Neo-spiritueel gemurmel

Klassiek Radio Kamer Filharmonie, Groot Omroepkoor en Nat. Kinderkoor o.l.v. James Wood. Werken van Tallis, Kutavicius en Nono. Gehoord: 21/6 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. Radio 4: 25/6 20u.

In cirkel-, golf- en kruisbewegingen vulde het Groot Omroepkoor zaterdag de grote zaal van het Muziekgebouw. Tijdens drie ritueel aandoende ‘surround-composities’ stonden en liepen de zangers rondom het publiek.

Al in de zestiende eeuw wist men dat het een dimensie toevoegt aan muziek als musici niet op één plek staan, zoals blijkt uit Thomas Tallis’ 40-stemmige motet Spem in alium (1573). Dat de musici in dit werk niet alleen verspreid rondom het publiek staan, maar ook nog eens elk een aparte partij zingen, brengt wel gevaar met zich mee: zwakkere stemmen die normaal in het geheel opgaan, staan er nu ineens alleen voor. De grote variëteit aan stemmen, van sterk tot breekbaar, was enerzijds een charme. Maar sommige zangers vielen toch ook wel erg door de mand.

In De Laatste heidense riten (1978) van de Litouwse componist Bronius Kutavicius (1932), zelf aanwezig in de zaal, hadden ze het makkelijker. In dit wat oeverloze neospirituele werk gaat het meer om klankmassa’s, opgebouwd uit gemurmel, geprevel, en gesis. Alleen de heldere sopraan Gintare Skeryte bewoog zich los van de overige zangers rond het publiek. Het uitstekende Nationaal Kinderkoor zorgde voor extra kleur en een devote ondertoon. Maar als geheel kon Kutavicius’ rite niet overtuigen of vervoeren.

In Nono’s Caminantes... Ayacucho (1987) werd alt Suzanne Otto van een ingeblikte akoestiek voorzien. Ze klonk traag en laag, als vanuit een mysterieuze onderwereld. Ook Caminantes... heeft een ritualistische grondslag. Bij Nono is stilte echter nooit uitsluitend contemplatief, maar ook stilte voor de storm. Dirigent James Wood speelde die dramatiek effectief uit: de erupties van percussie en bijterig koper kwamen even natuurlijk als verrassend. In een pessimistisch engelenkoortje mocht het Groot Omroepkoor zich tenslotte nog even op zijn best laten horen.