Vechten om een beklemd pensioenpotje

Aegon en de stichting Optas hebben gezamenlijk 2 miljard euro in kas, waarvan de havenwerkers zeggen dat dit geld hun toebehoort. Bemiddeling moet uitkomst bieden.

Harry Welters heeft alle stukken bewaard: alle notulen, faxen en memo’s. „Intuïtief voelde ik misschien dat er iets mis was.” De emoties lopen hoog op bij Welters, ooit commissaris van pensioenverzekeraar Optas, als hij vertelt over de gang van zaken bij Optas-pensioenen. „Het bestuur zei: ‘jullie hebben niets te zeggen. Het is ons geld en jullie moeten je mond dichthouden.’ De sfeer was vijandig, onvriendelijk.”

Welters doet voor de Rotterdamse rechtbank uit de doeken hoe zijn raad van commissarissen buiten de besluitvorming van de stichting Optas werd gehouden, de stichting waarin het voormalige Pensioenfonds Vervoer- en Havenbedrijven (PVH) tien jaar geleden werd ondergebracht. „We wilden meepraten over de bestemming van ons vermogen, het bestuur blokkeerde dat. De enige discussie die we hebben gevoerd, was om dit punt überhaupt op de agenda te krijgen. Dat lukte niet eens.”

Het relaas van Welters was het laatste in een reeks verhoren die de afgelopen weken duidelijkheid moesten brengen in de gang van zaken rond de verzelfstandiging van het pensioenfonds PVH. Het PVH legde een lange weg af: in 1998 werd het fonds omgezet naar pensioenverzekeraar Optas, en deden sociale partners afstand van hun zeggenschap over het geld. „In goed vertrouwen”, aldus Welters. Vorig jaar zomer betaalde verzekeraar Aegon 1,3 miljard euro aan de stichting Optas, de enige aandeelhouder. Belangrijk detail: Aegon nam 768 miljoen euro beklemd vermogen over van de stichting, dat alleen vrijkomt met goedkeuring van de rechter.

Om een groot deel van die – opgeteld – 2 miljard euro draait het conflict: de sociale partners gingen er altijd nog vanuit dat het opgebouwde vermogen ten goede zou komen aan de haven, dus zowel aan werknemers als werkgevers. Totdat het stichtingsbestuur de statuten wijzigde, waardoor de opgebouwde gelden ook naar andere doelen mochten gaan. Het vrije vermogen althans, bij de beklemde miljoenen stond vast dat het ten goede van de havenwerknemers moest komen.

De stichting wil zijn 1,3 miljard nu aan ‘maatschappelijke en culturele doelen’ spenderen. Schilderijen kopen van geld dat aan de havenwerkers behoort, schetsen de critici. Zij eisen dat het geld voor de opwaardering van pensioenen wordt gebruikt. Maar de woordvoerder van Optas, Ton Planken, weerspreekt die suggestie: „Maatschappelijke doelen, dat kunnen ook doelen in de havens zijn.” Boven alles hebben de havenwerkers niets over het geld te zeggen. „Zij zijn geen eigenaar van het geld en zijn dat ook nooit geweest. De aandelen zijn verkocht, zij hebben op geen cent recht.”

Op zijn beurt is ook Aegon nog niet van de belangenbehartigers af, want FNV Bondgenoten vindt dat ook de verzekeraar een deel van zijn beklemde 768 miljoen euro moet uitkeren aan de havenwerkers. Bestuurder Noordman van de vakbond verdenkt Aegon ervan nu af te wachten tot de laatste havengepensioneerde is overleden, zodat het geld dan vrijkomt en vrij besteedbaar is. „Daarom maken we nu haast, hoe sneller de duidelijkheid er komt, hoe meer we kunnen doen.”

Aegon wast zijn handen in onschuld. Enkele weken geleden plaatste de verzekeraar paginagrote advertenties in landelijke dagbladen waarin stond dat het een zaak tussen de stichting en de sociale partners is. FNV Bondgenoten laat het er niet bij zitten. Op een congres in Oslo hebben alle havenbonden een motie aangenomen, waarin zij Aegon oproepen toe te geven dat het beklemde vermogen aan de havensector toebehoort.

De partijen zijn zo verdeeld, dat minister Donner van Sociale Zaken Elco Brinkman als bemiddelaar aanstelde. De voorzitter van pensioenfonds ABP wil vóór 1 september de drie partijen (Aegon, Optas en de belangenvereniging van de havenpartners) nader tot elkaar brengen. Op dit moment lopen afzonderlijke gesprekken, binnenkort gaan de partijen gezamenlijk om de tafel. Een paar maanden is kort voor zo’n groot conflict, erkent ook Noordman. „Al gaan we ervan uit dat iedereen welwillend is.” Dat valt nog te bezien, want geen van de partijen is ook maar een millimeter opgeschoven.

FNV Bondgenoten denkt dat de uitkomst van de verhoren voldoende grond bieden voor een rechtszaak. Planken van Optas weet zeker dat dat niet het geval is: „De belangenvereniging is er allang achter dat het geen zin heeft. Ze zijn teleurgesteld: God, hadden wij maar iets van dat geld gekregen. Maar als ze echt gelijk hebben, hadden ze al tien jaar geleden naar de rechter kunnen stappen.”