‘Tijdperk van religieus rechts is voorbij’

Jim Wallis, spiritueel vertrouweling van Barack Obama, voorziet dat Obama als president zeker zoveel aandacht voor religie zal hebben als Bush. Maar: ‘Er voltrekt zich een totale ommekeer in dit land.’

Jim Wallis Foto View Images Jim Wallis is spiritueel adviseur van Obama, ‘de christelijkste kandidaat sinds Carter’. View Images

Jim Wallis is in The New York Times wel de ‘Pat Robertson van links’ genoemd. Hij vindt het een onnozele typering. Met een clowneske figuur als Robertson, de televisiedominee, voelt hij geen verwantschap. „We zijn allebei evangelical, daar houdt de overeenkomst op.”

Robertson en andere Republikeinse predikanten hadden jarenlang de leiding van conservatieve groepen (Moral Majority, Christian Coalition) die de evangelicals vertegenwoordigden in het nationale debat. Een denominatie die door zijn groei, activistische inslag en cultureel conservatisme – tegen abortus, tegen het homohuwelijk – een belangrijke rol speelde bij de laatste presidentsverkiezingen.

Maar vier jaar geleden, vlak na Bush’ tweede zege, voorzag Wallis al een kentering. In zijn boek God’s Politics – Why The Right Gets It Wrong And The Left Doesn’t Get It signaleerde hij ontevredenheid onder evangelicals over de geringe aandacht van Republikeinen voor zaken als armoede, klimaatverandering en mensenrechten. De geseculariseerde Democraten deden volgens hem veel te weinig om deze dolende groep bij hun partij te betrekken.

Het boek was een instantsucces, en nog voor de start van Bush’ tweede termijn trok de leiding van de Democraten Wallis aan als adviseur. Televisiezenders presenteerden hem voortaan als tegenhanger van bekende conservatieve evangelicals als Robertson, dominee Jerry Falwell en James Dobson (Focus on the Family).

En zijn voorspellingen kwamen nog uit ook. „Evangelicals verlaten christelijk rechts in drommen”, zegt hij nu. „En Democraten worden steeds vriendelijker voor religie. Er voltrekt zich een totale ommekeer in dit land. Het tijdperk van de religious right is voorbij.”

Gevolg is dat Wallis nu wordt overladen met aandacht door elke Democraat die hogerop wil. Op de dag van het interview met deze krant spreekt hij ook met John Edwards – de ‘derde’ Democraat, die dit jaar tekortschoot tegen Obama en Clinton – over diens ambitie de tweedeling van Amerika op de agenda te houden.

Afgelopen oudejaarsavond bracht hij door met de Clintons. Barack Obama vroeg hem als meelezer voor zijn laatste boek, de Audacity of Hope (2006). En voor nieuwszender CNN organiseerde hij dit voorjaar debatten met de presidentskandidaten over politiek en religie; momenteel bereidt hij voor het najaar een zelfde debat tussen McCain en Obama voor.

Europeanen denken dat de rol van religie in de politiek kleiner wordt zodra Bush vertrokken is. Waarom zou dat onder een president Obama niet het geval zijn?

„Omdat Barack Obama de meest christelijke presidentskandidaat is sinds Jimmy Carter. Hij praat geregeld met religieuze leiders, hij begrijpt de gevoeligheden; hij citeert Jeremia, Jesaja en Jezus zonder zich te forceren. Hij beschikt voor een Democraat over een uniek talent evangelicals aan te spreken. En hij heeft als volwassene een eigen bekering tot God meegemaakt, voor evangelicals natuurlijk zeer herkenbaar.

„Obama is niet het soort kandidaat dat ook het lánd wil bekeren. Maar hij zal zijn eigen geloof zeker als referentie gebruiken bij beslissingen. Hij citeert graag Lincoln: ‘Ik weet niet of God aan mijn kant staat, maar ik hoop zeker dat ik aan de kant van God sta’.”

Is het na Bush niet logisch politiek en religie helderder te scheiden?

„Het antwoord op slechte religie is niet: geen religie. Het antwoord is: betere religie. Wat Europeanen vaak over het hoofd zien, is dat het geloof altijd een belangrijke rol heeft gespeeld in ons openbare leven. Het succes van Martin Luther King kwam daar ook uit voort.

„Elke grote sociale beweging in dit land heeft religie als katalysator gehad. Het gevecht tegen armoede, het milieu, sociale ongelijkheid; dat is hier van oudsher in handen van groepen met een religieuze achtergrond. Het misverstand van de laatste jaren is geweest dat iedereen de religious right als norm nam. Maar zij waren juist de afwijking van de norm.”

