Structurele problemen bij VWA

Bij middelgrote en kleine slachterijen in Nederland is onvoldoende controle op het slachtproces. Er zijn te weinig veeartsen van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) om alle benodigde controles op dierenwelzijn en voedselveiligheid uit te voeren. Ook op de exportverzamelplaatsen, waar vee voor de export wordt samengebracht, is niet altijd voldoende toezicht. Bovendien bestaat er bij controlerende veeartsen onduidelijkheid over de exacte betekenis van de regels voor dierenwelzijn.

Dit zijn de belangrijkste conclusies van de Belgische expert Piet Vantemsche die op verzoek van minister Gerda Verburg (Landbouw, CDA) de VWA heeft doorgelicht. „Ik ben nog niet gerustgesteld”, aldus Verburg bij de presentatie van het rapport gisteren, „maar ik heb wel het vertrouwen dat alle problemen nu boven tafel zijn”.

De minister zei nieuwe maatregelen in te zullen voeren om veeartsen in de toekomst efficiënter te laten werken. Verburg liet weten vliegende brigades in te zullen gaan voeren om onverwachte keuringen uit te voeren. De VWA krijgt voortaan de bevoegdheid om te bepalen wanneer slachthuizen wel of niet mogen slachten. Nu kondigen slachthuizen aan wanneer zij beginnen met slachten en moet de VWA hierop inspelen.

Vantemsche stelt dat de VWA grote organisatorische problemen heeft, zoals gebrekkige communicatie en verdeeldheid tussen de delen waaruit de VWA is opgebouwd: de vroegere Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees en de Keuringsdienst van Waren. Verburg wil fors investeren in de werving van nieuw personeel om de huidige tekorten zo snel mogelijk op te vullen. De VWA plaatste onlangs al advertenties voor de werving van veertig dierenartsen.