Origineel oranje

Al lang voor het begin van het EK voetbal kleurde Nederland oranje. Het is de nieuwe modekleur in architectuur en vormgeving.

Vijf woningen onder één dak in Overgooi, Almere, ontworpen door Next architects Foto Maurice Boyer Oranje woningen in Almere-Overgooi Foto NRC H'blad Maurice Boyer 080612 Boyer, Maurice

Telkens als het Nederlands voetbalelftal meedoet aan een WK of een EK, bijna elke twee jaar dus, kleurt Nederland oranje. Gebouwen en zelfs hele wijken zijn gedurende enkele weken oranje geschilderd of met oranje plastic overdekt. Maar de afgelopen jaren kleurde Nederland ook tussen de WK- en EK-weken al oranje. Oranje is een modekleur geworden in architectuur en vormgeving.

Waarmee een mode precies begint, is altijd moeilijk te zeggen. Mode is tenslotte ‘iets wat in de lucht hangt’ en zich zonder afspraken plotseling tegelijkertijd op verschillende plekken voordoet. Maar in het geval van de oranjemode, die zich overigens ook al in de jaren zeventig voordeed, is er wel één gebouw aan te wijzen dat als begin van de oranjetrend te beschouwen is: het woonwerkgebouwtje dat het Rotterdamse bureau MVRDV in 2001 ontwierp voor het grafisch vormgeversechtpaar met de artiestennaam Thonik.

Meer dan een doosje van twee etages is dit gebouwtje niet. Het staat op het binnenterrein van een Amsterdams woningblok van omstreeks 1900. Het is zo gewoon dat het onopgemerkt zou zijn gebleven als het niet van top tot teen knaloranje was. Volgens Thonik ging het hier om een doodnormale kleur, maar de omwonenden dachten daar anders over. Omdat ze niet voor altijd dagelijks met voetballol wilden worden geconfronteerd, begonnen ze een actie tegen het Thonik-gebouwtje, die na jarenlang gesteggel uitmondde in het overschilderen van de kantoorwoning in punkgroen.

Ondanks of, waarschijnlijker, dankzij de rel over het oranje Thonik-gebouwtje, gingen meer architecten en vormgevers oranje gebruiken. Eerst aarzelend en met mate, maar de laatste drie, vier jaar met steeds minder schroom. NL Architects liet in 2003 de vloer van het komvormige terras van hun ‘Basketbar’ op de Uithof in Utrecht oranje schilderen. Drie jaar later deden ze hetzelfde op veel grotere schaal bij A8ernA, de ruimte onder de snelweg in Zaandijk die naar een ontwerp van hen werd heringericht. Ook de vloer van een van de binnenhoven van het dit jaar opgeleverde La Grande Cour, een nieuw woningcomplex aan de Westelijke IJ-oevers in Amsterdam, is oranje.

Niet alleen vloeren kleuren steeds vaker oranje. De door Bart Vos ontworpen vuurkorf en barbecue in één is een soort olieton die de fabrikant TULP ook levert in ‘fris, hip oranje’. Wie nu het spiksplinternieuwe gebouw van Norman Foster aan de Zuidas in Amsterdam binnenloopt, wordt ontvangen door receptionisten achter een grote oranje balie. VVHK Architecten liet de wanden en trappen binnen in de Brede School in Leidschendam oranje schilderen. De nieuwe toneeltoren van de Stadsschouwburg in Amsterdam wordt oranje, met een blauw raster eroverheen. UN Studio hulde het exterieur van het nieuwe theater van Lelystad in 2007 zelfs van onder tot boven in verschillende oranjetinten. En in de andere nieuwe polderstad, Almere, gaf Next Architects onlangs een blok van vijf woningen in de villawijk Overgooi een egaal oranje buitenkant.

Net als het Thonik-gebouwtje roept het Almeerse oranje blok heftige reacties op van omwonenden. Verschillende huizenbezitters in Overgooi, waar tot nu toe vooral keurige traditionele villa’s zijn gebouwd, storen zich aan het gebouw dat dankzij de kleur zelfs zichtbaar is vanuit Huizen, aan de overkant van het Gooimeer. Maar ook volgens Michel Schreinemachers, een van de Next Architects, is oranje helemaal geen rare kleur. „Als je door de Noordoostpolder rijdt, zie je overal om je heen boerderijen met van die gigantische oranje pannendaken in het weiland staan”, zei hij onlangs in Het Parool.

Maar een gewone kleur is oranje natuurlijk niet. Het is een kleur waaraan kleurgeleerden bijzondere eigenschappen toekennen. De Duitse dichter/schrijver Goethe schreef in zijn beroemde, maar later grotendeels onjuist gebleken kleurenleer, dat van oranje een stimulerende werking uitgaat. Natuurgenezers gebruiken de kleur daarom om verschillende aandoeningen, zoals anorexia, tegen te gaan. Ook het bestuur van het Martini Ziekenhuis gelooft in de helende werking van oranje en hulde daarom een deel van het interieur in oranje. Maar er zijn ook experts die beweren dat oranje juist ‘existentiële angst’ en een gevoel van Unheimlichkeit oproept.

Vast staat eigenlijk alleen dat oranje vaak wordt gebruikt om een signaalfunctie te geven. Stoplichten springen op oranje en wegarbeiders hullen zich in oranje hesjes om op te vallen. Ook Schreinemacher bleek zich in Het Parool hiervan wel degelijk bewust. Hij had verschillende kleuren overwogen voor het oranje blok in Almere, vertelde hij. Maar zwart vond hij ‘te somber’ en wit ‘te modernistisch’, hoewel zijn blok verder helemaal modernistisch is. Groen was niet geschikt ‘omdat er veel bomen in de buurt staan’, en rood was ‘te onorigineel’. „Het gebouw moest wel een beetje smoel krijgen”, zei hij en daarom werd het oranje.

Uiteindelijk bleek ook voor Schreinemacher oranje dus toch een rare kleur. Met een gewone kleur geef je een gewoon modernistisch gebouw tenslotte geen smoel. Ook onthulde Schreinemacher met zijn opmerkingen iets over de werking van mode. Wegens oorspronkelijkheid koos hij voor oranje. Maar met Schreinemacher vinden nu zo veel architecten en vormgevers oranje een originele kleur, dat het mode is geworden.