U steunde Bush’ initiatief om sociaal werk te laten uitvoeren door kerken. Vindt u dat een president Obama hetzelfde zou moeten doen?

„Ik was het eens met de principes die Bush presenteerde, niet met de uitvoering. Ik zeg niet dat Obama een initiatief moet nemen. Hij kan ook nadruk leggen op armoedebestrijding met hulp van religieuze groepen. Maar ik verwacht dat Obama vriendelijk voor de geloofsgemeenschap zal zijn.”

Wallis strijdt met zijn eigen organisatie, de Sojourners, al dertig jaar tegen sociaal onrecht en oorlog. Naar Amerikaanse maatstaven houdt hij er soms radicale ideeën op na. Achter zijn naam staan 22 arrestaties wegens burgerlijke ongehoorzaamheid. Hij steunt de bevrijdingstheologie. Hij demonstreerde wereldwijd tegen kernwapens, en spreekt nog altijd bewonderend over de „zeer verstandige” IKV-voorzitter Laurens Hogenbrink, die hij ontmoette op demonstraties in Nederland in de jaren tachtig.

Obama leerde hij tien jaar geleden kennen in een studiegroep over het boek Bowling Alone van Robert Putnam, een baanbrekend onderzoek dat aan het licht bracht dat de sociale contacten van Amerikanen verontrustend snel afnemen.

Jim Wallis: „Die groep kwam een jaar of drie om de paar maanden bijeen, en Barack was verreweg het minst prominente lid. Maar hij en ik konden het goed met elkaar vinden, en we zijn elkaar buiten de groep gaan ontmoeten. Later heb ik ervoor gezorgd dat hij zijn eerste speech over religie en politiek hield, op een conferentie van de Sojourners.’’

Uw woordvoerder noemt u de ‘spirituele vertrouweling’ van Obama. Wat is dat?

„Het probleem van campagnes tegenwoordig is dat Obama, als ik me zijn adviseur zou noemen, wordt geconfronteerd met alles wat ik ooit heb gezegd. Ik heb er geen behoefte aan hem in de problemen te brengen. Ik mag hem. Hij is mijn vriend. En soms adviseer ik hem. Verder praat ik er niet over.”

Obama is explicieter over zijn religie dan de Republikein McCain. Hoe groot is de rol van uw boek daarin geweest?

„McCain is terughoudend op dit vlak, dat is altijd zo geweest. Maar vooral de Democraten zijn drastisch veranderd. Dat maakt het verschil zo groot. Soms heb je een symbool nodig om een trend te laten zien die al gaande is. Vier jaar geleden was ik de enige die het einde van christelijke rechts aanstipte, nu is er een stortvloed boeken over dit onderwerp.

„De beweging die religie als inspiratie voor sociale strijd ziet wordt steeds groter. We are leveling the praying field. Ik denk alleen wel dat de Democraten nog werk te doen hebben. Ik verwerp criminalisering van abortus, maar de acties om abortus terug te dringen kunnen agressiever. Ik ben voor de scheiding van kerk en staat, maar we moeten af van de verkrampte pogingen religie uit het openbare leven te bannen.”

Stel dat de Republikeinen u in de campagne neerzetten als alwéér een vriend van Obama die zegt dat hij het land bij elkaar wil brengen maar in werkelijkheid een extreemlinkse figuur is?

„Links en rechts zijn geen religieuze categorieën. En Obama is natuurlijk niet extreem links. Het aantrekkelijke aan hem is juist zijn pragmatisme, hij beoordeelt een idee op de kwaliteit, niet op de afzender. En zelf werk ik met alle onderdelen van de maatschappij. Als het op de bescherming van het gezin aankomt ben ik conservatief. Als het om sociale rechtvaardigheid gaat ben ik niet progressief – maar radicaal. Op het punt van oorlog en vrede ook.

„Ik ben niet links maar onafhankelijk. Maar voor de veertig miljoen armen in dit land sluit ik geen compromissen. Mijn hoop is dat we er in dit land ooit in zullen slagen de tradities van Billy Graham en Martin Luther King te verbinden. Dat we de Crusades [stadion- of straatacties, red.] die Billy Graham hield om mensen tot Jezus te brengen, zullen organiseren om, zoals King deed, de regering te confronteren met de noodzaak van meer sociale rechtvaardigheid.”

Tom-Jan Meeus’ verkiezingsweblog: nrc.nl/race08