Siemens-schandaal Griekenland

De Griekse oppositieleider Jorgos Papandreou heeft donderdag twee politici geschorst uit zijn socialistische partij PASOK in afwachting van het corruptie-onderzoek dat tegen hen is geopend. De politici traden op de voorgrond in de regeerperiode van Kostas Simítis (1996-2004).

Oud-minister van Transport Tasos Mandelis zou in 1998 een bedrag ter waarde van vijf miljoen Duitse mark hebben aangenomen van Siemens-vertegenwoordigers in Athene voor het instemmen met een spoorwegcontract, iets wat hij ontkent. Oud-afgevaardigde Theódoros Tsoulákos heeft een jaar later een miljoen mark doorgesluisd naar zijn partij, naar verluidt via een filiaal van ABN Amro in Rotterdam.

Het schandaal-Siemens, door de Wall Street Journal in december jongstleden al „de grootste corruptiezaak uit de geschiedenis van de ondernemingen” genoemd, dateert van 2006. Aan het licht kwam toen dat Siemens op grote schaal leidende figuren uit allerlei landen heeft omgekocht, tot in Nigeria toe. Griekenland gold als een „paradijs”, waar links en rechts met geld is gestrooid om regeringen (vóór 2004 socialistisch, daarna conservatief) en instanties vriendschappelijk te stemmen.

Men richtte zich aanvankelijk vooral op de OTE, de staatsorganisatie voor telecommunicatie, die in 1998 met Siemens in zee ging voor de digitalisering van het bedrijf. In 2004 volgde een contract voor de aanleg van het veiligheidssysteem voor de Olympische Spelen dat twee miljard euro kostte. Twee procent daarvan zou naar „mizes” zijn gegaan, de Griekse term voor „smeergeld”.

Michális Christoforákos, tien jaar Siemensvertegenwoordiger in Griekenland en nu ook aangeklaagd, zou als een soort Sinterklaas zijn opgetreden, naar alle kanten met geld strooiend. De conservatieve afgevaardigde, Kyriakos Mitsotakis, broer van minister van Buitenlandse Zaken Dora Bakoyanni, kwam vorige week al in moeilijkheden toen uitkwam dat hij, via de diensten van deze functionaris met wie hij bevriend was, 140.000 euro had „geleend” voor de technische inrichting van zijn verkiezingsbureau, met Siemens-materiaal uiteraard.

De huidige aanklachten richten zich op figuren uit de regeringsperiode van Simítis (72). Tsoulákos was aanvankelijk diens voornaamste adviseur.