Joviale workaholic bezeten van invloed uitoefenen

Nieuwe openbaarheid in Brussel. Met ingang van vandaag kunnen lobbyisten bij de Europese Commissie zich laten registreren. Hun leermeester: Rinus van Schendelen. Wie is hij?

Rinus van Schendelen is „breed bekend bij de Europese instellingen”. Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Prof.dr. Rinus van SCHENDELEN ( 1944) Hoogleraar politicologie Erasmus Universiteit Rotterdam. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C== Rotterdam, 20 juni 2008 lobbyist Mentzel, Vincent

Rinus van Schendelen lijkt volledig in zijn element tegenover een volle zaal lobbyisten in Den Haag. Een grote man met een kleine bril op de punt van zijn neus, geflankeerd door Jens Nymand-Christensen, directeur bij de Europese Commissie, en Han ten Broeke, Europawoordvoerder voor de VVD. Van Schendelen kijkt over zijn bril geamuseerd de zaal rond, knikt als hij het eens is, schudt heftig van nee als dat niet het geval is, interrumpeert, maakt grappen en wiebelt continu met zijn voeten.

Onderwerp van de discussie is lobbyen in Brussel. Preciezer: het register waar lobbyisten bij de Europese Commissie zich sinds vandaag kunnen inschrijven. Met deze openbaarheid wil Brussel zich teweer stellen tegen de kritiek dat schimmige lobbyisten er de dienst uitmaken. Van Schendelen wordt beschouwd als dé nationale en Europese lobbyexpert.

Voor een vergelijkbaar register van het Europees Parlement werd onlangs advies bij hem ingewonnen. Daarvan zijn de regels strikter omdat die bepalen dat ook belangenbehartigers van overheden zich moeten registreren. Veel lobbyisten die zich inschrijven, hebben een training bij Van Schendelen gevolgd. Anderen hebben minstens zijn standaardwerk gelezen over het machtsspel in de Europese hoofdstad – Machiavelli in Brussels.

„Hij is breed bekend bij de Europese instellingen”, zegt Coert van Hasselt, directeur van lobbykantoor Van Hasselt en Partners. „Hij komt overal op hoog niveau binnen.” Als senior consultant wordt Van Schendelen door Van Hasselt regelmatig ingeschakeld voor lobbytrainingen. „In het Europees Parlement of in de Tweede Kamer. Hij heeft met alle partijen van doen gehad. Hij bedient iedereen. Dat maakt hem waardevol, daarom weet hij zo veel. Hij heeft een waanzinnig netwerk”, aldus Van Hasselt.

Als vrienden of relaties over Rinus van Schendelen spreken, vallen termen als „speels”, „joviaal”, „gedreven”, „gepassioneerd”, maar ook „workaholic”, „bezeten” en „fanaat”.

„De man heeft een wonderlijk werktempo”, zegt Van Hasselt. „Hij is gewend zijn hersentjes continu te laten malen.” Zijn vrouw Hedy van Schendelen: „Hij is nogal gericht op nuttige dingen doen.” En VVD’er Ten Broeke, oud-student bij Van Schendelen zegt het zo: „Hij is bezeten van het uitoefenen van invloed.”

Rinus van Schendelen werd in 1944 in Heemstede geboren. Hij was het tweede kind in een gezin met acht meisjes en twee jongens. Zijn vader runde een fabriekje in de kleinmetaal. Afkomstig uit een rooms nest doorliep Van Schendelen katholieke scholen. Terwijl de ontzuiling over Nederland waaide, trok hij in 1963 naar Amsterdam voor een studie politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij – het zijn zijn eigen woorden – „definitief ontzuilde”. Eind 1968 trouwde hij zijn vrouw Hedy, die er een opleiding diëtetiek volgde. Met zijn meeste zussen en broer onderhoudt hij weinig contact. „Zoals dat bij een groot gezin na vele decennia kan gebeuren”, zegt hij daarover.

Tennisvriend Louis Coster, buurtgenoot in het gegoede Rotterdamse Hillegersberg, speelt wekelijks met Van Schendelen. Hij verbaast zich regelmatig over zijn fanatisme. „Tijdens een partijtje denk ik weleens: word volwassen. Hij is een fanaat die in staat is om een bal in te zien als hij duidelijk uit is. Het is net een kind zoals hij soms reageert.” Ten Broeke: „Hij is erg overtuigd van zijn eigen gelijk, maar daarom ook zo succesvol.”

