Geen nier hier? België lost het op

Vijftig Nederlanders zijn getransplanteerd in België. Zij kregen veelal Belgische organen. Het wordt toch echt tijd voor een ander donorsysteem, stellen vier Vlaamse specialisten.

Vorige week maakte de Nederlandse Transplantatiestichting op verzoek van het actualiteitenmagazine NOVA bekend dat de afgelopen drie jaren vijftig Nederlanders getransplanteerd werden in België. Deze patiënten kregen een orgaan (nier, hart, lever) afkomstig van een postmortale donor uit de Eurotransplantregio volgens de regels van Eurotransplant. Deze postmortale organen kwamen voornamelijk, maar niet uitsluitend uit België. Deze vijftig Nederlanders vertegenwoordigen bijna 2 procent van het aantal getransplanteerden in België, al bij al dus heel beperkt.

Over welke Nederlanders gaat het hier? Uiteraard worden Nederlanders die hun domicilie in België hebben, er werken en wonen, getransplanteerd in België wanneer ze dit wensen.

Daarnaast verkiest een groot deel van de bevolking uit zuidelijk Nederland (Zeeland, Brabant, Limburg) voor hun geneeskundige verzorging naar Vlaamse ziekenhuizen te gaan omwille van de kwaliteit en de kortere wachttijd. Zo zijn dan ook bij uitstek de Vlaamse universitaire ziekenhuizen het natuurlijke hinterland voor derdelijnszorg voor zuidelijk Nederland, en dit met instemming van de Nederlandse zorgverzekeraars. Zo kan het gebeuren dat patiënten met terminaal orgaanfalen in deze Vlaamse ziekenhuizen verzorgd worden, en uiteindelijk een indicatie vormen voor orgaantransplantatie, waarbij deze patiënten op natuurlijke wijze op de Vlaamse wachtlijsten terechtkomen. In verband hiermee mag niet uit het oog worden verloren dat in deze Vlaamse ziekenhuizen ook potentiële postmortale orgaandonoren terechtkomen. Inderdaad bij gebrek aan intensieve zorgcapaciteit in Nederland gebeurt het regelmatig dat patiënten voor spoedeisende zorg zoals trauma’s en bloedingen in Vlaamse ziekenhuizen terechtkomen waar ze mogelijkerwijze evolueren tot hersendood en aldus een indicatie kunnen vormen voor orgaandonatie. Vanzelfsprekend wordt in dit geval de Nederlandse wetgeving rond orgaandonatie gerespecteerd en kan orgaandonatie enkel gebeuren mits toestemming van de donor en diens familie. Het is dus op een vrij natuurlijke en spontane wijze dat de Vlaamse ziekenhuizen een hinterland geworden zijn voor Zuid-Nederlandse patiënten én postmortale donoren.

Tenslotte kan het ook zijn dat patiënten die in Nederland worden afgewezen omwille van een indicatie voor gecombineerde transplantatie in België hun heil zoeken. Het is begrijpelijk dat in Nederland, omwille van een groter orgaantekort, keuzes gemaakt worden en dat een gecombineerde transplantatie bij één persoon ten nadele is van een potentiële transplantatiemogelijkheid bij twee personen. Indien deze patiënten zich dan toch in België aanbieden voor zulke indicaties, kan het zijn dat deze Belgische transplantatiecentra in eer en geweten oordelen dat deze patiënten toch een indicatie vormen voor plaatsing op de Belgische wachtlijst. Dit kan ook gebeuren bij patiënten die om een eerder mineure reden werden afgewezen in Nederland.

Daarbij zorgen de Belgische transplantatiecentra ervoor dat deze solidariteit naar Nederland toe niet ten koste gaat van onze eigen Belgische patiënten. Zoals eerder gesteld bedraagt deze solidariteit slechts 2 procent van het aantal transplantaties.

Tot slot dit: volgens de Belgische wetgeving worden patiënten van landen uit de Eurotransplantregio evenwaardig beschouwd als onze Belgische patiënten, omdat we in hetzelfde orgaantoewijzingssysteem zitten (Eurotransplant). Het is dus perfect mogelijk dat heel Nederland op de Belgische wachtlijsten zou kunnen geplaatst worden. Dit is uiteraard niet de bedoeling. Transplantatietoerisme louter en alleen omwille van een kortere wachttijd dient vermeden te worden.

Dit kan enkel maar opgelost worden indien Nederland zelf een oplossing vindt voor zijn eigen orgaantekort. Het is dan ook te betreuren dat de politieke wereld in Nederland koudwatervrees vertoont om het succesvolle geen-bezwaar-systeem van landen als België, Oostenrijk, en Spanje over te nemen, temeer omdat dit zelf een aanbeveling is vanuit de Nederlandse transplantatiewereld. Laat het feit dat vijftig Nederlanders in België getransplanteerd werden een signaal zijn om een dapperder beleid aan te nemen.

Prof.dr. Dirk Ysebaert is diensthoofd transplantatiechirurgie, prof.dr. Gert Verpooten is diensthoofd nefrologie, prof.dr. Inez Rodrigus is diensthoofd cardiochirurgie en Walter Van Donink is transplantcoördinator. Allen aan het Universitair Ziekenhuis Antwerpen.