Grootste puzzel ter wereld digitaal opgelost

Duitsland werkt al jaren aan het reconstrueren van de archieven van de Oost-Duitse geheime dienst, die vlak voor de val van de Muur werden verscheurd. De computer biedt nu hulp.

Burgers in het Stasi-hoofdkwartier in januari 1990, bij de zojuist verscheurde archieven. Foto Ullstein Demonstration vor dem Haus des Ministerium fr Nationale Sicherheit (MfNS) in der Normannenstrasse in Berlin DDR, in deren Verlauf das Geb„ude gestrmt wurde: Kundgebungsteilnehmer im Keller bei der Begutachtung von Schriftstcken - 15.01.1990 ministerium staatssicherheit stasi zentrale stasi-zentrale stasizentrale mfs ullstein bild - Bildarchiv

Eindelijk is de computer ingezet om de grootste en ingewikkeldste puzzel ter wereld passend te maken: het versnipperde archief van de Oost-Duitse geheime dienst, de Stasi.

Al dertien jaar lang werkt een tiental mensen met geduld en precisie aan het handmatig sorteren en aan elkaar plakken van de vele geheime dossiers die in de nadagen van de DDR door agenten van de toenmalige staatsveiligheidsdienst zijn verscheurd en in zakken zijn gepropt – in een overhaaste poging de bewijzen van hun duistere werk te vernietigen.

De ‘handwerkers’ krijgen binnenkort, als de ontwikkeling van de benodigde software goed verloopt, steun van een computer. De speciaal ontwikkelde software scant de snippers, gaat op zoek naar passende delen en voegt deze digitaal aan elkaar.

„Zo is het misschien mogelijk ons werk, waar we anders nog eeuwen voor nodig hebben, binnen afzienbare tijd te volbrengen”, zegt Joachim Häussler, projectleider virtuele reconstructie van de afdeling ‘Verscheurde Stasi-dossiers’, onderdeel van de Duitse overheidsdienst die de ooit zo gehate Stasi letterlijk in kaart brengt.

Het is inmiddels een bekend verhaal, maar zoals Joachim Häussler zegt: het kan niet vaak genoeg worden verteld. In de DDR, de socialistische arbeiders- en boerenstaat, werd de burgerij op ongekend grote schaal bespioneerd. De Stasi, een afkorting voor Staatssicherheit, had tienduizenden ‘Inoffizielle Mitarbeiter’ in dienst; hulpspionnen uit alle lagen van de bevolking die hun buren, collega’s of desnoods hun eigen partners en familieleden controleerden op subversieve ideeën en activiteiten.

Die spionage leidde tot een enorme archief- en dossieropbouw. Toen in 1989 de Muur viel en de dagen van het communistische regime waren geteld, begon de Stasi met het uitwissen van zijn sporen. De dossiers moesten worden vernietigd.

Alerte burgers wisten dat met een historisch geworden bestorming van het Stasi-hoofdkantoor in Oost-Berlijn, begin 1990, goeddeels te voorkomen. Zij wilden hoe dan ook weten wat de geheime dienst al die jaren in het geniep had opgetekend. Door hun actie werd het grootste deel van het Stasi-archief gered.

„Helaas bleken toch ook veel dossiers versnipperd”, zegt Häussler (54), een boom van een man die sinds jaar en dag aan de reconstructie van de verscheurde dossiers werkt. „Aanvankelijk werden shredders gebruikt, maar die liepen vast. En er waren er te weinig. Vergeet niet dat de Stasi een dienst was die aan dossieropbouw deed, en niet aan dossiervernietiging”.

De Stasi-leiding gaf ten slotte het bevel archiefkaarten en andere dossierstukken met de hand te verscheuren en in zakken te doen. Die gingen naar een pulpverwerkend bedrijf in Eberswalde, waar de snippers tot wc-papier zouden worden verwerkt. „Het valt niet uit te sluiten dat sommige Stasi-dossiers inderdaad toiletpapier zijn geworden”, zegt Häussler. „Van de beruchte DDR-kwaliteit.”

