Hoorcollege volgen in pyjama

Universiteiten maken massaal webcolleges: ze nemen hoorcolleges op en zenden die uit via internet. Martine Zuidweg

Student-assistent Annemarie Rasschaart geeft op de tu Delftsite webcollege over krachten aan eerstejaars die hun wiskunde moeten bijspijkeren. TU Delft

Stel, je hebt een enorme kater of je ligt met veertig graden koorts op bed. En dat terwijl de docent nu juist vandaag op een rijtje zou zetten wat je moest doen voor het tentamen. Het ligt er een beetje aan wat je studeert, maar als je in de goede hoek zit, kun je dat hoorcollege later nog eens rustig bekijken. Al dan niet in pyjama en met rode snotneus. Geen mens die je ziet tijdens een onlinehoorcollege.

In het hoger onderwijs worden steeds meer hoorcolleges opgenomen en uitgezonden via internet. De Universiteit van Amsterdam (UvA) heeft nu zo’n 450 hoorcolleges online, de Wageningen Universiteit 1.500, de TU Delft ongeveer 3.000, de Hogeschool van Amsterdam 200 en de Vrije Universiteit (VU) zo’n 60. “We staan aan de vooravond van een massale invoering van webcolleges” , zegt Maaike van Leijen-De Vos, coördinator onderwijsvernieuwing aan de UvA. De UvA heeft met Wageningen, de VU en de Amsterdamse hogeschool een handleiding gemaakt voor invoering en hergebruik van webcolleges.

De Universiteit Utrecht (UU) heeft het afgelopen jaar ook met webcolleges geëxperimenteerd. Een kleine vijfhonderd studenten hebben na afloop een enquête ingevuld. Ze zijn blij met de voorziening, blijkt uit die enquête. Er is veel gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de opnamen te bekijken. Op de stelling ‘Ik zou willen dat alle hoorcolleges in alle cursussen voortaan worden opgenomen’ zei 83 procent ‘mee eens’.

De grootste angst van docenten en hoogleraren, dat hun collegezaal zou leeglopen, blijkt ongegrond. Het bezoek aan de hoorcolleges liep niet terug. Studenten gebruiken het webcollege als een aanvulling op het hoorcollege. “Weblectures geven studenten de mogelijkheid om bepaalde delen van het hoorcollege nog eens terug te kijken, in hun eigen tempo, aantekeningen aan te scherpen, de stof nog eens door te nemen en zich voor te bereiden op het examen”, zegt Keith Russell, ICT-coördinator bij sociale wetenschappen van de UU. Hij schrijft nu in opdracht van de centrale ICT-afdeling een voorstel voor grootschalige invoering van webcolleges op zijn universiteit.

Uit een evaluatie van de UvA blijkt dat studenten vooral vlak voor hun tentamen hoorcolleges willen terugzien. “We zien de userstatistics dan omhoog schieten”, zegt Van Leijen-De Vos. Webcolleges blijken ook waardevol voor studenten met bijvoorbeeld dyslexie en een concentratiestoornis als ADHD. Zij vinden het soms lastig om een hoorcollege te volgen en tegelijk aantekeningen te maken. Door op een ander moment het hoorcollege nog een keer te zien, kunnen ze beter volgen wat is besproken. “We hadden ons aanvankelijk helemaal niet op deze groep gericht”, zegt Russell. “Maar van de 500 studenten die we enquêteerden gaven 25 studenten aan dat ze een functiebeperking hebben. Dat is dus wel een groep om rekening mee te houden.”.

Van de sceptische houding van docenten, ‘het gaat zo toch ook prima’, bleek na afloop van de pilot in Utrecht weinig meer over. De vraag of ze volgend studiejaar weer willen meewerken aan webcolleges wordt door iedereen bevestigend beantwoord. Maar je wordt wel kwetsbaar, zo open en bloot op video, merkten docenten. De colleges van Jo Hamers, hoofddocent bij sociale wetenschappen aan de Universiteit Utrecht, zijn er beter door geworden, zegt hij zelf. “Je gaat toch beter op je woorden letten, je probeert zo compact mogelijk over te brengen wat je wilt vertellen, want je weet dat dit allemaal gezien wordt. Ik let er nu ook op dat het ene hoorcollege precies aansluit op het volgende. Eigenlijk bereid ik m’n hoorcolleges dus zorgvuldiger voor.” Hamers is na het zien van zijn colleges op internet ook meer op zijn houding gaan letten. En zijn studenten blijven gewoon komen, alleen al vanwege het sociale contact met hun medestudenten. “Studenten gebruiken de opnames echt additioneel. Je onthoudt iets op beeld nou eenmaal beter als je het al hebt gehoord in de zaal.”

Ook aan de TU Delft, koploper op het gebied van digitale hoorcolleges, staan docenten niet voor halflege zalen. Al zouden de webcolleges best een klein deel van de lessen kunnen overnemen, zoals dat in de VS wel gebeurt, zegt Leon Huijbers, manager multimedia services van de TU Delft en net terug van een congres over ICT en onderwijs in de VS. “Het maakt tijd vrij voor verdieping, voor meer persoonlijk contactonderwijs.”

De TU Delft heeft zo’n 3.000 hoorcolleges online (de meeste op blackboard, een afgeschermd stukje universitair internet) en dat groeit met 200 per maand, zegt Huijbers. De camera’s worden bemand door studenten die van het uitzendbureau op de campus een vergoeding krijgen. “De volgende stap is leerobjecten op maat maken, hapklare brokken die studenten op internet kunnen raadplegen.” Die hapklare brokken zijn er al voor eerstejaars van wie de middelbare schoolkennis van wiskunde ontoereikend is. Van hun docent krijgen ze een link, op internet horen ze dan de docent een som uitleggen, terwijl hij die som handmatig uitwerkt. Aan de rechterkant op het scherm staat de formule. Er wordt veel naar gekeken, zegt Huijbers, net als naar de webcolleges. “Het aantal hits groeit met 15.000 per maand.”