Afscheidsrecital Brendel met passie en ontroering

Klassiek: Afscheidsrecital Alfred Brendel, piano. Gehoord: 22/6 Concertgebouw, Amsterdam.

Met een voor zijn doen ongebruikelijk emotioneel recital trad pianist Alfred Brendel (1931) gisteravond voor de laatste keer op in de Serie Meesterpianisten van Marco Riaskoff. Sinds 1972 speelde Brendel 47 keer in het Amsterdamse Concertgebouw, slechts één keer zag hij zich genoodzaakt vanwege gezondheidsredenen een recital af te zeggen. Brendel blijft nog optreden tot eind dit jaar. Hij geeft op 8 oktober zijn allerlaatste concert in het Concertgebouw, dan met Mozarts Pianoconcert nr. 9 (‘Jeunehomme’). Daarna gaat hij zich wijden aan zijn andere liefdes: literatuur en schilderkunst.

Brendel was van origine de cerebrale onder de grote pianisten. Hij vond dat een meesterwerk de uitvoerder vertelt wat hij moet doen, en niet omgekeerd. Maar de laatste jaren begon Brendels klassieke spel romantische trekjes te vertonen. Zijn toucher werd warmer en rijker, zijn markante ‘no nonsense’ fraseringen kregen iets sensueels. De rijpe Brendel begon emoties te tonen, en daar werden zijn uitgebalanceerde interpretaties alleen maar boeiender door.

Vooral beroemd geworden met opnames van Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert, speelde Brendel op zijn afscheidsrecital in Amsterdam de mooiste werken van precies die componisten. Hartverscheurend intiem klonken de Variaties in f, Hob. XVII:6 van Haydn, stijlvol uiteengezet in heldere lijnen met verfijnde decoraties. Het doorklinken van elke toon werd tot in de uithoeken van de zaal geregisseerd.

Vitaal en gedreven liet Brendel, die vooral niet sentimenteel wilde overkomen maar toch diep ontroerd was, het Noorderlicht schijnen over Mozarts Sonate in F, KV 533. Hij liet zich zó meesleuren door het drama in de muziek dat hij er even uitvloog, wat hij oploste met adequate improvisatie.

Ook zijn genuanceerde en gepassioneerde vertolking van Beethovens Sonate nr. 13 in Es op. 27 nr. 1 (‘Quasi una Fantasia’) klonk emotioneler dan ooit tevoren. Brendel besloot met een monumentale vertolking van Schuberts Sonate in Bes, D 960, waarin zijn immer tot controle geneigde intelligentie oploste in de magie van inspiratie.

Er volgden bewogen toegiften: het langzame deel uit Bachs Italiaanse Concert, Au Lac de Wallenstadt van Liszt, en Schuberts Impromptu nr. 3 in ges. Daarna huldigde Riaskoff ‘zijn’ Brendel met twee kunstwerken: een foto van ‘het stilste publiek ooit’ en een trucagefoto van een 19de eeuws schilderij van Madame de Bourbon, waarop de schaapsherder Brendels gezicht bleek te hebben.