Sektarisch geweld laait op in Libanon

Bij gewapende sektarische botsingen gisteren en vandaag in de Noord-Libanese stad Tripoli zijn zeker negen mensen gedood en veertig gewond geraakt.

Sunnitische aanhangers van de Libanese regering zijn slaags geraakt met alawitische strijders die deel uitmaken van de door het shi’itische Hezbollah geleide oppositie.

Hoewel het conflict tussen regering en oppositie over het aandeel van de oppositie in een nieuw kabinet vorige maand na anderhalf jaar werd opgelost, duren de sektarische spanningen voort. Dinsdag werden drie mensen gedood bij schermutselingen in de oostelijke Beka’a-vallei. Het kabinet, waarin Hezbollah en zijn geallieerden de facto vetomacht krijgen, is overigens nog steeds niet gevormd.

Ook vanochtend schoten anti-Syrische sunnitische strijders en alawieten, een shi’itische sekte die banden onderhoudt met het door alawieten geregeerde Syrië, weer met machinegeweren en raketwerpers op elkaar. Libanese legereenheden in Tripoli, met 500.000 inwoners de op een na grootste stad van Libanon, proberen een einde te maken aan de gevechten. Plaatselijke politieke leiders spannen zich eveneens in om de rust terug te brengen. Huizen, winkels en auto’s hebben schade opgelopen door de gevechten.

Sunnieten vormen een meerderheid in Tripoli. De meesten van de circa 100.000 Libanese alawieten leven in Tripoli. In Libanon heeft geen enkele sekte een meerderheid van de bevolking.

Vorige maand was behalve Beiroet ook Tripoli toneel van zware gevechten tussen regeringsaanhangers en de Hezbollah-oppositie. De successen van de laatste leidden tot inwilliging van de eis van Hezbollah dat het met zijn bondgenoten eenderde van de kabinetszetels zou krijgen en daarmee de mogelijkheid belangrijke regeringsbesluiten te blokkeren. Premier Fouad Siniora’s problemen bij de vorming van dat kabinet hebben vrees gewekt voor een nieuwe verslechtering van de veiligheidssituatie. (Reuters, AFP)