Nicolas, onze eerste Europese president

Vanaf 1 juli is Frankrijk een half jaar voorzitter van de EU. Wordt Sarkozy dan president van alle Europeanen?

Of is Frankrijk al passé? Aan zwaktes geen gebrek.

Nicolas Sarkozy. Illustratie Leonie Bos Bos, Leonie

Over een week kan iedereen in Europa oefenen met een Europese president. Niemand zal het ontgaan, want zoals ook in zijn eigen land Frankrijk zal het Europese programma van Nicolas Sarkozy met één woord kunnen worden samengevat: actie.

Hoe het zal bevallen? Een veilige voorspelling: minder dan Obama. Schouwspel, taal, media-aandacht en celebrityvoyeurisme maken een Amerikaan eigenlijk eindeloos veel geschikter als onderwerp van identificatie, ook voor Europeanen. Obama is dichtbij, Sarkozy ver weg. Geen live-beelden op Europese zenders van bijvoorbeeld de begrafenis van Yves Saint Laurent – met toch op de eerste rij de heer en mevrouw Sarkozy en Catherine Deneuve. Stilte ook buiten Frankrijk rondom de in de Parijse boekhandels uitgestalde ontboezemingen van Carla Bruni: ‘La véritable histoire de Carla et Nicolas’. Bij Michelle Obama hadden Europese uitgevers gevochten om de vertaalrechten. In de wereld van de dagelijkse beeld- en geluidimpressies is Amerika nu eenmaal overal, Europa nergens.

Maar niettemin gaat Sarkozy het proberen. Na Tony Blair wordt het een tweede aanloop tot zoiets als een Europees gezicht. Blair had de taal aan zijn kant, maar smoorde uiteindelijk in de mankementen van het eigen, Britse beleid. Zijn land bleef een buitenstaander, Blair ook.

Aan zwaktes in Frankrijk ook geen gebrek. Het land zit middenin een sociaal-economische moderniseringsfase. Bovendien is het gat tussen de mythe van Franse grandeur en de werkelijkheid onoverbrugbaar geworden. Eerst de Duitse hereniging en daarna de uitbreiding van de Europese Unie naar het Oosten hebben Frankrijk in Europa kleiner gemaakt. Het oude Franse spel met de stilzwijgende rolverdeling, waarin Duitsland de economische macht en Frankrijk de politieke macht in Europa wist te belichamen, is uitgespeeld. Wat vroeger de ‘Frans-Duitse as’ genoemd werd, bestaat nauwelijks meer.

De vraag zal het komende half jaar zijn hoeveel ‘Frankrijk’ en hoeveel ‘Europa’ president Sarkozy in zijn voorzitterschap zal stoppen. Op markante manier heeft hij al meteen een einde gemaakt aan het anti-Amerikanisme van Frankrijk. Dat was verstandig, want het haalt Frankrijk uit een isolement.

Zijn objectieve manco heet Duitsland. Hij weet er weinig van, heeft er weinig mee en in zijn omgeving heeft hij geen echte Duitslandkenner. Bondskanselier Merkel noemde hij een tijdje terug de vrouw van de stilstand. Zij op haar beurt zou hem hebben vergeleken met vuurwerk: het knalt en schittert, maar het is vervlogen voordat het de grond raakt. Je ziet dit duo dus nog niet meteen hand in hand bij de oorlogsgraven van Verdun staan, zoals ooit hun voorgangers Kohl en Mitterrand.

Natuurlijk gaat het om meer dan stijl en smaakverschillen. Duitsland is halverwege een groot, moeizaam project om zijn natuurlijke positie in Midden-Europa terug te vinden. Frankrijk is lid van de Veiligheidsraad, is een kernwapenmogendheid, maar het land doet er in de wereld steeds minder toe. Voldoende ingrediënten dus voor kwetsbare trots of minderwaardigheidscomplexen.

Maar evenzeer voor een nieuw rendez-vous met Europa. Vaststaat dat Sarkozy veel Sarkozy in dit voorzitterschap zal stoppen. Hij heeft Frankrijk tot nu toe getrakteerd op een onnavolgbare show. Het Frans is inmiddels vertrouwd geraakt met de term blingbling: dure pakken, Rolex aan de pols. Grappig is ook pipolisation, wat zoiets betekent als trivialisering of popiejopie. Allebei zijn het begrippen die aan dit staatshoofd kleven. Zijn privéleven heeft hij binnenstebuiten gekeerd, een beetje gênant hier en daar – zoals bij de Clintons – en dus in zekere zin westers modern, gevangene van het eigen narcisme en dus moeilijk in staat boven zichzelf uit te stijgen.

Maar anderzijds is Sarkozy een opgejaagd man, opgejaagd door de angst, zoals hij het zelf uitdrukt, „om door het systeem in slaap te worden gesust”. Hij noemt zichzelf een „ongeduldig president” en dit is een understatement. Hij put tomeloze energie uit het feit dat hij als halve immigrant zonder de juiste elitediploma’s zichzelf voortdurend moet bewijzen. Aan zijn zijde heeft hij inmiddels een kosmopolitische Italiaanse. Tweederde van de Fransen waardeert haar inmiddels, meldde Le Figaro onlangs. Dat helpt ook.

Gaat deze man ons, Europeanen, een beetje een gezicht geven? Gaat hij de mensen onderhouden, een paar daden verrichten, over zijn schaduw springen? Of zullen Europeanen hem niet zien staan – geobsedeerd door wat er in ons andere binnenland genaamd Amerika, in de politieke celebrity branche gebeurt?

Ben Knapen is oud-hoofdredacteur en nu columnist van NRC Handelsblad.

    • Ben Knapen