55-plusser met werk wint terrein

Het aantal ouderen dat na zijn 55ste blijft werken neemt gestaag toe. Als de stijging zich in het huidige tempo voortzet, zal in 2010 minstens de helft van de 55- tot 65-jarigen betaalde arbeid verrichten.

Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vandaag in Grijswaarden. Monitor ouderenbeleid 2008. De notitie is vanochtend overhandigd aan staatssecretaris Bussemaker (VWS, PvdA), coördinator ouderenbeleid in het kabinet.

Het SCP stelt vast dat het aantal werkende 55- tot 65-jarigen van 43,3 procent in 2003 is toegenomen tot 46,7 procent in 2006. Houdt de toename met ruim een procentpunt op jaarbasis aan, dan verricht in 2010 meer dan de helft van deze groep betaald werk.

Het kabinet formuleerde in 2005 voor deze categorie een arbeidsparticipatie van 50 procent als doelstelling. Minister Donner (Sociale Zaken, CDA) maakt zich, met het oog op de vergrijzing en een krappere arbeidsmarkt, sterk voor meer en langer werkende ouderen. De commissie-Bakker adviseerde onlangs de pensioen- en AOW-leeftijd te verhogen van 65 naar 67 jaar.

Het SCP hanteert als norm voor betaald werk een minimum van een uur per week. Het SCP wijst erop dat de arbeidsparticipatie sterk samenhangt met de conjunctuur.

Als opmerkelijke bevinding in Grijswaarden noemt SCP-onderzoeker Cretien van Campen de daling van het aandeel vrijwilligers onder de 65-plussers. „Juist omdat ouderen van nu fitter zijn, verwacht je anders.” De stijging sinds midden jaren negentig hield op in 2002. Het streven van het kabinet om het aandeel ouderen dat onbetaald werk doet voor een instelling of vereniging constant te houden, is niet gehaald. De afname was vooral zichtbaar onder ouderen die geen lid zijn van een kerk. Overigens is mantelzorg niet meegeteld als vrijwilligerswerk.