Hoe de verloedering van ons onderwijs destijds begon

Jaren geleden was mijn vrouw onderwijzeres op een tweemansschooltje in het lager onderwijs. De bovenmeester was nog een klassieke SDAP-onderwijzer: hij pikte de intelligentere leerlingen uit de zesde klas (groep 8 heet dat nu) eruit om hen afzonderlijk klaar te stomen voor een hoger voortgezet onderwijs dan in het dorp gebruikelijk was. Het was voor deze leerlingen dus een zaak van eerder komen, langer blijven, extra huiswerk. Hij deed dit belangeloos, behoudens dat hij wilde waken over de reputatie van zijn school.

Voor mijn vrouw lag dat anders. Wilde zij in haar functie kunnen blijven, dan moest zij haar hoofdakte halen. Inmiddels heette dat het volgen van een applicatiecursus. Deze werd gegeven door een aardige, modernistische man, die begon te zeggen dat niemand zich zorgen hoefde te maken: hij gaf de cursus, maakte de examens en corrigeerde ze zelf. Kortom: iedereen zou slagen als je maar goed oplette.

Kern van het moderne onderwijs is, aldus de cursusleider, de motivatie van de kinderen. Er ontstond discussie wat dat nou is. De cursusleider dicteerde de definitie van motivatie uit het cursusmateriaal van het ministerie: de actualisering van een latente dispositie.

Ik meen dat de verloedering van het onderwijs met die applicatiecursus moet zijn begonnen.

K. Toxopeus

Giessenburg