Wat houdt Ja in als je geen Nee kunt zeggen?

Fanny & Alma gaan elke week van die dingen doen die voor iedereen herkenbaar zijn of juist niet.

Vandaag: op zoek gaan naar jezelf met heel veel anderen.

Wat houdt Ja in als je geen Nee kunt zeggen. Illustratie Het Harde Potlood Het Harde Potlood

„Ga maar gewoon je intuïtie achterna. Als je die volgt dan kom je altijd waar je moet zijn.” Dat advies gaf Henkjan de Blaauw, de organisator van het Eigentijdsfestival, een festival voor liefhebbers van kunst, spiritualiteit en natuur dat elk jaar op de Veluwe wordt georganiseerd. We hebben op weg ernaartoe het dikke programmaboekje doorgebladerd met workshops uiteenlopend van Ontdek je innerlijke kind tot Moeiteloos loslaten met shamballa tot Staan voor wie je bent. De organisator gaf ons een voorbeeld van je intuïtie achternagaan. „Gisteren had ik een toilet voor de kinderen nodig. Ik heb overal lopen zoeken. Niemand had er een over. Totdat ik een vrouw vond die me wees op een prachtig exemplaar achter haar caravan. Zonder die zoektocht had ik de wc nooit gevonden.” „Logisch”, stamelt Alma. Maar wat heeft dat met intuïtie te maken, denkt ze stiekem.

We lopen in de richting van het festivalterrein, langs het pad zijn spreuken opgehangen, zoals: Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. Ik zie jou. Fanny kijkt Alma met grote ogen aan. Van jezelf houden is het begin van een levenslange romance. „Moet je hier niet eigenlijk meters lang okselhaar voor hebben?” fluistert Fanny tegen Alma. Hardop in zichzelf praten, doen veel mensen. Het ontspant en je hebt altijd gelijk. We lopen over een groot grasveld waar overal tenten zijn opgezet. Aan een klein meertje staan tientallen naakte mensen, ze steken hun armen tegelijk hoog in de lucht en dansen om een vuur. Ze zijn bezig met een wedergeboorte, vertelt een man ons die ook staat te kijken. Tieten en piemels zwieren mee. Dan ziet Fanny ineens de leukste jongen van haar studie tussen de menigte staan. „Blijkbaar is het niet alleen maar voor mensen met meterslang okselhaar”, constateert Alma. Uit een tipi komt een vrouw in kleurige gewaden gekropen. Ze knikt vriendelijk naar ons. Op de grond zijn een paar gezette vrouwen hout aan het hakken. Een oudere dame met Carry Slee-kapsel stopt en vraagt guitig: „Wat zijn jullie aan het doen?” Een tel later zit de dame ook op de grond.

„Waarom vind ik het eng als mensen de wens hebben zichzelf te zoeken?” vraagt Alma aan Fanny. „Misschien ben je zelf bang om iets los te laten.” Alma is even stil. „Dat is inderdaad het probleem, dat wil ik niet. Ik geloof in verdringing. Grote angsten tot een prop stampen en ver weg in je hersenpan flikkeren. Nooit meer aan denken. Het werkt, serieus.” Fanny is niet overtuigd. We lopen naar de de communicatietent waar over vijf minuten de les Communiceren vanuit het hart begint.

Volgens de folder leren we hier onbevangen en met diepgang naar je partner kijken en luisteren. „Welkom”, zegt een kleine vrouw die ons diep in de ogen kijkt. Op de muur zijn papieren vastgeplakt waarop groot geschreven staat: JEZELF ZIJN. Na een introductie moeten we beginnen iedereen een minuut lang aan te kijken. Alma is altijd de slechtste in het spelletje staren geweest, maar nu vertrekt ze geen spier. Ze vindt zelfs het trillende ooglid van de man tegenover haar niet eens een reden om in een schaterlach uit te barsten. Na minutenlang iedereen te hebben aangekeken, moeten we gaan zitten. Om de beurt moet elke aanwezige een minuut lang staan en contact maken met het publiek. Eerst een applaus, dan stilte voor een minuut en kijken, dan weer applaus en dan een waardering in één woord van al het publiek, en dan weer applaus. Lief, authenticiteit, puur, moed is de reactie op Fanny. Een man blijft de hele tijd het woord authenticiteit herhalen terwijl hij haar betekenisvol aankijkt. Ondertussen knikt hij hevig. In de volgende ronde moeten we in twee minuten de zin ‘ik sta in contact met, als…’ afmaken. In contact met wat, vraagt Alma zich af.

