Ontstekingseiwitten houden goedaardige tumoren in toom

In darmkankercellen met uitzaai-activiteit (kleuring in linker rij) mist de uitzaai-onderdrukker il-8 (kleuring rechts). fotos cell

Moedervlekken en andere goedaardige tumoren kunnen uitgroeien tot kwaadaardige. Dat gebeurt echter lang niet altijd. Onderzoekers van het Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam, samen met collega’s van Sanquin en het VU Medisch Centrum hebben ontdekt hoe die goedaardige gezwellen in een soort winterslaap (senescentie) raken. Daarbij valt de celdeling stil en kankergroei blijft uit. Diverse ontstekingseiwitten spelen er een cruciale rol bij (Cell, 13 juni).

Senescentie is een recent ontdekt proces in de regulatie van kankergroei. Het bestaat naast gereguleerde celdood (apoptose) die voorkomt dat beschadigde cellen zich tot kankercellen ontwikkelen. Zoals veel cytostatica apoptose opwekken, is het denkbaar dat er ook medicijnen ontwikkeld kunnen worden die potentiële kankercellen in slaap sussen.

Voorlopig is alleen bekend dat een tumorcel die door DNA-beschadiging ontstaat, goedaardig blijft als er senescentie in optreedt. Om te bepalen waarin dergelijke tumorcellen verschillen van soortgenoten die zich wel kwaadaardig ontwikkelen, voerden de onderzoekers een genetische analyse uit. Daarbij werden 24 genen gevonden die in de slapende cellen wel en in de kankercellen niet actief zijn. Die genen bleken vooral te coderen voor signaalstoffen die betrokken zijn bij ontstekingsreacties, zoals de interleukinen 6 en 8. Als de onderzoekers in goedaardige tumorcellen het gen voor interleukine 6 (IL-6) stillegden, ontwaakten deze uit hun winterslaap. Omdat ook de receptor voor IL-6, die de cellen gevoelig maakt voor dit interleukine, sterk toeneemt tijdens de senescentie, vermoedden de onderzoekers dat IL-6 onmisbaar is voor het opwekken van de winterslaap-toestand en het vasthouden daarvan.

Voor de verhoogde expressie van het IL-6 is ook de transcriptiefactor C/EBP-bèta nodig. Een transcriptiefactor is een eiwit dat helpt om bepaalde genen te activeren. Remming van C/EBP-bèta in slapende cellen bracht de celdeling opnieuw op gang en leidde ook tot een scherpe afname van IL-6. Het omgekeerde geldt echter ook: het wegvangen van IL-6 verlaagt de C/EBP-bèta-activiteit.

De onderzoekers concluderen dan ook dat er een positief feedbackmechanisme tussen IL-6 en de transcriptiefactor bestaat. C/EBP-bèta wordt actiever, wat onder meer tot een verhoogde vorming van IL-6 leidt. Deze stof is op zijn beurt weer nodig om de werking van C/EBP-bèta in stand te houden. De reactie houdt zichzelf daarmee in stand. Dat C/EBP-bèta ook een rol speelt bij andere ontstekingseiwitten als IL-8 past mooi in dit plaatje. Deze resultaten werden weliswaar gevonden in celkweken, maar worden bevestigd door onderzoek van darmtumoren met zowel actief delende als slapende cellen. Huup Dassen