Mohanned Mallah

Man maakt T-shirt dat bij zijn baard past.

Mike Mallah in de metro Foto Margriet Oostveen Oostveen, Margriet

Het was warm, de stroom was die dag een paar keer uitgevallen en op metrostation Dupont Circle was een brandje geweest. Twee haltes verderop stonden honderden wachtenden. Dat is nooit prettig en zeker niet in Washington, waar ik eens mensen de roltrap naar beneden op zag rennen toen iemand een tas pal voor het afstapje had laten staan.

Toen kwam Mike in zicht en hij zag eruit als de klassieke terrorist, met zijn lichtbruine huid, baardje, snor en van die kleine, borende ‘dood aan Amerika’ kraaloogjes – zijn woorden.

Wie in bijna zeven jaar gewend raakt aan het van top tot teen worden bekeken, krijgt het bestudeerde naturel van een filmster. Onder die omstandigheden kun je net zo goed een leuk T-shirt aantrekken om de mensen een beetje op te vrolijken, vindt Mike, die overigens werd geboren als Mohanned Mallah maar zijn naam veranderde, omdat hij het beu werd steeds te moeten zeggen: „Nee, niet Mohammed. Mo-han-ned. Met twee keer ‘n’.”

Dus Mike Mallah wandelde het stampvolle perron van Metro Center op en hij had een T-shirt aan met de tekst: ‘Not a Terrorist’.

Ik leek de enige die hard in de lach schoot en vroeg of hij op de foto wilde. De volgende dag stuurde hij meteen een e-mail, want Mike is ook een netwerkende zakenman, zij het nog niet zo’n erg goede. Hij had het T-shirt zelf laten drukken, vertelde hij toen we afspraken, 650 exemplaren ter waarde van 5000 dollar, zo veel als zijn creditcardlimiet toestond. Mike wil binnenlopen, het geld is voor zijn moeder. Hij dacht dat er wel heel veel mannen zouden zijn die net als hij „een T-shirt zoeken dat bij hun baard past”. Maar hij heeft er pas vijfendertig verkocht.

Hij komt uit een Palestijnse familie. Zijn ouders moesten als kind hun dorp bij Ramallah verlaten, omdat er Canadese Joden kwamen wonen. Ze kwamen terecht in Jordanië, later studeerde zijn vader voor elektrotechnisch ingenieur in Berlijn. Daarna is hij met Mikes moeder in Koeweit gaan wonen, waar het hun voor de wind ging. Mike werd in 1984 geboren, een zorgeloos kind van de gegoede middenklasse.

Toen hij vijf was, viel Irak Koeweit binnen. De familie moest halsoverkop vertrekken. Met twee koffers en vijfhonderd dollar reisden ze naar Amerika, waar ze een professor kenden in North Carolina die hen op weg zou helpen.

Hij herinnert zich het in slaap vallen, bij het getik van zijn vader, die avond aan avond sollicitatiebrieven zat te schrijven op interessante vacatures in zijn vakgebied. Maar de ingenieur die vijf talen sprak, werd steeds als ‘overgekwalificeerd’ afgewezen.

Hij herinnert zich hoe zijn vader de moeite nam om ’s ochtends om vijf uur zijn schoolprojecten in elkaar te helpen lijmen, voordat hij naar één van zijn vele baantjes ging. Elektricien bij IBM. Pizzakoerier.

Vaders worden weerlozer, naarmate je zelf ouder wordt. Zijn vader was kaal. En hij droeg altijd een haarstukje, glimlacht Mike. „De laatste keer dat ik hem zag, droeg hij het niet. En hij had ook nog een oranje korte broek aan.”

Mike was toen tien jaar. Het was 1995, zijn vader had de hoop op werk in zijn vakgebied intussen opgegeven en een buurtwinkel gekocht. Het begon de familie financieel weer wat beter te gaan. Ze hadden hun eerste vakantie sinds hun aankomst in Amerika gepland, ze zouden een reisje naar Disney World maken.

Mike speelde dodgeball met een vriendje achter het huis toen zijn zusje hem binnen riep. Zijn moeder stond met de telefoon in haar handen. Ze hadden haar verteld dat haar man in de winkel was neergeschoten en beroofd.

Hij herinnert zich hoe ze naar de eerste hulp gingen en hij op de gang moest wachten op de operatie, hoe ze zijn moeder na een uur in een kamertje brachten en hoe zij daar begon te gillen.

Het halve jaar daarna heeft zijn moeder hen gekleed en gevoed, terwijl ze er niet leek te zijn, zegt Mike, ze hallucineerde. Daarna zijn ze naar de winkel gegaan – drie zussen, zijn moeder, Mike. Ze hebben alles afgestoft. Zijn moeder is achter de toonbank gaan staan. En daar staat ze nu nog. Al die tijd, zeven dagen per week, van zeven uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds. En nu studeren al haar kinderen.

Mike wordt traumachirurg, hij werkt al op de spoedafdeling van een ziekenhuis, wat volgens hem de mooiste plek op aarde is. Hij zegt daar bedachte dingen bij: alle mensen zijn gelijk als ze eenmaal op een brancard liggen, je kunt er levens veranderen.

Hij meent het. Ook staat hij natuurlijk gewoon zijn vader te redden, Mike Mohanned Mallah, de antiterrorist.