OPEC-landen voelen niets voor opvoeren olieproductie

Olieproducerende landen en de VS verschillen van mening over de oorzaken van de dure olie. Zo speelt de internationale politiek een essentiële rol in het vormen van de olieprijs.

Saoedi-Arabië gaat zijn olieproductie voorlopig niet fors opvoeren. Benzine en diesel blijven duur. Dat is de conclusie van een spoedbijeenkomst van landen die gisteren is gehouden in de Saoedische badplaats Jeddah.

De ogen van de internationale gemeenschap waren gisteren gericht op Saoedi-Arabië. Het is het enige land dat nog aanzienlijke reservecapaciteit heeft, en zijn olieproductie in korte tijd flink kan opvoeren. Saoedi-Arabië heeft daarmee een machtige positie: het kan als enige land de huidige olieprijs sterk beïnvloeden.

De Saoedische energieminister Ali al-Naimi wilde gisteren echter geen concrete toezeggingen doen. Wel herhaalde hij de belofte dat Saoedi-Arabië vanaf juli zijn productie met 200.000 vaten per dag zal opvoeren naar een totaal van 9,7 miljoen vaten per dag (11 procent van het wereldtotaal). Maar die belofte was begin vorige week al gedaan. De markten hadden dat nieuws al verwerkt, en reageerden er nu niet nog een keer op. Sterker: op de termijnmarkt van Londen steeg de olieprijs vanochtend met 1 dollar naar 136 dollar per vat, als gevolg van stijgende spanningen tussen Israël en Iran, over het nucleaire programma van Iran. Als het tot een conflict zou komen tussen de twee landen, vrezen deskundigen voor het afsluiten van de Straat van Hormuz, een cruciale passage voor het mondiale tankervervoer van olie. Die angst weerspiegelt zich in een stijging van de olieprijs.

Al-Naimi schetste een toekomst waarin Saoedi-Arabië fors gaat investeren om de productie verder op te voeren tot maar liefst 15 miljoen vaten per dag in 2018. Maar dat zal het land alleen doen, zo zei de energieminister, als de mondiale vraag naar olie dat rechtvaardigt. Vooralsnog is dat niet het geval, vindt al-Naimi. Daarmee onderstreepte hij nog eens de opvatting van Saoedi-Arabië dat de oorzaak van de huidige hoge olieprijs niet ligt bij een tekort aan olie, maar bij speculanten. „Ik ben ervan overtuigd dat de balans tussen vraag een aanbod en het huidige productieniveau van ruwe olie niet de primaire oorzaak zijn van de huidige marktsituatie”, zei de energieminister. Volgens hem zijn de markten goed voorzien.

Saoedi-Arabië werd daarbij gesteund door andere leden van de OPEC, de organisatie van dertien olie-exporterende landen die bijna 40 procent van de mondiale olie produceren. Ook Koeweit en Libië zeiden geen reden te zien om hun productie verder te verhogen. De huidige OPEC-voorzitter Algerije heeft eerder al laten weten dat de organisatie vóór september – de eerstvolgende keer dat de dertien leden vergaderen – geen beslissing neemt over een eventuele productieverhoging.

De OPEC op haar beurt heeft kritiek op de Verenigde Staten. Dat land zou wetten moeten opstellen die paal en perk stellen aan speculanten. Maar Amerika zegt geen aanwijzingen te hebben dat die zo’n grote rol spelen. „We kunnen geen bewijs vinden dat speculanten de prijzen van termijncontracten opdrijven”, zei de Amerikaanse energieminister Samuel Bodman gisteren.

De patstelling tussen de OPEC en de Verenigde Staten is tekenend voor de onvrede van de OPEC over het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten, en de weigering van Amerika om dat beleid op korte termijn te wijzigen. Daarmee speelt de internationale politiek een essentiële rol in het vormen van de olieprijs.

Saoedi-Arabië zei wel een internationaal noodfonds te willen oprichten voor ontwikkelingslanden die gebukt gaan onder stijgende kosten voor de import van olie. Zelf is Saoedi-Arabië bereid 320 miljoen euro in dat fonds te leggen.

De Britse premier Gordon Brown zei gisteren in Jeddah dat westerse landen weinig keus hebben, behalve meer in de richting van kernenergie te bewegen, en zuiniger met brandstoffen om te springen.

In Amerika, veruit de grootste olieverbruiker ter wereld, heeft president Bush vorige week opgeroepen om de Amerikaanse kustgebieden open te stellen voor olie-exploratie, zodat de VS hun eigen productie kunnen opvoeren.

Aan het slot van de bijeenkomst in Jeddah kwamen de 35 deelnemende landen overeen meer te gaan investeren in de productie en raffinage van olie, om zo de mondiale reservecapaciteit op te voeren. De OPEC beloofde meer te gaan samenwerken met het Internationaal Energie Agentschap van de geïndustrialiseerde landen wat betreft het uitwisselen van data. De (on)betrouwbaarheid van cijfers over productie, reservecapaciteit en voorraden in de grond, met name in het Midden-Oosten, is al veel langer een doorn in het oog van olie-importerende landen.

Lees de serie over de hoge olieprijs op nrc.nl/olie

    • Marcel aan de Brugh