Hoe dan ook, veel zakken met haastig verscheurde dossiers konden alsnog worden veiliggesteld; in totaal circa zestienduizend. Omdat voor de Stasi-archieven grote belangstelling bleek te bestaan, werd besloten ook de snippers weer tot complete dossiers samen te stellen.

Bijna twintig jaar na de val van de Muur komen bij de dienst voor de Stasi-documenten jaarlijks nog ongeveer honderdduizend aanvragen binnen van mensen die hun dossier willen inzien. Häussler en zijn collega’s worden gestimuleerd door dit overweldigende aantal. Ze weten dat ze hun monnikenwerk niet voor niets doen.

In het Beierse Zirndorf bij Neurenberg zijn negen mensen dag in, dag uit bezig met het leggen van de stukjes.

Andreas Petter (35), verantwoordelijk voor deze acribische reconstructie, vertelt dat zijn mensen er sinds 1995 – toen ze begonnen – in zijn geslaagd om van ruim vierhonderd zakken met snippers 900.000 passende dossierbladen te maken. Die zijn ongeordend en nog niet nader geïnterpreteerd. Daardoor valt er vooralsnog weinig uit af te leiden.

„Voor dit werk moet je een hartstochtelijk puzzelaar zijn, anders word je gek”, zegt Petter. Wat zij in de zakken aantreffen zijn snippers van verschillende grootte. „Een archiefkaart kan in vieren zijn gescheurd – dan hebben we het makkelijk. Maar er zijn ook dossiers die heel zorgvuldig in stukjes ter grootte van een halve vingernagel zijn versnipperd. Het is interessant om te zien dat sommige afdelingen van de Stasi meer en zorgvuldiger hebben verscheurd dan andere. Bij de contraspionage bijvoorbeeld is heel veel in heel kleine stukjes gescheurd, net als bij de afdeling die zich bezig hield met het bespioneren van kerk, cultuur en oppositie.”

Petter heeft uitgerekend dat hij en zijn negen puzzelaars bij het huidige tempo nog ruim vijfhonderd jaar nodig hebben om de resterende 15.500 zakken tot volledige dossiers te verwerken. Voor hem is dat geen onbegonnen werk, maar een historische plicht. „We reconstrueren de biografieën van bespioneerde mensen. Die hebben er recht op te weten hoe, door wie en waarom ze destijds in de gaten werden gehouden.”

Maar Petter is er toch wel blij mee dat hij nu technologische ondersteuning heeft gekregen. Vorig jaar besloot de Bondsdag geld vrij te maken voor het proefproject ‘virtuele reconstructie van verscheurde Stasi-stukken’. Hoewel er vertraging en tegenslagen zijn geweest, zijn Andreas Petter en zijn collega Joachim Häussler betrekkelijk optimistisch over de afloop van de proef.

Eind dit jaar kunnen wellicht de eerste snippers tot volledige archiefkaarten en dossiers digitaal worden samengesteld. Als de virtuele reconstructie succesvol is, zouden – „in theorie”, zegt Petter voorzichtig – de duizenden zakken met snippers over vijf à tien jaar weer leesbare stukken kunnen zijn. En dat is toch iets anders dan over vijfhonderd jaar.

De ordening en de interpretatie van de afzonderlijke bladen en kaarten, en de samenstelling tot complete en begrijpelijke dossiers, is een vak apart. „Met dat deel houden wij ons niet bezig, maar het is duidelijk dat dat net zo belangrijk is als ons werk”, zegt Häussler.

Wat verwacht hij uiteindelijk aan te treffen? „Veel van het verscheurde materiaal betreft Stasi-stukken uit de jaren tachtig. Daar kunnen brisante zaken bij zitten. Ik denk dat we nog heel wat informele medewerkers van de Stasi kunnen ontmaskeren.”

Elk stuk dat zij uit de snippers weten samen te stellen, kan door een bespioneerde burger of zijn familie worden ingezien. „Waar het ons om gaat, is de overlevering”, zegt Petter. „En de waarheid. Niet de hele waarheid, maar een deel: het stuk dat op een gereconstrueerde persoonskaart staat.”