‘Nederland moet verloedering voorkomen’

Het wemelt in Nederland van, vaak prachtige, leegstaande gebouwen. De nieuwe ‘Oude Kaart’ zet ze op een rij. Voor hergebruik, tegen verrommeling.

Fons Asselbergs Foto RACM Rijksadviseur Cultureel Erfgoed Nederland RACM

Neem de 250 zelfstandige postkantoren die de komende vijf jaar moeten sluiten. Daar kan je als wethouder op anticiperen, zegt Fons Asselbergs, Rijksadviseur Cultureel Erfgoed. „Het gaat vaak om mooie, oude panden in het centrum. Bedenk wat je ermee wilt doen in de toekomst, leg alvast contacten. Dan voorkom je dat zo’n pand straks jaren leegstaat, verloedert, en uiteindelijk moet worden gesloopt.”

Asselbergs presenteerde vanmiddag ‘De Oude Kaart van Nederland’, een landelijke inventarisatie van leegstaande gebouwen, complexen en terreinen. Er is ook een digitale kaart, gekoppeld aan Google Maps, waarop de leegstand te zien is. De oude kaart moet inzicht geven in gebouwen en complexen die langer dan twee jaar leegstaan zonder concreet plan voor herbestemming. Dat gaat vaak ten koste van de leefbaarheid in de buurt, en leidt tot ‘verrommeling’, verval, vandalisme en een gevoel van onveiligheid.

Daarnaast is ruimte in Nederland schaars. Asselbergs: „Als je 50 procent van de oude gebouwen en terreinen hergebruikt, boek je al een enorme ruimtewinst.”

De inventarisatie van Asselbergs leverde 945 panden, complexen en terreinen op. Dat varieert van kerken en oude pakhuizen tot landbouwsilo’s, basisscholen en grote industriële complexen.

945 stuks. Niet echt veel...

„Dat klopt. Het werkelijke getal zal veel hoger liggen. Er zijn ongeveer 2.000 bebouwde kommen in Nederland. Stel dat overal twee objecten langdurig leegstaan. Dan heb je het zo over vierduizend.”

Maar die heeft u niet allemaal kunnen traceren?

„Nee. Nederland heeft nauwelijks kennis over leegstand. Het Rijk heeft dat niet, de provincies niet, de gemeenten niet. Bij een gemeente kom je vaak terecht bij iemand van Economische Zaken, die de informatie alleen in zijn hoofd heeft. Soms word je doorverwezen naar meneer Pietersen in de Kerkstraat, die alles in het dorp bijhoudt. Niemand heeft de behoefte de informatie te centraliseren, laat staan een actieve strategie te ontwikkelen.”

Waarom niet?

„Stilzwijgend heerst het idee dat leegstand een kwestie van anderen is: van de eigenaar, van een kerkbestuur, van een boer. Vaak wordt gedacht: het lost zich vanzelf wel op. En dat is ook zo, want het stort uiteindelijk wel in. Wat ook een rol speelt, is dat de gemeente soms geen belang heeft bij openheid. Bijvoorbeeld uit commerciële overwegingen, als er gesprekken zijn met een projectontwikkelaar. Of een gemeente is bang dat er krakers in trekken.”

Eigenaren hebben vaak ook geen haast om snel een nieuwe bestemming voor hun eigendom te vinden.

„Herbestemming is complexer en, zo denkt men, duurder dan nieuwbouw. Ook zijn commerciële ontwikkelaars vaak bang voor zaken als bezwaarschriften van omwonenden, de schoonmaakkosten van de grond, parkeerproblemen. Het kan voor een ontwikkelaar ook aantrekkelijk zijn om te wachten tot de grond meer waard is geworden. Wat een rol speelt, is dat leegstand niet zo veel kost, want het kan worden afgetrokken van de belasting. Soms ligt herbestemming gevoelig of emotioneel. Dat zie je vaak bij kerken. En soms wordt een pand gebruikt voor tijdelijke opslag, bijvoorbeeld agrarische bebouwing. Dan wordt het door de eigenaar niet als leegstand gezien.”

Wat zou er moeten gebeuren?

„De wethouder moet in een vroeg stadium meedenken over gebouwen en complexen die leegkomen. Het gaat vaak om grote gebouwen, volumes die tegenwoordig niet meer worden gebouwd. Die zijn uitermate geschikt voor multifunctioneel gebruik: boven wonen, beneden leven in de brouwerij. Ze hebben ook vaak monumentale waarde. Een wethouder is natuurlijk niet verantwoordelijk voor leegstand, maar wél voor kansen die worden gemist.”

Maar een gemeente heeft toch niets te vertellen over een gebouw of terrein dat in handen is van een particulier of projectontwikkelaar?

„De gemeente is verantwoordelijk voor de publieke ruimte. Een wethouder kan altijd tegen een eigenaar zeggen: ik wil niet dat het hier verloedert, dus ik heb er wel degelijk iets over te zeggen. Dat is trouwens ook in het belang van de eigenaar. Als hij iets nieuws wil beginnen, heeft hij daar toestemming van de gemeente voor nodig. Wil hij een gebouw of terrein voor een goede prijs verkopen, dan krijgt hij er meer voor als de koper weet wat daar wel en niet mag gebeuren. En daar gaat de wethouder weer over.”

Leegstand bestaat al langer. Waarom juist nu een inventarisatie?

„Op 1 juli gaat de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening in. Dan moeten alle bestemmingsplannen die voor 1 januari 2003 zijn gemaakt, geactualiseerd en gedigitaliseerd worden. Ik schat dat dat voor zeker 90 procent geldt. Dat is een mooi moment om orde op zaken te stellen.”

Wat komt er de komende jaren nog allemaal leeg te staan?

„Sommige trends kan je nu al voorspellen. Van de 150 kloosters in Brabant en Limburg komen er 140 leeg. Als je wacht tot de laatste non of pater de sleutel afgeeft, dan ben je te laat. Dan staat het zo weer jaren leeg. Ook boerderijen en grote silo’s komen leeg. Per dag stoppen nu zeven boeren met hun bedrijf. En dan heb je nog de fusies van gemeenten. Dan is er vaak een hoop gelazer over waar het nieuwe gemeentehuis moet worden gebouwd, maar niemand maakt zich druk om die oude raadhuizen. Dus die staan straks allemaal leeg.”

Bekijk de Oude Kaart van Nederland: oudekaartnederland.nl

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Strokartonfabriek

Bij het artikel ‘Nederland moet verloedering voorkomen’ (23 juni, pagina 3) is de verkeerde foto afgedrukt bij het onderschrift Strokartonfabriek Scheemda . Op de foto is een gebouw van voormalig strokartonfabriek Scholten in Sappemeer te zien. Anders dan de gebouwen in het artikel wordt dit gebouw juist wel ‘hergebruikt’. Hierboven staat de juiste foto.