De kookpot die Zimbabwe heet

De toestand in Zimbabwe is bijna onleefbaar. Maar de bevolking weet zich steeds aan te passen, ondanks de honger en de repressie. Hierover blijft GovertJan de Jong zich verbazen.

Tekening Wolfgang Ammer Ammer, Wolfgang

‘Hoe kun je daar nu nog léven?` ‘Heb je wel genoeg te eten?’ ‘Kom toch terug naar Nederland!’ ‘Is het voor jou wel veilig daar?’ ‘Hoe kan een pilsje nou 1 miljard Zimbabwe dollar kosten?’ ‘Jongen, je leeft in een nachtmerrie, word toch eens wakker!’

Al die vragen en raadgevingen dansen in mijn hoofd als ik afgelopen zondag, na een korte vakantie in Nederland, terugkeer op het vliegveld Harare in Zimbabwe.

Ik zie altijd wel lichtpuntjes: het is hier niet zo erg als in Darfur of in Bagdad. Hitler, Stalin en Mobutu waren veel grotere boeven dan Mugabe.

Ons bedrijf loopt goed. We hebben het druk. Druk met klanten, die aan de lopende band vliegtickets boeken, ze betalen in buitenlandse deviezen. Internetboekingen zijn niet populair hier, omdat de internetverbindingen niet snel genoeg zijn.

We zorgen ervoor dat er tijdig brandstof wordt besteld, want je kunt niet zomaar even gaan tanken bij het tankstation. De generator moet werken, want gemiddeld zit je één dag per week zonder elektriciteit. Als je water hebt, vul je je zwembad. Want soms heb je twee weken, of zelfs langer, geen stromend water.

Het personeel heeft geld nodig om met het openbaar vervoer naar het werk te komen. Een hele klus. Twee weken geleden kostte een ritje met een minibusje 500 miljoen, vandaag is het vier keer zoveel. Het abnormale wordt routine. Alles went.

Een vergelijking die de ronde doet, is deze: Zimbabweanen zijn net kikkers die in een grote kookpot op een zacht vuurtje staan. Ze worden langzaam maar zeker gekookt, maar ze springen er niet uit, alles went tot de dood erop volgt. Zou je een kikker in het kokende water gooien dan spring hij er uit en overleeft.

Het is een trieste constatering, die goed typeert wat er aan de hand is: Zimbabweanen voelen sterk dat ze hun toekomst niet in eigen hand hebben. Immers, hun eigen president zei vorige week nog dat hij ooit door God geroepen is om het land te leiden en dat hij alleen door God afgezet kan worden en niemand anders.

Het verdriet van Zimbabwe, de teloorgang, is op vele manieren in getallen en grafieken beschreven. Uiteindelijk zijn het de mensen die het gelag betalen.

Als je verkeerd stemt, loop je het gevaar in elkaar geslagen te worden, of nog erger. En daarbij komt dan die dagelijkse strijd om rond te kunnen komen.

Wat helaas maar zelden in de krant komt, is het werk van honderden mensen in Zimbabwe die zich soms met gevaar voor eigen leven inzetten voor mensenrechten, die strijden tegen armoede en onrecht. Die dag en nacht in de weer zijn met de vele weeskinderen. Maar ook mensen die grandioze muziekfestivals organiseren, mensen die actief zijn in vakbonden, in de wereld van sport en bedrijfsleven. Er zijn geweldige schrijvers hier, en artiesten, en komieken.

Ik geloof dat dit het ergste verdriet van dit land is. Zoveel menselijk potentieel, en zoveel tenietgedaan in de afgelopen jaren. En momenteel zo weinig uitzicht op werkbare oplossingen.

Wat zijn er toch goede mensen hier. Vriendelijk, altijd een grap, altijd hulpvaardig, nooit luidruchtig of grof en agressief. Ondanks hun honger, hun dagelijkse strijd tegen misère, hun broosheid. Het is de aard van de Zimbabweanen; repressie van de overheid verandert die volksaard niet zo snel. Dat is universeel. Spraken onze ouders niet altijd over de saamhorigheid en de humor tijdens de Tweede Wereldoorlog?

De boeken van Márquez zijn doordrenkt met dezelfde waarheid: de vuilheid van de burgeroorlog, de eeuwige stank van de steden en de armoede zijn niet in staat een volk eronder te krijgen.

De Nederlander GovertJan de Jong woont en werkt in Zimbabwe.