Niemand wil het en toch gaat het door

Bijna iedereen in politiek Den Haag heeft het gehad met de vele spoeddebatten. Zelfs bij de oppositiepartijen is er gekreun over te horen. ”Wij allemaal ergeren ons aan spoeddebatten”, zei Kamerlid Ronald van Raak (SP) vanmorgen tijdens een `wetgevend overleg`. ”Maar wij vinden onze eigen spoeddebatten zelden overbodig.” Hij gaf er exact het probleem mee aan: oppositie vindt debatten die zelf aanvragen altijd van belang.

Voor CDA`er Jan Schinkelshoek is het wel een keer genoeg. Het liefst zou hij de regel uit 2003 afschaffen dat maar 30 Kamerleden nodig zijn om een dergelijk debat aan te vragen. Want nu zijn er elke week al gauw vijf spoeddebatten. Maar Schinkelshoek wist dat dat bij voorbaat kansloos was, want de PvdA is hier tegen, evenals de oppositie. Daarom stelde hij voor dat de meerderheid beslist of een debat genoeg spoedeisend is. Maar ook dit werd afgewezen, omdat het CDA hiermee de macht over de Kameragenda in handen legt van de coalitie. Dus voorlopig geen verandering. Maar de Kamer blijft nadenken over zichzelf, zo bleek vanmorgen.