Geef vertrouwen

Guus Hiddink coachte al vier landen naar de eindronde van een groot toernooi.

Zijn geheim? Doe gewoon, wees jezelf, vertrouw op jezelf en je vrienden. Kijk en luister.

Guus, meer doopnamen heeft hij niet. Gewoon Guus Hiddink uit Varsseveld. Gewoon een van de zes zoons van Gerrit Hiddink. Gewoon zijn, gewoon doen, zoals hij van vader en hoofdonderwijzer van de lagere school heeft geleerd.

Zoals gisteren bij zijn sms’je uit Zwitserland: ‘We hebben gedaan wat we moesten doen. Nederland was te euforisch. Dan is het gemakkelijk. Mensen die denken dat ze er al zijn, vragen om klappen. Dat heb ik mijn spelers gezegd. Vertrouwen geven dat ze van iedereen kunnen winnen. Dat is wat Russen nog niet kenden.’

Desgevraagd vat Hiddink het kort samen: ‘Technisch-tactisch/strategisch, conditioneel, fysiek, mentaal.’ Zijn slotzin: ‘Groet, ouwe tsaar.’

Dat is wat hij wil, gewoon doen tegen iedereen. Mensen moeten niet tegen hem opkijken. Verering is aanstellerij, heldendom is vluchtig. Dat is wat hij als trainer spelers vertelt, of ze nu uit de Achterhoek komen of uit Eindhoven, Istanbul, Madrid, Valencia, Zuid-Korea, Australië en Rusland. Doe gewoon, wees jezelf, haal het beste uit jezelf, vertrouw op jezelf en je vrienden. Kijk en luister.

Wie tegenover hem zit, voelt zich meteen op zijn gemak. Hij is daar een meester in. Hij leunt achterover en luistert. Want hij wil leren van wat je te vertellen hebt. Guus weet het niet altijd zo goed. Ook hij twijfelt, daarom staat hij altijd open voor andermans mening, en voor andere culturen.

In december 1988 speelde PSV in Tokio om de wereldbeker voor clubs tegen Nacional Montevideo. Een half uur voor de wedstrijd stond ik aan de rand van het veld naar de warming-up te kijken. Hiddink kwam naar me toe, bood me een sigaret aan en vroeg of ik goed had geslapen. Hij niet, hij was ’s nachts uit zijn bed gestapt en de straat op gelopen. De opstelling? Wat moest hij doen? Hij vroeg mij wie ík zou opstellen. Hiddink gaf me nog een sigaret aan en riep zijn spelers naar de kleedkamer. PSV verloor na strafschoppen.

Luisteren, kijken, analyseren. Mensenkennis? Mogelijk van zijn vader, de hoofdonderwijzer. En van zijn moeder die in de autobiografie Hiddink, dit is mijn wereld door vader Hiddink wordt neergezet als manager.

Voordat Guus Hiddink beroepsvoetballer bij onder meer De Graafschap, NEC en PSV werd, was hij jeugdtrainer bij De Graafschap in Doetinchem. Hij doorliep de CIOS-opleiding in Overveen, en zou naast voetbaltrainer vooral ervaring op doen met jonge mensen op een BLO (Bijzonder Lager Onderwijs) waar hij gymnastiekleraar was. Bij moeilijk opvoedbare kinderen leerde hij omgaan met kwaliteiten en gebreken van jonge mensen.

Vraag hem naar zijn formule en hij legt uit dat hij niets bijzonders doet. „Ik doe gewoon wat ik denk dat ik moet doen. Dat is gebaseerd op ervaring, meer niet”, zei hij in een eerder gesprek. In Zuid-Korea lagen zo’n 25 boeken over hem en zijn ‘toverformule’ in de winkels. In Nederland verscheen 500 dagen in Zuid-Korea, van Jan Roelfs over management. In Korea werd hij steevast gevraagd zijn methode toe te lichten. „Maar mijn manier is slechts een kwestie van analyseren, aanvullen en organiseren. Het is eigen menselijk inzicht en niet diep psychologisch of een vorm van wetenschappelijk onderbouwd management.”

In de jaren tachtig was hij bij PSV trainer van de Braziliaan Romario, zo bijzonder, zo geniaal. Hij hield van hem. Romario kwam altijd te laat. Hiddink zei tegen hem dat de andere spelers dat niet pikten. Soms hielp dat, soms niet. Romario was hartveroverend, omdat het nog een kind was. Guus smolt. Maar hij bleef met Romario praten, als mens en bewonderaar.

Het is een kwestie van grenzen trekken. Grenzen die anderen hebben laten vervagen. Zo is hij ook in Korea begonnen. Eerst analyseren, dan voorstellen, dan aanvullende informatie, dan regels stellen. „Senioriteit was het meest opvallende in Korea, de ouderen bepaalden de regels. Dat heb ik proberen te doorbreken. Dat is me gelukt: laat ouderen zien dat jongeren het ook kunnen, geef respect. Het was alsof ik een hele cultuur omverwierp. Maar als het niet gelukt was, was ik nu een trainer in ruste. Want zo werkt het.”

Hiddink gaat te rade. Hij is niet bang om van mening te veranderen. Maar in Rusland, waar hij sinds twee jaar is gemachtigd het voetbal in al zijn geledingen te structureren? „Vroeger waren de trainers hier voor de spelers klootzakken. Dat wilde ik veranderen. Ik ga ze niet met straf en boete sturen. Ik kan heel kort zijn, maar zij moeten ook een mening hebben. Ik probeer met ze te praten, ik ben benieuwd naar hun visie, hun achtergrond en hun doel. ”

Ook in Rusland praat hij met oudere spelers. „Zij kennen de geschiedenis, de cultuur en het karakter van het Russische voetbal. Wanneer zij mijn vertrouwen hebben, slaat dat over op de jongeren. Zo heb ik dat altijd overal gedaan. Als de ouderen erin geloven, ben je een stap verder. Ouderen zijn de chefs. Die kunnen richting geven. Het is al zover gekomen dat de ouderen tegen me zeiden dat zij ook vervangen moesten worden. Ik heb een hard gevecht moeten voeren met een oudere speler. De groep was erbij. Russen zijn gemakzuchtig geworden omdat het toch wel geregeld werd door de generaal. Ik ben geen generaal, ik ben alleen de baas. Als een Russische journalist een kritisch stuk heeft geschreven, dan complimenteer ik hem. Goed zo, blijf me kritisch volgen. Dan zie je hem glunderen.”

In 1994 werd Hiddink bondscoach van het Nederlands elftal. Het eerste woord was: passie! Het Nederlands voetbal was ingeslapen. Mooi, technisch en tactisch voetbal, alleen dat. Nog steeds telt bij hem passie. Ga er voor. Excuses tellen niet. En de coach? Rustig blijven, niet gevoelig zijn voor emoties. Niet gek worden bij euforie. Realistisch blijven.