Türkiye!

Wie in Rotterdam woont, heeft tijdens een verjaardagsfeestje wat uit te leggen. ‘Rotstad’, ‘kutstad’, ‘probleemstad’ – verweer je daar maar eens tegen. Maar weinigen die (willen) beseffen dat het in 010 altijd feest is. Met 174 nationaliteiten binnen de stadsgrenzen is er immers altijd wel iemand blij. Zeker tijdens een EK voetbal.

De grootste feestneuzen van de afgelopen twee weken? Met stip op één: mijn Turkse mede-Rotterdammers. Het toernooi begon weliswaar met een domper: een kansloze 2-0 nederlaag tegen Portugal. Maar na de narrow escape tegen laagvlieger Zwitserland (1-2 na een doelpunt in blessuretijd) gingen alle remmen los. Letterlijk. Met hoge snelheid scheurden vertegenwoordigers van Rotterdams op één na grootste minderheidsgroep (46.000 zielen) tegen elf uur ’s avonds door de straten. Luid schreeuwend en claxonerend, en uitbundig zwaaiend met de nationale driekleur.

Min of meer bij toeval was ik vorige week woensdag getuige van dit spontane volksfeest, waarbij het verkeer op en rondom Hofplein in een mum van tijd vakkundig werd platgelegd. Een enkele waaghals dook het ijskoude water in. Onder luid gejuich van naar schatting tweeduizend feestgangers. Naast mij stond een Turkse man op leeftijd. Ik kon het niet laten. „Leuk en aardig dit vlagvertoon, maar zondag worden jullie van de mat gespeeld door die Tsjechen en sta je met lege handen.” Hij keek me onbewogen aan. „Dat zien we dan wel weer.” Carpe diem! Hij was niet naar het Hofplein gekomen om zich de les te laten lezen door een nuchtere Hollander.

Zondagavond, nadat de Tsjechen in de luren waren gelegd, moest ik aan hem denken, en gisteravond opnieuw. Weer herrees Turkije uit de dood, ditmaal ten koste van Kroatië. En weer veranderde het Hofplein in een kolkende mensenmassa, vlogen vrouwen met hoofddoekjes elkaar jammerend van vreugde in de armen en weerkaatste het Türkiye! Türkiye! tussen de hoogbouw. Moraal van dit verhaal? Het is heel fijn om in ‘Ankara aan de Maas’ te wonen.

Mark Hoogstad