Hockeyers experimenteren met oog op Spelen

De Champions Trophy is voor de nationale mannenhockeyploeg de laatste test voor de Spelen. Maar de geschiedenis leert dat winnen geen voorbode voor olympisch succes is.

Roderick Weusthof passeert tegen Duitsland een tegenstander. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold rotterdam hockey foto rien zilvold Zilvold, Rien

De bondscoach van de Nederlandse hockeyers heeft een luxeprobleem. Op het A4’tje waarop de 22 spelers van zijn selectie staan moet Roelant Oltmans volgende week zes namen doorstrepen voordat hij op het vliegtuig naar Peking stapt. „Een aantal heel goede hockeyers zal straks niet naar de Olympische Spelen gaan”, zei Oltmans gistermiddag na de ruime 5-3 overwinning op wereldkampioen Duitsland in Rotterdam.

Het eerste weekeinde van het jaarlijkse toernooi om de Champions Trophy, waar Nederland zaterdag Spanje al met 3-1 had verslagen, zag Oltmans tot zijn genoegen dat hij steeds hardere keuzes moet maken. De rollen van de geblesseerde routinier Sander van der Weide (dijbeen) en strafcornerkanon Taeke Taekema werden op het kunstgras van HC Rotterdam gretig door anderen overgenomen.

Oltmans liet sterspeler Teun de Nooijer tegen de Duitsers bovendien bewust de hele wedstrijd langs de kant. Zo wil hij tijdens de Champions Trophy in Rotterdam zoveel mogelijk spelers aan het werk zien, voordat hij voor de laatste keer de bijl in zijn selectie zet. „Drie jaar geleden dacht iedereen nog: als De Nooijer niet meedoet, speelt Nederland niet goed”, zei Oltmans. „Dat gold ook voor Taekema. Als hij niet meedeed maakte Nederland geen doelpunten. Mijn team laat nu zien dat we zonder Taekema en De Nooijer goed kunnen hockeyen en doelpunten kunnen maken. Dat is een heel goede ontwikkeling voor ons.”

Met name aanvaller Roderick Weusthof zorgde er gisteren tegen titelverdediger Duitsland voor dat Taekema niet werd gemist. Taekema liep vorige maand bij de finale van de play-offs om de landstitel tussen Amsterdam en Bloemendaal een enkelblessure op, maar is op tijd fit voor ‘Peking’. Weusthof (26) mocht gisteren als diens stand-in twee keer aanleggen bij een corner en kweet zich beide keren onberispelijk van zijn taak.

Maar Weusthof is in de ogen van de bondscoach al lang niet meer de ‘tweede cornerman’ die pas invalt als Taekema niet beschikbaar is. „Weusthof zal waarschijnlijk nooit alleen als tweede cornerman meegaan naar Peking”, zei Oltmans. „Hij heeft als veldspeler enorme progressie gemaakt. Hij was zaterdag tegen Spanje ongelooflijk belangrijk, tegen Duitsland stond hij met een fantastische actie aan de basis van de gelijkmaker. Hij geeft als veldspeler een mooi visitekaartje af. Daarnaast is het heerlijk dat hij ook nog twee keer scoort uit een corner.”

Weusthof bleef nuchter onder de euforie. „De corner gaat goed. Dat geeft vertrouwen. Veel beter dan twee op twee kan het niet.” Maar hij heeft meer ambities. „Ik ben spits, dus het is belangrijk dat ik velddoelpunten ga maken.”

Ondanks de voorspoedige start van de Nederlandse hockeyers tijdens de Champions Trophy – Nederland is koploper na twee wedstrijden – blijft de ploeg op zijn hoede. In het recente verleden bleek dat successen in de Champions Trophy geen enkele garantie geven voor een goede afloop van de toernooien die er internationaal écht toedoen: het EK, het WK en de Olympische Spelen. Te vroeg ‘pieken’ is het laatste waar de Nederlanders behoefte aan hebben. In 2003 ging het mis op het EK (vierde) na de eindzege in de Champions Trophy, in 2006 werd Nederland zevende bij het WK na alweer een indrukwekkende zege in de Champions Trophy.

Die ervaringen ontlokten aanvoerder Jeroen Delmee al de opmerking dat Nederland deze editie van de Champions Trophy beter niet als winnaar kan afsluiten. In elk geval is dat niet het eerste doel van de ploeg, stelde Oltmans met nadruk. Hij wil in de confrontaties met de belangrijkste concurrenten op de Spelen niet al zijn tactische geheimen prijsgeven. „Wij stellen per wedstrijd een aantal doelen over hoe we tegen bepaalde tegenstanders willen spelen”, zei Oltmans cryptisch.

Op die manier test hij deze week zijn gehele selectie voor de laatste keer. En zijn spelers lijken er geen moeite mee te hebben. Oltmans: „Ik heb niet de indruk dat de spelers nerveus zijn. Ik merk dat de spelers minder nerveus zijn over de uiteindelijke selectie dan ik de afgelopen jaren in de aanloop naar het EK en het WK heb gemerkt. We werken elke dag met 22 spelers, als een team. Daarin zijn we enorm gegroeid.”