Hoe meer religie, hoe slechter de schoolprestatie

Volgens onderwijssocioloog Jaap Dronkers beïnvloedt godsdienst de leerprestaties negatief. Maar een goede verklaring vergt nader onderzoek.

Jaap Dronkers Foto Freddy Rikken Onderwijssocioloog 28/11/2005 Foto Freddy Rikken Dhr.J.Dronkers Amsterdam Rikken, Freddy

Migrantenkinderen van Chinese afkomst doen het in West-Europa, Australië en Nieuw-Zeeland beter in het onderwijs dan kinderen met een islamitische achtergrond.

Dat concludeert onderwijssocioloog Jaap Dronkers van het Europees Universitair Instituut in Florence. Hij baseert zich op onderzoek waarvan hij de resultaten volgende week presenteert op een congres in het Duitse Berlijn.

Chinezen zijn slimmer dan moslims?

„Het ligt natuurlijk genuanceerder. Ik heb kinderen van migranten beoordeeld op basis van 51 variabelen die hun schoolprestaties mogelijk beïnvloeden, voortbordurend op eerder onderzoek.

„In dit regressiemodel zitten individuele kenmerken, zoals de sociale klasse van de ouders, hun maatschappelijke status en hun opleidingsniveau, en de taal die ze thuis gebruiken.

„Ook zijn er maatschappijvariabelen van herkomst- en bestemmingsland, zoals bruto nationaal product per hoofd van de bevolking, de bestedingen aan onderwijs, politieke stabiliteit, individualisme, vrijheidsrechten – om maar wat te noemen.

„De grootste correlatie met onderwijsprestaties trad op bij religie. Chinese immigrantenkinderen doen het niet beter omdat ze slimmer zijn, maar omdat in het land waar hun ouders vandaan komen geen dominante religie bestaat.”

Kinderen met ouders uit moslimlanden doen het het slechtst in het onderwijs.

„Ja, dat volgt uit de berekeningen.”

Misschien zijn er andere factoren dan religie in het spel?

„Nou, er zitten zoveel bekende factoren als mogelijk in het model.”

Misschien presteren kinderen met ouders uit islamitische landen minder goed doordat ze stelselmatig armere ouders hebben die lager zijn opgeleid?

„Dat effect zit in het model. En het is zeker van invloed. Maar als je verder alle variabelen constant houdt, doen immigrantenkinderen van even laaggeschoolde en sociaal zwakke Koreanen, Filippijnen en Vietnamezen het beter dan kinderen van migranten uit moslimlanden. Het moet dus met de islam te maken hebben.”

Misschien is het de Arabische cultuur?

„Nee, want ik vind het effect ook bij kinderen uit Pakistan.”

Moslims zijn dommer?

„Dat is natuurlijk onzin. Maar wat er precies aan de hand is, daar moet nog onderzoek naar worden gedaan.”

U heeft geen enkel idee?

„Mijn onderzoek wijst naar drie mogelijke verklaringen. De eerste is dat moslims zich sneller gediscrimineerd voelen en daardoor minder goed presteren in het onderwijs. Uit eerder onderzoek blijkt dat Chinezen juist harder gaan werken als ze zich gediscrimineerd voelen, terwijl moslims zich dan in hun eer aantast voelen waardoor ze zich verzetten.

„Een tweede verklaring zou kunnen zijn dat de ideeën die moslims hebben over de verhouding tussen man en vrouw, en de relevantie die ze hechten aan de eer van de familie, in de weg staan van individuele ontplooiing. Die is belangrijk voor succes in moderne samenlevingen.

„En dan is er mogelijk nog sprake van het gastarbeidereffect.”

Het gastarbeidereffect?

„Daar bedoel ik mee dat de meeste kinderen met ouders die uit moslimlanden komen, in de onderzochte landen kinderen zijn van gastarbeiders. Die zijn vanuit de sociaal-economisch zwakste binnenlanden van Turkije, Algerije en Marokko naar West-Europa gehaald.

„Een normaal migratiepatroon is dat kansarmen vanuit rurale gebieden eerst binnen hun eigen land naar meer urbane gebieden migreren, en dan pas een overstap maken naar het buitenland.

„In de jaren zeventig van de vorige eeuw hebben we wat dat betreft een tegennatuurlijke migratiestroom op gang gebracht. ”

Immigranten uit islamitische landen waren destijds nog niet ‘klaar’ om naar West-Europa te migreren?

„Zo zou je het kunnen zeggen. Als bewijs voor die stelling kan je aanvoeren dat migrantenkinderen van ouders die uit een moslimland komen en een hoge sociaal-maatschappelijke status hebben, niet slechter presteren in het onderwijs in hun bestemmingsland dan immigrantenkinderen met ouders uit niet-islamitische landen.”

Het opleidingsniveau van ouders is dus tóch bepalend. Niet religie.

„Nee. Het effect van een hoge ouderlijke opleiding op onderwijsprestaties is alleen sterker dan het islameffect.”

Laagopgeleide ouders uit moslimlanden belijden wellicht een andere variant van de islam dan hogeropgeleide moslims?”

„Dat zou ook nog kunnen.”

Is het niet gevaarlijk om zo te speculeren over de oorzaken?

„Wat ik heb gevonden, is deels al in ander onderzoek bevestigd.

„Overigens is het ook zo dat migrantenkinderen van ouders uit christelijke landen het slechter doen dan migrantenkinderen van ouders uit een land zonder dominante religie.”

Hoe meer religie, hoe slechter de schoolprestaties.

„Ja. Als je het confucianisme geen religie noemt.”

U schrijft in uw onderzoek dat het eigenlijk niet zoveel uitmaakt wat bestemmingslanden aan beleid voeren ten behoeve van immigranten.

„Dat zeg ik niet. Ik zeg dat de religie in het herkomstland van de ouders in mijn model sterker correleert dan al het beleid gericht op immigranten in het bestemmingsland.”

Dat is politiek gevoelige materie.

„Dit is mijn werk. Om ongelijkheid in de maatschappij te verklaren. Niet om de kop in het zand te steken.”

    • Japke-d. Bouma