Zou het in 2010 zonder commentaar mogen?

Hè, wat een opluchting. Niet omdat ik niet voortdurend trots zou zijn geweest op Nederland, of omdat er iets zou hebben ontbroken aan m’n Oranjegevoel. Er maakte zich zelfs nog een zekere ontroering van me meester toen ik tijdens het Wilhelmus Willem-Alexander en Máxima in Bazel op bijna net zulke mooie tribunestoeltjes zag zitten als Cruijff en Danny, terwijl ze de camera hoopvol tegemoet zongen. Heel kies van de Zwitserse televisie dat ze na afloop niet nog eens zo’n shot hebben gemaakt. En voor de jongens op het veld heb ik tot ver in de verlenging gebeden dat de Russen eindelijk even iets minder goed mochten worden; ik kon moeilijk van God verlangen dat hij Heitinga of Nistelrooy ineens beter maakte

‘Daar komt Van Persie’, riep commentator Jeroen Grueter na de rust, toen Van Basten de redder het veld in stuurde. ‘Robin, het multitalent!’

Het zou alsnog 10-0 voor Nederland worden.

En dat is wat me bovenal opluchtte: dat we nu weer voor een paar jaar zijn verlost van het hysterische sportverslaggeversproza dat zich ontwikkelt zodra ons voetbal een kans lijkt te maken.

Het beschilderde Hollandse publiek dat zaterdag op het nippertje bij honderdduizenden tegelijk nog naar Zwitserland was gereden om van z’n vaderlandsliefde te getuigen, vond ik nog iets deerniswekkends hebben – net NSB’ers die op Dolle Dinsdag hun lidmaatschapskaart verscheurden, en gauw nog wat verzetswerk probeerden te zoeken. Maar Jeroen Grueter en de zijnen – mijn hemel, waarom doen ze ons dat aan bij de publieke omroep?

Misschien is het multitalent Grueter overigens niet eens de ergste van een gezelschap dat we zonder een handdruk van miljoenen waarschijnlijk nooit zullen kwijtraken. Jeroen heeft tijdens z’n verslag ook maar drie keer ranzig uitgeweid over het dode dochtertje van Khalid Boulahrouz.

Maar wat denkt u van Jack van Gelder? Opperkletsmeier, die elke avond in een door Anton Pieck ontworpen alpendecor (je moet het van de museummaffia weer mooi vinden) de ene degoutante gast na de andere ontving. Ik heb Andries Knevel, René Froger, Ivo Niehe en Ron Brandsteder al in de belachelijkste nationale jurken zien aanschuiven, en Youp van ’t Hek ontbrak evenmin als Freek de Jonge, terwijl die laatste twee zich toch dolgraag willen laten kennen als intelligente cabaretiers. Blijkbaar geen haar op hun hoofd dat waarschuwde: er zijn grenzen, Youp, er zijn grenzen, Freek. Niks ervan. Vanavond met Jack in de Alpen!

Vóór het zaterdag begon zei Jack nog tegen Van Basten: ‘Je beseft je toch wel dat heel Nederland op Wenen rekent?’

Van Basten besefte het zich, maar was zich er niet helemaal gerust op, en Jack praatte zich ten slotte na met een analist. Ik ben vergeten wie het was. In Duitsland (82 miljoen inwoners) hebben ze er één: Günther Netzer, een nette ex-voetballer, die voorzover ik kan nagaan zijn moedertaal nooit geweld aandoet. Wij (16 miljoen inwoners) hebben er minstens twintig, van wie de ene nog erbarmelijker Nederlands spreekt dan de ander.

Zijn ze nu teruggeroepen naar Hilversum? Want ik zou niet weten wat ze verder nog in Zwitserland of Oostenrijk te zoeken hebben. De bewoners van honderden Nederlandse dorpen hebben zaterdagavond toch ook meteen alle oranje doeken van hun gevel gehaald, elke pui weer teruggeverfd in de oorspronkelijke kleur, het rood-wit-blauw van hun gezicht geschrobd, en de feesthoedjes opgeborgen tot 2010.

Voor het WK zie ik dan één oplossing. Op grond van een vonnis van de journalistieke tuchtrechter worden alle Studio Sport-verslaggevers (inclusief de twintig analisten) net zolang geschorst tot ze de regels van het journalistieke métier onder de knie hebben. Zo niet, dan onherroepelijk een spreekverbod.

Hè, wat een opluchting.

Jan Blokker