Fiscaal poldermodel voor multinationals

Nederland mag geen belastingparadijs voor multinationals worden. Maar er moet wel een manier worden gevonden om bedrijven hier te houden.

Een jaar geleden werd fiscaal Nederland opgeschrikt door de komst van de van oorsprong Engelse activistische groepering Tax justice network (TJN). De oprichtingsvergadering vond niet voor niets in Den Haag plaats. De politiek werd ingewreven dat de multinationals op een stuitende wijze onder hun fiscale verplichtingen uitkomen. En dat onder de ogen van ogenschijnlijk ongeïnteresseerde linkse politieke partijen. Zeker, trustkantoren, belastingadviseurs en multinationals opereerden fiscaal in de schaduw van de publiciteit, om maar niet te zeggen in volstrekte duisternis. Maar het zou van politieke incompetentie getuigen om daar in te trappen volgens TJN.

De linkse politieke partijen en de ChristenUnie hebben inmiddels de handschoen opgenomen. NRC Handelsblad opende eerder dit jaar met de kop ‘Multinationals betalen vrijwel geen belasting’. Prompt riep de Tweede Kamer staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) ter verantwoording. In een soms emotioneel debat verlangde de ChristenUnie dat het kabinet de bijbelse normen op het gebied van belastingheffing ook op multinationals toepast.

De PvdA sneed de SP en GroenLinks met moeite de pas af door een gedetailleerd onderzoek naar de feitelijke belastingafdracht van multinationals te eisen. Dat officiële onderzoek is nu in volle gang. Maar nu al werkt de staatssecretaris aan plannen om de aftrekposten voor multinationals fors in te perken, met name de renteaftrek. Dat is een benadering die buitenlandse bedrijven serieus kan afschrikken om in of via Nederland te investeren.

Volgende week buigt de Kamer met deskundigen uit de wetenschap, het bedrijfsleven en de belastingadviespraktijk zich over de aspecten van het Nederlandse vestigingsklimaat.

En wat doet TJN. Dat congresseerde vorige maand opnieuw, maar ditmaal aan de Amsterdamse Zuidas. Journalisten noch Kamerleden waren uitgenodigd. In stilte werd gediscussieerd met de nieuwe voorzitter van de actiegroep, een voormalig belastingadviseur van advieskantoor PricewaterhouseCoopers.

Activistische geluiden werden nog wel gehoord, maar alleen uit de mond van een geïsoleerde spreker van de Engelse moederorganisatie. Voor het overige ging het om een inhoudelijke dialoog tussen woordvoerders van trustkantoren, Shell, verdragsonderhandelaars van het minister van Financiën en specialisten van PricewaterhouseCoopers.

Het discussieonderwerp? De beste manier om te komen tot een eerlijke belastingheffing van de geldstromen die – soms alleen op papier – Nederland binnenkomen om van hieruit de rest van de wereld over te gaan. Nederland als paradijs voor hoofdkantoren.

Maar niet als belastingparadijs zo benadrukt zelfs TJN Network. Andere landen blijken meteen geïnteresseerd in dit potentiële exportproduct: horizontaal toezicht op basis van een tax control framework.

Dit is de opzet: multinationals zorgen dat ze hun fiscale zaken goed in de greep hebben (tax control framework). Vervolgens beloven ze in het kader van zogenoemd horizontaal toezicht dat ze geen slimme spelletjes spelen met de Belastingdienst. Als ze ook nog eens een redelijk bedrag aan belasting betalen (fair share), beloont de fiscus dat op zijn beurt met royaal vertrouwen.

Dat resulteert in benijdenswaardig soepele omgangsvormen. Bijvoorbeeld als bedrijven internationaal fuseren of grensoverschrijdende overnames doen. Die intieme samenwerking levert geen bovenwettelijke voordeeltjes op. Maar alleen al een meedenkende, snel handelende fiscus is een impuls om in Nederland het hoofdkantoor te vestigen.

Deze aanpak kan lelijk worden gefrustreerd door plannen van het kabinet om met een beperking van de renteaftrek multinationals tot de orde te roepen die hier helemaal geen belasting betalen. Dat vergt een politieke afweging die De Jager nu maakt. Deze laatste weken van het parlementaire jaar gaat het om veel, heel veel geld.

Aertjan Grotenhuis

Meer informatie: www.nrc.nl/geld