Rook

Op 16 januari 1920 werd in de Verenigde Staten de Volstead Act van kracht en daarmee was de Prohibition, de drooglegging begonnen. Regering en Congres waren tot de conclusie gekomen dat alcohol slecht was voor de mens en dus moest worden verboden. Maar de mens, die dat ook wel wist, lapte de overheid aan zijn laars. Aan deze ongehoorzaamheid hebben we veel te danken. Beroemde gangsters als Al Capone over wie in Hollywood veel films zijn gemaakt, de prachtige televisieserie The Untouchables met in de hoofdrol Eliot Ness, de roman The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald, de hele Roaring Twenties waarin zoals hij heeft geschreven „the parties were bigger, the pace was faster and the morals were looser.” Nog veel meer, en vooral ook de speakeasy, het geheime dranklokaal dat al gauw het centrum werd van alles wat niet mocht. Corruptie, striptease, wat we in Nederland noemen hoeren en snoeren. ‘Een losbandig leven leiden’ volgens Van Dale. Op het toppunt van zijn carrière had Al Capone tienduizend speakeasies onder zijn beheer.

Nu kreeg ik deze week een brief van de heer J. K. de Nijs, de manager van Hajenius, de onder sigarenrokers wereldberoemde winkel aan het Rokin. „Hajenius is trots dat zij als dé sigarenautoriteit van Nederland een rooksalon realiseert in het historisch winkelpand. P. G. C. Hajenius speelt hiermee in op de nieuwe tabakswet die ingaat per 1 juli 2008. De rooksalon zal worden gebouwd in stijl met het historische art-deco interieur uit 1913. Het blijft voor alle klanten en bezoekers van Hajenius mogelijk om in de winkel te blijven genieten van hun sigaren en rookwaar. Sterker nog, Hajenius nodigt alle levensgenieters van Nederland uit om gebruik te maken van deze prachtige rookfaciliteit. Dit nieuwe initiatief van Hajenius sluit perfect aan bij het motto van de oprichter, Pantaleon Hajenius: ‘Onthoud mijn erfgoed en houd het levend.’ (-) Vanaf 1 juli biedt Hajenius een nieuwe service aan deze levensgenieters.”

Proza dat er niet om liegt. Ieder verbod wordt ontdoken, omzeild, getrotseerd, genegeerd en dat zal ook voor het rookverbod gelden. Hajenius wordt de eerste rook-speakeasy van Amsterdam. Geroutineerde beroepslevensgenieters willen bij hun Monte Christo, Partagas, Cohiba (Cubaanse sigaren) graag een glaasje cognac. Daarvoor zou de rooksalon een tapvergunning nodig hebben. Of je neemt de drank zelf mee, in zo’n speciale fles die in je achterzak past. Waar een wil is, is een weg.

In Parijs is na de invoering van het rookverbod het terras tot nieuwe bloei gekomen. Er waren al veel terrassen met warmtepalen, straalkachels die boven je hoofd gloeien en een behagelijke warmte verspreiden. Aan de Place St. Michel en de Place de l’Odéon kun je desnoods midden in de winter lekker eten, drinken en roken. Of dat bij ons straks ook mogelijk is, weet ik niet. In horecakringen hoorde ik dat die apparaten zwaar zullen worden belast, omdat ze veel CO2 uitstoten, en ook de dampkring moet gezond blijven.

De enige stad waar, voorzover ik weet, het rookverbod bijna volledig wordt gehandhaafd is New York. Daar zijn de fundamentalisten dan ook al een jaar of twintig geleden begonnen met het rijp maken van de geesten. Dit heb ik al eens verteld maar omdat het een tafereel van een zo hartverscheurende genadeloosheid was, doe ik het nog eens. Het gebeurde in Mullens Pub, een Iers café aan de Zevende Avenue. Inmiddels opgeheven. Ik was daar toen middernacht het rookverbod van kracht werd. Jim, de ober, griste alle asbakken van de tafeltjes en gooide ze in een plastic zak. Bij wijze van verzetsdaad stak ik nog een sigaret op. Hij ging voor me staan. Zijn anders zo vriendelijke gezicht straalde helse woede. Doof die sigaret! Nu! Of ik gooi je eruit. Voor de rokers die nu naar New York gaan: ik weet nog twee plaatsen waar je je aan je genot kunt overgeven. Op het smalle terrasje van restaurant Restivo, hoek 22ste Straat en Zevende Avenue, en aan de eerste twee tafeltjes op het terras van de Empire Diner, aan de Negende Avenue vlakbij de 23ste Straat. Hou dit geheim!

Als de antirookbeweging op dezelfde voet verder gaat, is binnen één generatie de tabak uit de westerse beschaving verdwenen. Voor degenen die in de geur van brandende tabak zijn opgevoed, moeten er rook-speakeasies komen. Ik stel me er dit bij voor: een donkerbruine café-achtige ruimte (zoals minister van gezondheid Vorrink destijds de eerste blowcafés noemde) met een jukebox. Daarin veel muziek uit de jaren vijftig (Bill Haley, Rock Around the Clock) en zestig (Procol Harum, A Whiter Shade of Pale), nog het een en ander uit latere decennia maar geen house en hiphop. Jazz van alle tijden, bebop, graag ook iets van Ella Fitzgerald. We hoeven daar geen losbandig leven te leiden. Van tijd tot tijd een sigaret opsteken en een eind weg lullen en dan weer tevreden naar huis waar we ook gewoon mogen roken.

En ik weet dat het heel slecht voor de gezondheid is. Jongens en meisjes, begin er niet aan. Nooit!