Amerikanen leven al jaren op de pof

De kredietcrisis maakt de verschuivende machts-verhoudingen zichtbaar. Dat biedt nieuwe kansen voor de Nederlandse pensioenbelegger, zegt Jaap van Dam.

De VS waren de afgelopen jaren de groeimotor van de wereld. Maar in de opkomende markten zijn enorme ontwikkelingen gaande die de wereldwijde economische structuur blijvend veranderen.

De afgelopen twee decennia hebben zich drie revoluties voorgedaan die de wereldeconomie structureel veranderen.

Ten eerste, wereldwijd hebben landen, waar meer dan drie miljard mensen wonen, afscheid genomen van het socialisme en communisme.

Ten tweede implementeerden deze landen en hun ondernemingen succesvol de managementtechnieken die ontwikkeld zijn aan de business schools in de VS.

Ten derde werden deze landen en hun ondernemingen snel lid van de wereldeconomie door de opkomst van internet en moderne communicatietechnologie. Dit resulteert, om met Thomas Friedman te spreken, in een „flat world”.

De vier belangrijkste opkomende economieën zijn Brazilië, Rusland, India en China. Het gaat te ver om te zeggen dat dit vier goed gemanagede economieën zijn: ze kampen allemaal met hun eigen specifieke problemen. Wel hebben ze sterk groeiende exporten, sparen ze een aanzienlijk deel van hun nationaal inkomen, houden ze hun overheidsfinanciën redelijk op orde en hebben ze geen extreme schulden aan het buitenland. Calvinistische deugden.

Het resultaat is indrukwekkend: inmiddels twee decennia met gemiddeld 10 procent jaarlijkse economische groei in China, en één decennium gemiddeld 10 procent jaarlijkse groei in India. Bij 10 procent groei per jaar verdubbelt het nationaal inkomen elke zeven jaar. Inmiddels bedraagt het aandeel van de opkomende markten de wereldeconomie circa 25 procent.

Het typische groeitempo in de ontwikkelde wereld steekt mager af bij dat van China en India: gemiddeld zo’n 2 procent per jaar in Europa, gemiddeld 3 procent in de VS.

De kredietcrisis maakt pijnlijk duidelijk wat we allemaal natuurlijk al wisten. Het economisch management in de VS is niet meer zo calvinistisch als de founding fathers zich hadden voorgesteld. Zeker sinds de eeuwwisseling leven de VS op de pof: dat geldt voor zowel de consument als voor de overheid.

In dit perspectief doet Europa het zo slecht nog niet. Duitsland is weer een concurrerend land geworden, er is een steeds beter functionerende interne Europese markt met nu bijna 500 miljoen consumenten en we hebben afscheid genomen van de grote overheidstekorten. De arbeidsmarkt in Europa is gezonder dan sinds de Duitse eenwording ooit het geval is geweest.

Om kort te gaan: de kredietcrisis maakt – voor de VS pijnlijk - zichtbaar welke structuurwijzigingen zich onder de oppervlakte voordoen. Het aandeel van de opkomende economieën in de wereldeconomie is sterk gestegen, Europa is steviger geworden en de VS zijn aanzienlijk verzwakt sinds de eeuwwisseling.

Dankzij deze ontwikkeling is de wereldeconomie breder gespreid en daarmee robuuster dan vroeger. Dit voorkomt dat grotere delen van de wereldeconomie worden meegezogen in de richting van een recessie, en geven de VS de kans om zich door de op volle toeren draaiende export op termijn te herstellen.

Ook de spaarzaamheid van de opkomende economieën komt de Westerse wereld goed uit: de soms gevreesde Sovereign Wealth Funds, de nationale spaarpotten van de opkomende economieën, komen goed van pas om verzwakte Westerse financiële instellingen te versterken. De wereldwijde integratie van financiële markten komt hiermee in een nieuwe fase: voor het eerst in de kapitalistische geschiedenis is het Westen afhankelijk van financiering uit niet-Westerse landen.

Deze nieuwe partijen zullen hun stempel willen drukken op de spelregels die in het wereldwijde kapitalisme gelden. Wie betaalt, bepaalt. Het machtsevenwicht zal verder verschuiven richting de opkomende economieën. Het zal niet eenvoudig zijn voor Westerse economieën en politici om dit feit onder ogen te zien.

Wat moet een Nederlandse pensioenbelegger doen met de bovengeschetste ontwikkelingen? We moeten onze aandacht verschuiven en beleggen in de wereld waar inkomen en groei daadwerkelijk tot stand komen. Daarmee werken we verder aan betere spreiding en boren we nieuwe rendementsbronnen aan. Alleen door nauw betrokken te zijn kunnen wij ons verplaatsen in het denken van deze toekomstige grootmachten. We beleggen dan ook steeds meer direct in de economieën van opkomende markten. Dat gaat niet zonder slag of stoot, maar brengt enorme uitdagingen met zich mee, zoals politieke risico’s, corruptie, rechtsonzekerheid, mensenrechten, milieuproblemen.

In de Nederlandse traditie van innovatie zijn we dit soort uitdagingen nooit uit de weg gegaan: als we niet bereid zijn moeilijke issues het hoofd te bieden, zullen we de bijbehorende rendementen ook nooit oogsten.

Jaap van Dam, hoofd Strategie PGGM Investments

Meer bijdragen van economen en discussie over de kredietcrisis op nrc.nl/bankencrisis.