Geen donorplicht maar een keuzeplicht

Het is terecht dat het commentaar ‘Wie spreekt, stemt toe’ (NRC Handelsblad, 12 juni) stelt dat iedere burger zich zou moeten buigen over de vraag zich al dan niet als donor te willen registeren. Wat het commentaar echter storend maakt, is de foutieve interpretatie van het ‘actieve donor registratiesysteem’ (ADR), waar het Masterplan Orgaandonatie voor pleit. Twee opmerkingen daarover. Allereerst over de aanname dat de activiteit bestaat uit „de registratie door de overheid die aanneemt de organen van passieve burgers te mogen transplanteren”. Dat klopt niet. In het ADR-systeem kan de burger kiezen uit doneren, weigeren of delegeren aan nabestaanden. Als je niet reageert op het registratieverzoek, word je herhaalde malen uitgenodigd dit toch te doen. Doe je dat niet, dan word je beschouwd als donor. De activiteit van de overheid bestaat er dus uit burgers herhaalde malen op hun verantwoordelijkheid inzake donorschap te wijzen. Er is dan ook geen sprake van donorplicht, maar eerder een keuzeplicht, een dringend verzoek na te denken over deze verantwoordelijkheid en een beslissing te registreren. Een tweede opmerking betreft de suggestie dat het ADR-systeem ten koste gaat van het zelfbeschikkingsrecht. Ook dat klopt niet. Het herhaaldelijk benaderen van burgers met het verzoek een expliciete keuze uit de drie opties te maken, geeft hun juist de gelegenheid het recht om over eigen lichaam te beschikken maximaal uit te oefenen. Mocht iemand moeite hebben met een positieve beslissing, dan kan hij weigeren of een eventuele beslissing – in overleg – delegeren aan naasten. Zoals het commentaar stelt: de burger heeft de verantwoordelijkheid een keuze te maken en zich uit te spreken, de overheid om hem daartoe aan te sporen. Dat het niet reageren op herhaalde registratieverzoeken wordt opgevat als ‘stilzwijgende toestemming’, laat zien dat de overheid zowel het zelfbeschikkingsrecht als donorschap serieus neemt.

Dr. Gert Olthuis

Centrum voor ethiek en gezondheid, Den Haag