Spanjaarden op weg hun zwarte verleden te vergeten

Spanje0Italië0

Ruststand 0-0. Spanje wint na strafschoppen: Villa 1-0, Grosso 1-1, Cazorla 2-1, De Rossi mist, Senna 3-1, Camoranesi 3-2, Güiza mist, Di Natale mist, Fabregas 4-2. Scheidsrechter: Fandel (Dui). Toeschouwers: 51.000.

Spanje voor de tweede maal in de geschiedenis Europees kampioen? Het kan zo maar. Twee weken geleden maakte de Spaanse ploeg in de eerste wedstrijd al diepe indruk. Rusland, nog zonder de geschorste Andrej Arsjavin, werd met schitterend voetbal onder de voet gelopen. Vooral de aanval met de kleine David Villa, die driemaal scoorde, en Fernando Torres zorgde voor een mooi schouwspel.

Maar de wereld ziet er nu heel anders uit. De Russen hebben zich vooral dankzij Arsjavin opgericht na de 4-1 nederlaag in Innsbruck. Donderdag wacht in Wenen in de halve finale de tweede confrontatie tussen Spanje en Rusland. Twee ploegen die nu op hetzelfde hoge niveau spelen.

Niet dat Spanje in de kwartfinale tegen Italië weer zo geweldig speelde. Maar de overwinning (na strafschoppen) kwam de jonge Spanjaarden zeker toe. Zij wilden in tegenstelling tot de Italianen wél winnen. Al was het maar om af te rekenen met het zwarte verleden van het Spaanse voetbal. Sinds het EK in 1960 zijn eerste editie beleefde, werd Spanje maar één keer kampioen (in 1964 in eigen land) en één keer tweede (in 1984). Weinig voor een grootmacht.

Spanje heeft immers een van de sterkste competities van Europa. Met altijd machtige clubs, altijd prachtige voetballers en altijd gerenommeerde trainers. Maar te weinig heeft dat geleid tot titels voor de nationale ploeg. Doorgaans was de mengeling van Catalanen, Madrilenen en Basken fnuikend. De verschillen in afkomst leidden tot verwarring van spraak en opvatting.

Ook Italië was zelden gelukkig op een EK. Alleen in 1968 werden de azzurri kampioen. Daar staat tegenover dat ze viermaal wereldkampioen werden. Twee jaar geleden nog waren ze wereldkampioen, door in de finale via strafschoppen Frankrijk te verslaan.

Dit keer verloren de Italianen wél de strafschoppenserie. Daniele De Rossi en Antonio Di Natale zagen hun inzet gestopt door de Spaanse doelman Iker Casillas. De manier waarop de meeste Italianen (behalve Mauro Camoranesi) hun penalty namen, was tekenend voor hun gemoed. Het was te zien dat zij dit keer niet in een triomf geloofden. Zonder de agressieve Gennaro Gattuso en regisseur Andrea Pirlo (beiden geschorst) was het behelpen voor de ploeg van bondscoach Roberto Donadoni. Wat moesten de Italianen anders dan verdedigen en dan maar hopen dat de eenzame spits Luca Toni eindelijk geluk zou hebben? Het was valse hoop. Toni was wel gevaarlijk. Maar scoren voor de nationale ploeg is er al maanden niet meer bij.

Waar was het gedreven spel van de Italianen onder Donadoni’s voorganger Marcello Lippi? Dit team maakte een vermoeide en verzadigde indruk. De roep om een verjongde Squadra en een nieuwe commissario technico is al begonnen. Dat zal nog weken aanhouden. Donadoni wil niet vertrekken. „Alleen omdat we een strafschop minder hebben benut?”

Het Spaanse team bulkt van jong talent. David Villa, David Silva, Fernando Torres, Andres Iniesta en Cesc Fabregas. Maar speel tegen Italianen en al het aanwezige talent wordt in de kiem gesmoord. In de eerste helft leek het er nog op dat Spanje de Italianen snel zou overrompelen. Maar zo gaat het altijd tegen Italianen. Ze wankelen, blijven als door een wonder overeind en de doelman schittert, in dit geval Gianluca Buffon.

Spanje wilde winnen, omdat het niet anders kan. Italië hoefde niet, omdat het nooit hoeft. Het was wachten op een verlenging, sterker: op strafschoppen. Francesco Fabregas benutte de beslissende strafschop. De middenvelder van Arsenal schoof de bal beheerst langs Buffon. Net 21 jaar is deze jongen uit de jeugd van Barcelona. Een van die jonge spelers die Spanje kampioen kunnen maken.