Want ik weet dus ineens heel veel van voetbal

Dat is het handige van op bepaalde momenten geen enkele ruggegraat hebben; dat je wekenlang loopt te roepen dat je niets met het EK hebt, om dan bij de kwartfinale ineens toch zenuwachtig en met allerhande adrenalinestoten naar die wedstrijd te kijken. De ‘je’ is in dit geval ‘ik’; ik gebruik gewoon de persoonsvorm die voetballers ook altijd over zichzelf bezigen.

Want ik weet dus ineens heel veel van voetbal. Althans; duizend keer zoveel als ik ooit geweten heb. Na de wedstrijd van zaterdag lag ik laat in bed, en ik probeerde in slaap te komen. Ik deed mijn best om zoveel mogelijk namen van spelers van het Nederlandse team te bedenken – die geestesinspanning, dacht ik, zou me snel in slaap brengen. Maar ik wist er binnen een halve minuut zo elf op te noemen. Elf! Inclusief iemand die op de bank zat! Vroeger was ik niet verder gekomen dan ‘Marco van Basten en Ruud Gullit’. Dan heel lang niets, en dan ‘Messi’. Omdat ik die toevallig een keer op tv gezien had.

Ik ging tijdens de wedstrijd zelfs commentatorachtige metaforen bedenken. De Russen, in hun witte pakjes en met hun bleke hoofdjes, waren witte haaien. En de Nederlanders waren goudvisjes. Ik vond dit zelf een enorme vondst. En hij bleek aan het eind ook nog te kloppen.

Maar ik waande me niet zo lang een intrinsiek onderdeel van het Oranjelegioen. Dat gevoel verdween eigenlijk steeds als het Oranjelegioen even in beeld kwam. Een meute volstrekte idioten, die het leuk vonden om naar een plein in Bazel te rijden, daar urenlang bier over zichzelf en anderen heen te gooien, slecht gecomponeerde strijdliederen tegen Russen te zingen, op een scherm de wedstrijd amper te zien, en vervolgens te overnachten in een parkeergarage.

Ja, een parkeergarage. Vertelde Margriet Brandsma van de NOS monter. ‘In Bazel zijn niet genoeg hotels, dus veel mensen overnachten in parkeergarages.’

Op dat moment voelde ik toch een afstand. Later, in bed, nadat ik de elf spelers had opgenoemd in mijn hoofd, dacht ik aan die Oranjefans, die de wedstrijd maar half hadden gezien maar wel de treurige eindstand volledig tot zich hadden genomen, die struikelend over elkaar en over hun eigen leuke oranje staarten hun weg zochten naar de dichtstbijzijnde Bazelse parkeergarage, waar ze in hun brulshirts in een onrustige slaap zakten.

Op die gedachte sliep ik heel lekker in.

Aaf Brandt Corstius