Als we uit de tent zijn, voelen we ons een stuk rustiger. We zien in een andere tent een vrouw met lang blond haar in een paarse gebatikte broek over haar eigen lichaam wrijven. Vooral de borsten krijgen er goed van langs. Biodanza, leest Fanny op de tentwand: „Bij biodanza geef je expressie aan de emotie die muziek bij je losmaakt. Het gaat om geluk voelen, en heeft niks te maken met mooi dansen. Het helpt je om veranderingen in het leven in gang te zetten. Het gaat erom meer te genieten van het leven, dat je anders communiceert en een positieve levensenergie krijgt.” De tent staat vol met veertigers die met een gelukzalige uitdrukking op het gezicht de armen in de lucht gooien. „Misschien moeten we dat ook doen”, zegt Fanny. Binnen een kwartier laten we ons mee voeren door de klanken.

Verlicht en ontspannen lopen we over het terrein, we eten biologische patat en genieten van een vers bramensapje. Dan zien we een tentje waar we een aurafoto kunnen laten maken. „Dat wil ik”, zegt Fanny. Even later zitten we om de beurt op de stoel waar het in gaat gebeuren. Er zijn twee plekken waar we onze handen op moeten leggen. Een groot apparaat legt onze aura vast. Na vijf minuten krijgen we de foto te zien. Het is een polaroid, ons gezicht is nauwelijks zichtbaar, maar wordt omgeven door een grote paarsblauwe wolk.

„Tweelingzussen?” vraagt de man die ons een consult gaat geven. We schudden van nee. „Zussen?” Opnieuw schudden we ons hoofd. „Jullie aura is exact hetzelfde”, meldt de man. „Kan het niet zijn dat Alma haar aura nog is blijven hangen, toen ik al op de stoel zat?” vraagt Fanny. De man begint hard te lachen: „Wat denk jezelf?” Fanny bloost. „Soort zoekt soort”, zegt hij „dat blijkt maar weer. Ik ga jullie op je donder geven. Weet je waar deze violet-wit-paarsblauwe kleuren op lijken?” We schudden van nee. „Een Mariaverschijning. Jullie moeten beter voor jezelf zorgen. Deze lijn zegt dat jullie oververmoeid zijn. Niet iets van de korte maar van de lange termijn, en als je dan naar de zijkanten van de foto kijkt begrijp je waarom. Jullie geven te veel en nemen te weinig. Dus schrijf dit maar op in grote letters: NEE LEREN ZEGGEN. „Nee”, grapt Fanny. De man kijkt haar eng serieus aan. Fanny weet niet hoe snel ze het alsnog in koeienletters in haar boekje moet noteren.

Al hebben we nog nooit zoveel sokken in sandalen gezien als vandaag, het was een heel fijne dag. Eigenlijk zouden we best nog even willen blijven, maar we hebben een paar dagen geleden al toegezegd naar een verjaardag te komen. Op gevoel zoeken we de uitgang van het terrein. Het blijkt een doodlopend pad te zijn. Wat houdt ja in als je geen nee kunt zeggen, is er aan de laatste boom van het pad bevestigd. „Misschien bedoelde Henkjan dit met dat je altijd komt waar je moet zijn als je je intuïtie volgt”, oppert Fanny. Alma beaamt het. „Te confronterend.”

We begeven ons naar de verjaardag. In de trein terug denken we aan het grote bord met JEZELF ZIJN. We besluiten dat geen nee kunnen zeggen heus niet zo heel erg is: we zijn in ieder geval onszelf.