Duur afscheidsmaal voor eenden bij IJburg

Amsterdam moet veel geld steken in een mosselbank voor eenden die snel weg zullen zijn. „Een beetje gek”, zegt de wethouder van GroenLinks.

Maarten van Poelgeest Foto Dijkstra AMSTERDAM Maarten van Poelgeest wethouder van de gemeente Amsterdam Dijkstra bv.

Eerst een korte les over de wateren bij Amsterdam. Elke winter verblijven in het Markermeer-IJmeer enkele tienduizenden kuifeenden, tafeleenden en nonnetjes – ook een eendensoort. De gemeente Amsterdam is verplicht om deze beschermde vogels in stand te houden – ook bij stadsuitbreidingen.

Op zichzelf kan de Amsterdamse wethouder Maarten van Poelgeest (ruimtelijke ordening) zich daarin goed vinden. Hij behoort tenslotte tot een echte milieupartij, GroenLinks. Maar, zegt Van Poelgeest: „Er gebeurt veel in naam van het milieu dat contraproductief is. De milieubeweging doet er goed aan in te zien dat sommige zaken een beetje gek zijn.”

Neem de eenden. Amsterdam is bezig met de aanleg van IJburg 2, een eiland in de buurt van de jonge wijk IJburg. Dit wooneiland zal een deel van de meerbodem bedekken en daarmee van de voedingsbodem van de driehoeksmossel. Deze mossel geldt als voedsel voor de eenden en daarom moet Amsterdam nu een speciale mosselbank aanleggen – om het bodemverlies te compenseren.

Dus stort Amsterdam steengruis in het meer, voor een bedrag van 25 miljoen euro. Want als je juridisch volledig zeker wilt zijn, zegt de wethouder, moet je mosselen ‘bijmaken’. Daarmee voldoet de stad aan de Natuurbeschermingswet, de Nederlandse uitwerking van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. „Maar voor het ecologisch systeem van het Markermeer-IJmeer is dit niet de beste investering”, vindt Van Poelgeest: „Integendeel.”

Om te beginnen, zo legt stadsbioloog Remco Daalder uit, is alleen de kuifeend echt afhankelijk van de mossel: „De tafeleend eet ook waterplanten. Het nonnetje eet alleen spiering.” Door de opwarming van de aarde blijft het nonnetje bovendien steeds meer hangen bij de Oostzee, die in de winter minder vaak bevroren is. „Dus Amsterdam moet hier een eendensoort in stand houden, maar heeft daarop eigenlijk geen invloed.”

De warme winter heeft ook de mosselstand in het meer uitgedund. Het slib dat normaal gesproken door de mossels op de bodem wordt gehouden, is daardoor gaan wervelen in het water. Dat maakt het voor de mossels weer moeilijk om zich te nestelen. „Nog drie of vier warme winters en de mosselen zijn helemaal weg”, zegt Van Poelgeest. En daarmee de milieu-investering van 25 miljoen.

Het Markermeer-IJmeer heeft namelijk een jong en daardoor instabiel ecologisch systeem, heet het in Amsterdam. Het meer is volgens bioloog Daalder „een soort badkuip”, met steile oevers. Het slib wordt daarop nauwelijks afgezet en gaat wervelen. „Vanuit de lucht gezien is het meer melkwit”, zegt Van Poelgeest: „Als we niets doen is de plas over tien jaar dood.”

Amsterdam wil daarom een steviger natuurgebied scheppen, met rietlanden, slibputten en eilandjes. Een moerasgebied dat lijkt op de Oostvaardersplassen in Flevoland, maar volgens Daalder „twee keer zo groot en bovendien buiten de dijken”. Een dynamisch natuurgebied van 50.000 hectaren, waar het slib kan blijven plakken op flauwe hellingen. Daalder droomt hardop van de Donaudelta in Roemenië: „Er zouden nieuwe vogels komen, zoals pelikanen.”

Maar de kuifeenden, tafeleenden en nonnetjes zouden wellicht verdwijnen. En dat mag niet volgens de milieuregels van de Europese Unie. Van Poelgeest wil niet de indruk wekken dat het allemaal de schuld van Brussel is: „Het probleem zit in onze vertaling van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn in Nederlandse normen.”

Want hoe gaat dat? De Europese Commissie wijst op advies van experts vogelbeschermingsgebieden aan. Komt in een bepaald gebied meer dan een procent van een vogelsoort voor, dan wordt dit een speciale beschermingszone. Zo overwinteren in het Markermeer-IJmeer jaarlijks 18.800 kuifeenden en 3.200 tafeleenden, respectievelijk vier procent en drie procent van de internationale populatie.

De overheden rond het meer moeten zorgen dat deze aantallen op peil blijven. Van Poelgeest wil af van deze verplichting: „Natuurlijk, we hebben ooit zelf deze normen bedacht, maar vervolgens worden we erop vastgepind voor de eeuwigheid.” De 25 miljoen euro voor de wel aangelegde mosselbank noemt Van Poelgeest „het verkeerde perspectief” voor het milieu: „Ik geef het geld liever uit aan andere zaken.”

Milieuregels verander je niet zomaar. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit leidt het versoepelen van de normen tot „voetbal met bewegende doelen. Wij moeten een ont-zet-tend goed verhaal hebben én een goed alternatief willen we de lijst van beschermde vogels wijzigen.”

De kunstmatige mosselbank toont volgens Van Poelgeest dat niet alleen de richtlijn maar ook de huidige rechtspraktijk de overheid te weinig ruimte biedt. De overdaad aan juridische procedures tegen bouwprojecten leidt ertoe dat de overheid elk risico uitsluit. „We zijn alleen op zoek naar juridische zekerheid. Dus ga je bestaande situaties kopiëren – hier zoveel mosselen weg, dan daar zoveel mosselen erbij. Dat kopiëren heeft niets te maken met bescherming van de natuur.”

Als het gesprek klaar is, lacht Van Poelgeest: „Ik ben benieuwd wat mijn partijgenoten ervan vinden”