Hardhandig einde aan ‘Aznarisme’

Dit weekeinde hield de Spaanse Partido Popular een partijcongres. Partij-leider Rajoy kreeg steun voor zijn middenkoers, maar de spanningen in de partij blijven bestaan.

De Partido Popular wist afgelopen weekeinde de crisis die de partij na het verlies bij de parlementsverkiezingen in maart in zijn greep houdt, voorlopig af te sluiten. Partijleider Mariano Rajoy werd tijdens een partijcongres in Valencia met 84 procent van de stemmen herkozen zonder, dat er een tegenkandidaat was opgestaan.

Rajoy zuiverde de partijtop van alle hardliners uit het kamp van ex-premier José María Aznar, die de partij de afgelopen vier jaar radicaliseerden en de regering-Zapatero beschuldigden van verraad en samenzwering met terroristen.

Rajoy bezwoer dat zijn partij dezelfde principes blijft aanhangen, maar beloofde zijn aanhang meer dialoog en zelfs mogelijke steun aan de socialistische regering. Deze ommezwaai en het uitsluiten van politici die tot dusver de dienst uitmaakten, wordt gezien als een hardhandig einde van het ‘Aznarisme’. Rajoy leek er echter niet in geslaagd om zijn tegenstanders, gegroepeerd rond de Madrileense regiopresidente Esperanza Aguirre, te overtuigen.

De gematigder toon, die de grote middengroep van kiezers moet aanspreken, komt na een periode waarbij de conservatieve politici vrijwel continu ruziënd over straat gingen. Nadat de partij in maart voor de tweede keer de verkiezingen verloor, werd het beleid van aanhoudende confrontatie met de socialisten tegen het licht gehouden. Fractievoorzitter Eduardo Zaplana en partijsecretaris Ángel Acebes stapten op. De benoeming van de jonge politica Soraya Sáenz de Santamaría als woordvoerder zorgde voor onrust onder de voorstanders van de harde lijn.

Wat volgde was een rauwe strijd om de macht binnen de partij. Esperanza Aguirre, meervoudig minister onder Aznar, sloot niet uit zich tegenkandidaat te stellen. De hoogbejaarde partijoprichter en erevoorzitter Manuel Fraga vroeg of Aguirre ‘eindelijk eens haar mond kon houden’. De conservatieve Baskische partijleider María San Gil, binnen de partij een symbool van standvastigheid in het verzet tegen de terreur van de ETA, vertrok met slaande deuren, omdat Rajoy liet doorschemeren een dialoog met de Baskische nationalistische partij niet geheel uit te sluiten.

Ook op het congres bleef de stemming onaangenaam. Partijvedette Aznar, die Rajoy vier jaar geleden tot zijn opvolger aanwees, kreeg tussen de bedrijven door zuinigjes spreektijd toebedeeld. Na te laat te zijn gearriveerd en koeltjes zijn opvolger de hand te hebben geschud, gaf de voormalige sterke man iedereen die inmiddels met ruzie vertrokken is een pluim. Rajoy ontbrak in de bedankjes. De partij moest hem maar ‘een verantwoordelijke steun’ geven, zo sloot Anzar zijn betoog af.

Vier jaar ontkende de Partido Popular iedere verantwoordelijkheid voor het verkiezingsverlies in 2004, vlak na de bomaanslagen in Madrid. De partij ging door met dezelfde ploeg die zijn heil zocht in wilde samenzweringstheorieën rond de bomaanslagen. Nu ondergaat de Partido Popular alsnog een vorm van zelfreiniging.

Rajoy maakte daarbij een aantal opmerkelijke keuzes. Behalve parlementair woordvoerder Sáenz de Santamaría werd als secretaris-generaal opnieuw een vrouw benoemd. De juriste María Dolores de Cospedal (42) geldt als een vertegenwoordigster van een nieuwe generatie moderne, meer liberale partijleden. Terwijl haar voorganger aanhanger was van een katholieke sekte, kreeg zij ruzie met de katholieke fundamentalisten door twee jaar geleden zonder vaste relatie een kind te nemen via kunstmatige inseminatie.

Opmerkelijk is ook de benoeming van de populaire burgemeester van Madrid, Alberto Ruiz-Gallardón op een centrale plaats in het partijbestuur. Ruiz-Gallardón profileerde zich de afgelopen jaren als een mogelijke lijsttrekker bij de volgende verkiezingen. Als gematigd liberaal binnen zijn partij voert hij openlijk oorlog met Aguirre. De laatste verliet gisteren het partijcongres zonder dat zij of haar aanhang enige post van belang kreeg toegewezen. „Ik ben kennelijk het foute liedje”, liet de regiopresidente bij vertrek weten.

De energie ging op aan onderlinge twisten en moeizame onderwerpen, zoals het homohuwelijk, bleven onbesproken. Wel introduceerde de partij de mogelijkheid van een open verkiezing van de lijsttrekker bij de volgende verkiezingen. Hoewel Rajoy zich tijdens het congres alvast tot de lijsttrekker in 2012 liet kiezen, is daarmee voor zijn tegenstanders de weg geopend voor verzet. De orde in de Partido Popular is hersteld, de eenheid lijkt nog ver te zoeken.