Dat komt Gerda van Dijk, partner bij adviesbureau De Galan Groep, bekend voor. Zij was cursist bij Van Schendelen en nodigde hem later uit als spreker bij trainingssessies. „Zijn grenzen zijn getrokken. Hij zou soms wat ruimer kunnen zijn in het accepteren van denkbeelden die niet de zijne zijn.” Ook noemt ze hem „erg op de details”. Van Dijk: „Als we in Brussel met klanten naar het restaurant gaan, moeten we er de avond van tevoren altijd heen om te checken of alles in orde is. Dat komt doordat hij zo veeleisend is, ook voor zichzelf. Ik denk dan: dat hebben we al vijf keer gedaan.”

Volgens Coster keert na het tennis, tijdens de borrel, altijd de andere Rinus terug. „Dat vind ik altijd zo frappant. Dan kan hij weer relativeren.” Dan is hij weer de „erudiete, rustige man” zoals hij door fractievoorzitter Ronald Sørensen van Leefbaar Rotterdam wordt omschreven. In 2002 smeedde Van Schendelen als informateur het beroemde Rotterdamse college van Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD.

Rinus van Schendelen kwam in Rotterdam terecht toen hij in 1970 op zoek ging naar een promotor. Dat werd de Rotterdammer Jacques van Doorn. Nadat hij in 1975 promoveerde op het onderwerp ‘parlementaire informatie en besluitvorming’, is Van Schendelen sinds 1980 als hoogleraar politicologie verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dat hij als typisch voorbeeld van een bijklussende hoogleraar een aardig centje bijverdient, ontkent hij niet, al noemt niemand hem commercieel. Sørensen: „Destijds was hij twee maanden bezig met zijn bemiddeling. Ik weet dat hij daarvoor nog geen 10.000 euro kreeg.” Van Hassselt: „Het woordje acquisitie is hem vreemd. Men staat voor hem in de rij. En natuurlijk doet hij niet alles om niet.” Ten Broeke zegt Van Schendelen in zijn vorige baan als hoofd public affairs bij KPN wel eens „voor een appel en een ei” te hebben ingeschakeld. „Al heb ik gehoord dat hij zijn tarieven tegenwoordig heeft aangepast.”

Van Schendelen zelf zegt dat hij de tarieven per klant bepaalt. „Ik heb een portie pro-deoklanten, de kale kippen. Die vraag ik niets. Bijna alle politieke partijen heb ik wel eens getraind en nooit een rekening gestuurd. Hetzelfde geldt overigens voor jullie krant die ik tweemaal redactiebreed over Europa heb mogen vertellen. Rijke organisaties bereken ik een normaal public affairs-tarief en meestal vinden ze een hoogleraar dan nog 25 euro meer waard.”

Na afloop van de discussie bij de Nederlandse Vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Den Haag strijkt Van Schendelen neer op een terras op Het Plein. Hij steekt een dunne sigaar op. Onder zijn pak verraden blauwe wollen sokken en grote bruine schoenen de wetenschapper. Hij bestelt een dubbele espresso, want om half vier wacht alweer een bijeenkomst. Ditmaal een van de door hem opgerichte Koning Willem II Kring. Hierin wisselen lobbyisten voor lagere overheden en non-gouvernementele organisaties ervaringen en informatie uit. Van Schendelen richtte in totaal vier van dit soort kringen op, waar zo’n 100 lobbyisten lid van zijn. „Aangezeten bij vier kringen kan ik mezelf efficiënt informeren en hen inspireren”, zegt hij.

Het tekent Van Schendelen. Efficiëntie boven alles. „Hij zegt altijd: ‘Intelligente mensen zijn graag lui’”, zegt Van Dijk van de Galan Groep. „Als andere mensen voor jouw belangen opkomen, hoef je dat zelf niet meer te doen.”

Zijn hang naar efficiëntie stelt hem volgens Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam in staat zich volledig te „richten op het proces”. Pastors leerde Van Schendelen kennen in maart 2002. Een dikke twee weken na de beladen en eclatante overwinning van Pim Fortuyn en zijn Leefbaar Rotterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen waren de coalitiebesprekingen vastgelopen. Na gesprekken met alle factievoorzitters benoemde burgemeester Opstelten (VVD) de lobbyprofessor als informateur. Waarom Van Schendelen? Pastors: „Hij is een van de weinigen die het vermogen heeft geen politieke agenda te hebben. Hij zag de gekenterde machtsverhouding onder ogen en ging onbevangen aan de slag.” Van Schendelen zegt dat zijn eigen politieke voorkeur ligt bij de middenpartijen. „Ik houd niet van fanatisme op waarden.” Hij stemde de laatste keer D66. „Om ze in de lucht te houden.” Daarvoor CDA. „Tenzij ze te confessioneel waren.” Of VVD. „Maar niet toen ze onder Zalm dom anti-Europees gingen doen.” En de PvdA? „Zal ook wel zijn gebeurd”, zegt Van Schendelen.

