Kernenergie blijft de olifant in de kamer

Illustratie Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

Redacteur NRC Handelsblad

De wereld is groot en verwarrend, maar Nederland staat er niet alleen voor. Ook Britten heffen soms de handen ten hemel. In het al jaren bestaande BBC-programma Question Time, deze week te gast in Portsmouth, ging het onder meer over de hoge brandstofprijzen. Hilary Benn, de milieuminister, gaf zomaar toe dat het een illusie is dat de politiek invloed heeft op de brandstofprijs. Zelfs in het Verenigd Koninkrijk.

Dat is in Nederland niet anders, behalve wanneer de accijns op diesel met drie cent wordt verhoogd. Het was een maatregel van het jonge kabinet-Balkenende IV om het milieu te dienen, maar nu de grondstofprijs van brandstof zo sterk is gestegen, de inflatie aanwakkert en de economie afremt, voelt de transportsector die verhoging per 1 juli als een klap in de nek.

De minister van Financiën heeft gezegd dat de accijnsverhoging doorgaat, maar dat gold ook voor de btw-verhoging, die nu toch weer ter discussie staat. Kortetermijnoverwegingen winnen het vaak van algemeen beleden grotere doelen, zoals het terugdringen van CO2-uitstoot. Met dat in het achterhoofd was het vroom lezen in het lang verwachte Energierapport 2008 dat deze week uitkwam.

Het kabinet zegt alle goede dingen. We moeten inzetten op duurzame energie, de uitstoot van broeikasgassen moet omlaag, alle vormen van schone energie moeten naast elkaar worden ontwikkeld, van wind-, tot getijde-, zonne- en biomassa-energie. Kolen en gas blijven belangrijk. Geen enkele optie wordt uitgesloten, zelfs kernenergie niet. Het kabinet gaat daarvoor drie scenario’s uitwerken, variërend van weg met Borssele tot en met nieuwe centrales bouwen.

In het regeerakkoord staat dat de Zeeuwse centrale open blijft, maar dat ‘tijdens deze kabinetsperiode geen nieuwe kerncentrales worden gebouwd’. Aangezien zo’n centrale niet in een paar jaar wordt gebouwd, is die afspraak door iedereen uitgelegd als verbod op besluitvorming. Net zoals de AOW-leeftijd, de aftrekbaarheid van hypotheekrente, een EU-referendum, medisch-ethische zaken en onderzoek naar deelname aan de oorlog in Irak op de lijst van radioactieve onderwerpen werden bijgeschreven.

‘De Politiek’ bevriest graag onderwerpen waarover men het niet eens is of parkeert ze in commissies. Dat levert uitstel van ruzie op, soms overbodigverklaring van conflict. De commissie-Bakker, die een dreigende crisis over versoepeling van het ontslagrecht onschadelijk moest maken, zegt nu dat er straks veel te weinig werkenden zullen zijn. De kunst is binnenkort werknemers te krijgen, niet ze te ontslaan.

De vraag is gerechtvaardigd of een dergelijke onttovering van het energievraagstuk niet ook dringend geboden is. Nederland is al jaren zwaar verdeeld over alles dat te maken heeft met energie. Zolang er nog steeds meer gas onder Groningen werd gemeten, leek het ongevaarlijk de discussie te rekken. Intussen smelt het poolijs zichtbaar en zijn de meeste burgers en bestuurders er van doordrongen dat die zondags-fietsen en extra-trui-in-de-wintermentaliteit van de eerste oliecrisis zo gek nog niet was.

Weten en doen is niet hetzelfde. Sinds Den Uyl’s profetie dat het nooit meer hetzelfde zou worden, stoppen veel mensen hun wasjes in de droger en vliegen zij drie keer per jaar even de polder uit. De ketels zijn zuiniger geworden, de huizen wat minder lek en langs de kust staan rijen windmolens. Maar Don Quichote is nooit ver weg in deze energiediscussie. Het heeft veel van kerkgang. Maandags rossen we weer het land door voor woon-werkverkeer en malle hobby’s.

De hoge olieprijzen worden de laatste tijd afgeschilderd als een probleem met een positief neveneffect: moeilijk winbare grondstoffen en nieuwe technologieën kunnen nu rendabel ontwikkeld worden. Maar wie het Energierapport en wat er bij hoort, leest, weet dat er nog decennia voorbij gaan vóór we huis en auto met een windmolen en een zonnepaneel draaiend houden.

Het is goed dat het kabinet alle nieuwe energiekansen serieus neemt, maar op één punt houdt het ons en zichzelf voor de gek. Nederland is een van de vuilste energieopwekkers van de Westelijke wereld. Frankrijk een van de schoonste.

Hoe dat komt is simpel: in Frankrijk komt driekwart van de stroom uit kernenergie, in Nederland 9 procent. Daarvan maken we iets minder dan de helft in Borssele, de rest importeren we uit Frankrijk en België.

Nederland is erg milieubewust en heeft daarom de komst van een nieuwe kolencentrale geblokkeerd. Maar Rotterdam voert wel kolen door voor Duitsland, dat er stroom van maakt die ook naar Nederland wordt geëxporteerd. Zelfs met die gewetenszuivere stroom is ons gemiddelde niet zo schoon. Dat lossen we niet op door te blijven praten over energie-eilanden op de Noordzee. Dat is wel boeiend en misschien een belangrijke weg voorwaarts, maar als we echt schoner de industrie en de huiskamer van energie willen voorzien, dan is kernenergie nodig en verantwoord.

Het is in zekere zin moedig dat minister Van der Hoeven van Economische Zaken wil proberen een volgend kabinet besluitrijpe opties voor te schotelen. Maar het klinkt en het leest als regeren in Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Stel dat we ooit weer vrij zijn om te denken: wat zouden we dan doen? Dit land laat zich gijzelen door een irrationele, eenzijdige feel good-verlamming.

De milieubeweging en links in de Tweede Kamer, met minister Cramer (Milieu) als vooruitgeschoven post in het kabinet, zijn het aan hun hart voor de goede zaak verplicht hun verstand van het slot af te halen. Het afvalprobleem van kernenergie is beheersbaar en daardoor veel kleiner dan het steeds meer onbeheersbare klimaatprobleem.

Tot iedereen zijn zonne-energie met een antenne uit de lucht plukt, moeten we een paar decennia dankbaar gebruik maken van kernenergietechniek die sinds Harrisburg en Tsjernobyl een stuk verder is gekomen.

Het nucleaire taboe is wat men in goed Engels noemt ‘de olifant in de kamer’ van het Nederlandse energiebeleid. Iets wat iedereen weet en negeert. De coalitievrede is wat waard, maar geen argument als de aarde op het spel staat.

Wilt u reageren? Schrijf de auteur: opklaringen@nrc.nl of neem online deel aan de discussie op www.nrc.nl/chavannes.