Het heermoes verdwijnt vanzelf

In de Londotuin in Leersum wordt niet gezaaid, geschoffeld, geplant en gewied. De tuin is een restant van een wetenschappelijk experiment uit 1972. Opvallende bewoner is de tijgerspin.

De Londotuin met op de voorgrond een natuurlijk grasveldje met margrieten en links pitrus. Foto Wim Köhler Leersum Broekhuizen Köhler, Wim

Op de bank op het hoogste heuveltje in de Leersumse Londotuin kijk je recht tegen de oprijzende bossen van de Utrechtse heuvelrug aan. Rechts, in de verte achter vlakke weilanden en akkers, steekt de kerktoren van Amerongen boven bomen uit. Er cirkelt opeens een ooievaar. Vlak voor ons, op het hellinkje dat afloopt naar de vijver, bloeien margrieten tussen gevarieerd gras, met ook nog blauwe, gele en paarse bloemen. Links daarvan groeit stugge pitrus in stijve pollen. Zonder bloemenpracht.

„Dat”, zegt Frans Keuchenius, „is het verschil tussen nooit maaien en eenmaal per jaar maaien.”

Keuchenius (80) is de maaier. Met de zeis. Hij stelde ook een boekje samen over het dierenleven in de Londotuin. Keuchenius is bioloog, eerst biologieleraar in Zutphen, later vakdidacticus aan de Utrechtse universiteit. Op school leerde ik van hem welke vogel welk liedje zingt. Daar heb je dan je leven lang plezier van.

De Londotuin is een bijzondere heemtuin. Er wordt niet gezaaid, geschoffeld, geplant en gewied. Deze natuurtuin is het restant van een wetenschappelijk experiment dat in 1972 begon, toen op het landgoed Broekhuizen ten zuiden van Leersum het Rijksinstituut voor Natuurbeheer (RIN) was gevestigd. Eind jaren tachtig verdween het RIN in een fusiegolf naar Wageningen.

Daar op Broekhuizen ontwikkelden onderzoekers het natuurbeheer en de natuurbouw die Nederland nu mooi maken. Vegetatiekundige dr. Ger Londo liet voor zijn proeftuin uit heel Nederland grondsoorten aanvoeren. Mergel, kalkrijk en kalkarm duinzand, kalkrijke klei, rivierzand en twee zandsoorten van de Utrechtse heuvelrug.

Keuchenius: „Londo wilde zien welke plantensoorten komen en gaan onder invloed van verschillend beheer en omstandigheden. Vandaar dat hij heuveltjes liet aanleggen, om droge en natte stukken te krijgen. En noord- en zuidhellingen. En hij maakte stukjes met bijvoorbeeld een dun kleilaagje over zand.”

„Kijk”, wijst hij, „wat daar vliegt. Dat is mooi, een hoornaar.” Het insect dat er uit ziet als een reuzenwesp kruipt weg tussen het gras en de bloemen.

De oorspronkelijke Londotuin op landgoed Broekhuizen dreigde te verdwijnen toen een nieuwe eigenaar geen wilde tuin naast zijn huis bliefde. De Vereniging voor Dorp en Natuur in Leersum en Amerongen probeerde de tuin te behouden, kreeg een stuk grond van Staatsbosbeheer in gebruik, en ‘verhuisde’ de tuin. Veel vrijwilligers plagden af, verplaatsten de grondsoorten, en legden de plaggen weer op hun historische plaats. In 1997 was alles klaar. Nu groeit en bloeit alles weer. Hoewel er zich op veel plaatsen heermoes (een paardestaartsoort) heeft gevestigd.

„Londo zegt dat het heermoes vanzelf verdwijnt. Net als de pitrus”, zegt Keuchenius. „En dat is ook zo. Al moet je daar soms wel een paar decennia op wachten. De pitrus zie ik nu na tien jaar wegkwijnen. Hij is ieder jaar minder hoog.”

Aan de andere kant van de vijver passeerden we op de wandeling het mergelgebiedje waar nu zomaar de gevlekte orchis in bloei staat. Bij de vijver bloeit de moerasorchis. Het ritselt daar van de libellen. Regelmatig passeert een blauwe platbuik.

De vondst van de tijgerspin, in augustus 2002, was voor Keuchenius de aanleiding om het dierenleven in de Londotuin in een boekje te beschrijven. Londo zelf had vijf jaar eerder al de plantengroei beschreven.

Keuchenius: „Ik was aan het maaien en zag opeens een grote zwartgele spin die ik hier nog nooit had gezien. Daar moest ik meer van weten.” De tijgerspin leefde toen nog niet erg lang in Midden-Nederland. Profiterend van zachte winters was hij langzaam uit zijn mediterrane gebied naar het noorden opgeschoven. In 1980 bereikte hij Zuid-Limburg. Ruim twintig jaar later vond Keuchenius hem. De tijgerspin woont sindsdien in de Londotuin met drie andere spinnen die naar dieren zijn vernoemd: de krabspinnen, wolfspinnen en kameleonspinnen.

De Londotuin op het voor wandelaars toegankelijke landgoed Broekhuizen is geopend op zondagmiddag en woensdagmorgen. Meer informatie via www.dorpennatuur.nl