Verbroedering

moskou_feest_rodeplein_ap.jpgNa de welverdiende voetbaloverwinning van Rusland op Nederland, ging ik de straat op om me in het feestgedruis te storten. En wat was dat een goed besluit, want ik heb zelden iets zo indrukwekkends meegemaakt. De wedstrijd eindigde om 01.45 uur ‘s nachts, Moskouse tijd. Vervolgens duurde het nog zeker een half uur voordat mensen naar buiten kwamen om in het stadscentrum collectief de zege te vieren. Fascinerend was het om vanaf mijn balkon te horen hoe aan de overkant van de rivier in de wijk Zamoskvoretsje geleidelijk aan het gejuich aanzwol. Alsof het onmogelijke was gebeurd en iedereen nog even uit een droom moest ontwaken.

Al toen ik de brug over de Moskou-rivier overreed stonden midden op de snelweg halfontblote mannen met Russische vlaggen te zwaaien. En naarmate ik verder over de ring kwam, werden het er meer en meer.

Ik ontwaarde een massale vrolijkheid die ik totnogtoe zelden in Rusland heb gezien. En meer nog: eindelijk was die vreugde eens niet door het Kremlin geregisseerd, maar spontaan opgekomen.

moskou_feest_reuters.jpgEenmaal op de Nieuwe Arbat zette ik mijn tocht te voet voort. Regelmatig werd ik door wildvreemde voetgangers gefeliciteerd, omhelsd en gekust. Wanneer ik vervolgens vertelde dat ik uit Nederland kwam, kreeg ik complimenten voor het ‘sterke’ spel van Oranje.

Zodra ik mijn lof uitsprak over het mooie en vooral vrolijke spel van het Russische elftal, werd ik nog hartelijker gefeliciteerd, maar dan met Guus Hiddink. Want volgens vrijwel alle Russen met wie ik die nacht sprak was het zonder Goes niet mogelijk geweest te winnen. ,,Hij heeft ons zelfvertrouwen gegeven”, was een veelgehoorde uitspraak, net als ,,wat zijn we trots.”

,,Bent u nu niet boos op ons”, vroeg de Russische Joeri me over Oranjes nederlaag. ,,Welnee,” antwoordde ik. ,,Het is toch geen oorlog, maar een spelletje.” Joeri kreeg tranen in zijn ogen en omhelsde me. ,,Dank u wel voor die fijne woorden”, zei hij. Niet eerder heb ik zo duidelijk beseft hoe sport mensen kan verbroederen.

moskou_feest_rodeplein_ap_.jpgHonderdduizenden Moskovieten liepen en reden die nacht door het stadscentrum. ,,Rusland, vooruit” roepend. Zwaaiend met vlaggen. Zingend. Dansend op de daken van rijdende auto’s. Elkaar zoenend.

Arm en rijk verbroederden. Het was allemaal erg ontroerend om te zien. Een jonge Russische advocate die in Londen woonde en werkte en net zoals ik tot voor die zaterdagavond niet veel met voetbal ophad, formuleerde het misschien nog wel het mooist. Ze was weggegaan uit Rusland omdat ze het autoritaire politieke systeem haatte, maar nu zag ze opeens dat er ook een ander Rusland bestond. ,,Een gelukkig Rusland”, zoals ze het noemde.

Veel van de Russen die ik aansprak zeiden met de overwinning op Nederland al genoegen te nemen. ,,Dit is al zoveel waard voor ons”, zeiden ze. ,,Wie had gedacht dat we van zo’n sterk elftal zouden winnen.” Sportiever kan het welhaast niet.

In Moskou was de politie voor het eerst aardig. Veel agenten namen actief deel aan de feestvreugde. Het was zelfs mogelijk een normaal gesprek met ze te voeren. Verkeersovertreders hadden dan ook vrij spel. De maximumsneldheid was voor de verandering opgeheven, zodat Ferrari- en Maseratibezitters eindelijk eens van hun bolides konden genieten en plankgas konden geven.

In de Tverstraat was het feest nog omvangrijker. Ik liep van het Poesjkinplein naar het Kremlin. Daar zag ik hoe leden van de pro-Kremlinbeweging Nasji bloemen legden bij het graf van de Onbekende Soldaat. Tenslotte was het de nacht waarop in 1941 de Duitse legers de Sovjet-Unie binnenvielen. Het liet maar weer eens zien hoe in Rusland totaal verschillende werelden naast elkaar bestaan. Werelden die zich niets van elkaar aantrekken.

Het Rode Plein was afgesloten voor de feestvierders. Leden van de oproerpolitie hielden er angstvallig de wacht en lieten niemand toe. Het Kremlin baadde dan ook als vanouds in de schijnwerpers, verlaten, dreigend en indrukwekkend. Een bastion van de macht, waarin in deze nacht evenwel niemand geïnteresseerd was.

Met een groepje jonge Russen liep ik naar huis. Er was geen taxi meer te krijgen. Toen ik om half vijf ‘s ochtends de voordeur opendeed floepte de straatverlichting uit. Een jonge blauwe lucht trok over Moskou. Maar de feestvierders gingen onvervroren door. En nog urenlang hoorde ik in de verte het gejuich van een gelukkig volk.