei men: de term Olympisch is beschermd. Of was het omdat het hoofdstukje Chinees voor bobo’s te kritisch was met termen als omkopen (Shoumai), vorkje prikken (Chidianr dongxi) en meisjes van lichte zeden (Jì nu)?

Jan en Kees ’t Hart: Onmisbaar Chinees voor sporters, supporters en bobo’s (Querido), € 6,95.