Bert Cremers was tijdens coalitiebesprekingen na de verkiezingen in 2002 fractievoorzitter van de PvdA. Hij roemt de informele sfeer die Van Schendelen creëerde tijdens de informatie. „De verkiezingen waren beladen en wij zaten slecht in ons vel. Van Schendelen voelde perfect aan dat hij de personen en niet zozeer inhoudelijke standpunten dichter bij elkaar moest brengen. Met grapjes en veel koffie wist hij de juiste zakelijke maar ontspannen sfeer neer te zetten.”

Sørensen zegt dat dat ook fijn was voor de onervaren politici van Leefbaar Rotterdam. „Pastors en ik waren ongelofelijk groen. We keken nog op tegen de burgemeester. Van Schendelen stelde ons op ons gemak.”

Na nog geen week praten kon Van Schendelen advies uitbrengen aan Opstelten: Leefbaar Rotterdam, CDA, en VVD konden hun college gaan formeren. Volgens Pastors kon dit zo snel gebeuren omdat Van Schendelen „het spelletje goed speelt”. Pastors: „Ik had al tien keer gezegd dat wij niet met de PvdA in de coalitie wilden, onder geen beding. Toen belde Rinus mij op een zondagavond met de vraag of ik dat de volgende dag nog eens in het openbaar wilde zeggen. Want, zo zei hij, dan kan ik meteen benadrukken dat dat geen optie meer is. Ik laadde de boodschap op het steekwagentje en hij zette het buiten.”

Van Schendelen was een realist toen hij de PvdA de deur wees, zegt Cremers. „Natuurlijk heeft de lof van Leefbaar voor zijn optreden ook te maken met de uitkomst. Zij mochten besturen en wilden absoluut niet met PvdA. Maar Van Schendelen besefte terecht dat PvdA-deelname trekken was aan een dood paard.”

Het enige lastige aan Van Schendelen vond Pastors dat hij soms moeilijk te peilen is. „Dan merk je dat hij geen echte Rotterdammer is. Aan een Rotterdammer hoef je nooit hard te trekken om een duidelijke mening te krijgen, aan Rinus wel. Hij relativeert alles waardoor het moeilijk is om te weten wat hij echt vindt.”

Zijn passie, hoge werktempo en voorliefde voor sigaren waren er mogelijk de oorzaak van dat hij in augustus 2006 een hartaanval kreeg. Hij sliep steeds slechter en stond op een ochtend om half zeven lucht te happen in de achtertuin. In het Dijkzigt Ziekenhuis werd geconstateerd dat hij enkele dagen eerder ook al een hartaanval had gehad. „Ik speelde een tennispartij tegen Piet Kamstra, toen nog scheepvaartinspecteur in de haven. Hij maakte een fout; het werd 6-4 voor mij. Toen heb ik opgegeven. Ik zei: Ik heb mijn set, jij mag de match hebben. Daarvóór waren alle alarmbellen in mijn hoofd al afgegaan. Maar ja, je stelt jezelf een target en die wil je dan realiseren.”

In de kantine nam Van Schendelen een kopstoot om te ontspannen. Die ‘bloedverdunner’ redde hem volgens de dokter het leven. Bang voor de dood zegt hij niet te zijn. „Ik denk altijd maar aan Epicurus [Griekse filosoof]. Hij zei: Als de dood er is, ben ik er niet. En als ik er ben, is de dood er niet. So what’s the problem?”

Sindsdien is Rinus van Schendelen meer gaan sporten. Ook werd hij actief in het bestuur van Capri, een hartrevalidatieclub. Die omgang met zijn hartkwaal tekent volgens zijn vrouw zijn karakter. „Hij duikt er dan meteen helemaal in.”

Sigaren rookt hij tegenwoordig een stuk minder. Van twee doosjes ging hij naar twee stuks per dag. En lobbyen voor tabaksfabrikanten, wat hij voorheen veelvuldig deed, sluit hij ook voor de toekomst niet uit.

Er is eigenlijk maar één lobby die hij niet wil voeren: „Voor organisaties gelieerd aan de joodse staat. Dat is toch wel een van de grootste schandes van de West-Europese politiek. Dat we die Palestijnen zo hebben laten zitten. Maar voor de rest ben ik een waarderelativist.”