Een riskant liefdescontract

Zeven van de tien trouwlustigen kiezen voor gemeenschap van goederen.

Maar trouwen op huwelijkse voorwaarden is veel verstandiger.

Een riskant liefdescontract. Illustratie Michiel van de Pol Pol, Michiel van de

Hun huwelijksdag was geweldig. Net als de eerste twee jaar daarna. Maar na zijn ontslag ging het bergafwaarts. Hij dronk veel, kwam niet thuis, maakte veel ruzie, zakte weg in schulden. De eerste aanmaningen wekten nog irritatie, maar de eerste deurwaarder maakte haar nerveus. Totaal verbijsterd was ze over het loonbeslag op haar salaris om zíjn schulden te betalen. Kon dat eigenlijk zomaar?

Jazeker. Dit mag, als je, zoals zeven van de tien trouwende stellen, huwt in algehele gemeenschap van goederen. Daar hoef je weinig voor te doen; je trouwt gewoon zonder notarieel huwelijkscontract. Dat lijkt het toppunt van liefde, maar is riskant. Naast lief en leed deel je bij een huwelijk in gemeenschap van goederen ook al je bezittingen en schulden. Ben jij rijker dan je partner, dan kan je wederhelft er bij een echtscheiding zomaar met de helft van jouw vermogen vandoor gaan. Heeft je grote liefde schulden, zakelijk of privé, dan mogen schuldeisers ook bij jou aankloppen.

De problemen van gemeenschap van goederen beperken zich niet tot echtscheiding. Gaat de onderneming van je huwelijkspartner failliet, dan word jij, door de gemeenschap, meegesleurd in de schulden.

Ook erfenissen en schenkingen kunnen verkeerd terechtkomen. Die zijn automatisch ook eigendom van je huwelijkspartner, tenzij je ouders dat uitsluiten in hun testament of een schenkingsovereenkomst. „Met deze uitgebreide gemeenschap van goederen is Nederland bijna uniek in de wereld”, zegt Frans Sonneveldt, hoogleraar Notarieel en Fiscaal recht in Leiden en Utrecht. Dit voorjaar riep hij, samen met dertien andere professoren, de Tweede Kamer op het huwelijksvermogensrecht spoedig te wijzigen. „Nu moet je, om problemen te voorkomen, naar de notaris. Dat kost de burger moeite en geld.”

Gemeenschap van goederen heeft nog meer nadelen. Zo is het niet raadzaam voor stellen met een hypotheek. Zij kunnen dan niet regelen dat een partner een uitkering uit een overlijdensrisicopolis belastingvrij in handen krijgt. Dat lukt wel met huwelijkse voorwaarden of een samenlevingscontract. Als je daarna een overlijdensrisicoverzekering afsluit op elkaars leven, waarbij elke partner de premie van de ander betaalt, is de uitkering bij beiden vrij van successierecht.

Een samenlevingscontract is niet op alle fronten gelijkwaardig aan een huwelijkscontract. Bij een samenlevingscontract zijn de vermogens van de partners altijd totaal gescheiden. Bij huwelijkse voorwaarden kun je alles scheiden of een deel, net wat je wilt. Qua erfrecht is het huwelijk degelijker dan een samenlevingscontract, weet Sonneveldt. „Als je als samenwoner je partner wilt aanwijzen als erfgenaam moet je dat regelen in een testament. Bij een huwelijk hoeft dat niet per se. Een samenwoner heeft ook pas na een half jaar recht op dezelfde successierechtvrijstellingen als een echtgenoot op zijn huwelijksdag. Verder kun je met een huwelijkscontract beter inspelen op de aanstaande wijzigingen in het successierecht.”

Een enkele keer is gemeenschap van goederen de ideale oplossing voor een liefdespaar. Het kan goed gaan als je beiden niets bezit en er geen vermogen wordt opgebouwd. Soms kan overstappen van huwelijkse voorwaarden naar gemeenschap van goederen zelfs gunstig uitpakken. Neem een kinderloos echtpaar op leeftijd. Hij is rijk geworden, zij niet. Als ze hun huwelijkse voorwaarden omzetten naar gemeenschap van goederen kan de man de helft van zijn vermogen belastingvrij overhevelen naar zijn vrouw. Dat kan veel successierecht schelen. Sonneveldt: „Hetzelfde effect bereiken ze beter met een ‘finaal wederkerig verrekenbeding’ in hun huwelijkse voorwaarden. Dat is veiliger, want dan ontstaat de gemeenschap van goederen alleen bij overlijden. Bij echtscheiding heb je er geen last van.”