Een boze droom

Donderdag spreekt classica drs. Maithe Hulskamp van de Universiteit van Newcastle op het symposium over dromen in de antieke geneeskunde. Hippocrateszaal, Studiecentrum Medische Wetenschappen, UMC St. Radboud, Geert Groteplein 21, Nijmegen, 18.00-21.00 uur.

In de antieke medische wereld was droomuitleg een hulpmiddel om iemands gezondheid te beoordelen en een diagnose te stellen. Het eerste droomboek (een handreiking voor artsen om dromen te duiden en ernaar te handelen) stamt uit het Hippocratische Corpus, een verzameling medische traktaten uit de vijfde en vierde eeuw voor Christus. „Droomde je bijvoorbeeld van reptielen, monsters of misvormde lichamen, dan zag het er niet best voor je uit”, zegt Maithe Hulskamp. „Als je droomde dat de sterren uit hun baan zouden vliegen naar het oosten, was dat een goed voorteken en zou je gezond blijven. Maar vlogen ze naar het westen uit hun baan, dreigden ziekten. Als een gezond mens droomde dat hij ging zwemmen, was dat een slecht teken. Blijkbaar had hij te veel vocht – artsen konden hem dan uit voorzorg alvast extra oefeningen laten doen om het vocht eruit te zweten. Droomde iemand die al koortsig was van zwemmen, dan was dat juist een goed teken. Want door de afkoeling zou de koorts verdwijnen.”

Werd droomuitleg veel toegepast?

Hulskamp: „Dromen werden in de Oudheid zeer serieus genomen, omdat ze van de goden kwamen. Er waren veel professionele droomuitleggers, al waren daarbij ook veel charlatans die zomaar wat riepen. Maar voor een medicus was het moeilijk om dromen goed uit te leggen en onderscheid te maken tussen medische en profetische dromen. Sprekend voorbeeld is de man die droomde dat hij zijn been verloor. Waarschijnlijk zal een van uw slaven weglopen, zeiden de artsen. Maar de man verloor wel degelijk zijn been.”

Wat moest je doen na een boze droom?

„Het beste kon je behalve met een droomuitlegger ook met een arts gaan praten, die je kon vertellen hoe je na een bepaalde droom moest handelen om gezond te blijven. Bijvoorbeeld een stoombad nemen of met veel kleren aan gaan rennen om de slechtheid uit te zweten. Of een braakmiddel nemen om een overmaat aan gal uit je lichaam kwijt te raken. Vele adviezen draaiden om de balans tussen de lichaamselementen.

„In de Middeleeuwen was droomuitleg nog steeds populair. In de Canterbury Tales schrijft Chaucer over een man die droomt over een rode hanekam, wat wijst op een teveel aan rode gal. Sommige verloren gewaande Oudgriekse teksten duiken via de Arabische wereld weer op – daar zijn nog veel klassieken onvertaald. In de Arabische traditie hecht men tot op de dag van vandaag grote waarde aan dromen. Ook Freud heeft een deel van zijn droomuitleg aan de Oudheid ontleend. En je komt het ook bij New Age-groepen weer tegen.”

Heeft u zelf bizarre dromen?

„Niet van monsters of misvormingen, zoals in die oude handboeken. Maar ik heb wel eens sterke, heftige dromen. Soms maak ik me in mijn droom zo kwaad op iemand dat ik eenmaal wakker nog steeds ontzettend kwaad ben.”