Eindeloos lopen

Hun kuddes volgend is het nomadenvolk van de Mbororo naar Soedan gelopen. Overal worden ze met wantrouwen bekeken. „Eens komen we in ons beloofde land.”

Weinig Afrikaanse volkeren legden zulke afstanden af als de Mbororo Sudan, Soedan, March-June 2008 Reportage on the Mbororo tribe in the Sudan. The Mbororo originate from West Africa, some 200 years ago, and are related to the Fulani tribes in West Africa. Now it is a tribe in danger since the Southern Sudan does not accept them in their territories. The Mbororo people are not sure if they will be accepted in Northern Sudan. Currently they are on the cross roads of North and South Sudan. They travel with about nine thousand cows, and some sheeps and goats. When the Mbororo move the cows carry all their belongings. Also children and elderly people move by cows. foto: Petterik Wiggers/Hollandse Hoogte Wiggers, Petterik;Hollandse Hoogte

Duizenden koeien met lange hoorns trekken Rubkona binnen, nagejaagd door een stofwolk. Ze lijken het Zuid-Soedanese stadje te verzwelgen. Auto’s verdwijnen in de kuddes. De ezelkar met water raakt bekneld. Moeders grijpen angstig hun kinderen en schermen hun moestuintjes af. Aan het hoofd van de karavaan gaan tengere rijzige mannen. Ze zijn niet pikzwart als de Zuid-Soedanesen. Ze hebben sluiker haar, puntige neuzen en een lichte huidskleur. Ze behoren tot de Mbororo, een volk op drift in Afrika.

John Tut van de theeshop kijkt verbijsterd toe. „Het zijn Janjaweed”, schimpt hij, een verwijzing naar de beruchte Arabische militie in het naburige Darfur. Een Mbororo-man ziet de benauwde blikken. „Waarom haat iedereen ons?” moppert hij. Hij legt zijn wandelstok over zijn schouders en versnelt zijn ferme stap. „Eens komen we in ons beloofde land.”

De vrouwen van de Mbororo waren vanochtend het eerst uit de veren, nog vóór het verschijnen van de lichtstreep aan de horizon. Ze wekten ruw hun kinderen door hun de deken van het lijf te trekken. Ze braken de tenten af en bonden de stokken en zeilen op de koeien. Een uur later was iedereen klaar voor vertrek. Een oude heer met de geur van melk koos de kleuters en oudjes die op de beesten mochten. De anderen gingen lopen. Eindeloos lopen, over de oneffen, zwarte aarde. Langs waterplassen met hagelwitte reigers en plagende muggen. Door de Nijlmoerassen met bloedzuigers en hinderlijke waterlelies.

Weinig Afrikaanse volkeren legden de afgelopen honderden jaren zulke afstanden af als de Mbororo. Als de hemel rood kleurt, houden ze stil, ver ten noorden van Rubkona. Eerst zoeken de mannen een goede plek voor de koeien. Ze maken vuur tegen de muggen. „Eén van onze voorvaderen reisde van Saoedi-Arabië naar Mauretanië en trouwde daar met de dochter van de koning”, vertelt stamhoofd Babiker. „Zijn afstammelingen leefden als nomaden en trokken naar het oosten om de islam te verspreiden. Dat was in 1428. Onze trektocht bracht ons van Senegal, Mali, Burkina, Benin, Guinee, Guinee Bissau, Niger, Nigeria en Tsjaad naar Soedan. Zo hebben onze grootvaders het ons verteld.”

Zoals alle nomaden kijken de Mbororo neer op ploeterende landbouwers. Ze zijn rijk, zeker in vergelijking met de boeren. Een gemiddeld Mbororo-gezin bezit vijfduizend koeien. In hun waardesysteem komt eerst de koe, dan de familie en pas op de derde plaats het individu. Wordt een Mbororo tijdens een trektocht ziek, dan laten zijn stamleden hem met een koe achter: het belang van het vee en de gemeenschap gaat vóór.

Vrouwen dragen yoghurt aan en er wordt thee en melk gedronken. Een koe is geslacht voor de gelegenheid. Bloed zinkt zachtjes in de droge aarde. Vrouwen dansen en tremuleren, omdat er een kind is geboren. Hun felgekleurde rokken waaien op. Hun sieraden slingeren, de sierlijke tatoeages op hun wangen maken de gezichten vrolijker. Er slaat iemand op een trommel. Een oude man kopieert teksten uit de Koran op een houten plaat met een houten pen en inkt, gemaakt uit gras.

Er bestaan ook andere verhalen over de geschiedenis van de Mbororo. Ze stammen af van de Fulani, een volk uit West-Afrika dat de afgelopen eeuwen over Centraal-Afrika is uitgewaaierd. Misschien wegens de malse weidegronden, misschien wegens de pelgrimstocht naar Mekka, belandden ze ook in Soedan.

Soedan telt inmiddels enkele miljoenen Fellata, een groepsnaam afgeleid van Fulani, waartoe de Mbororo behoren. De meeste Fellata voegden zich relatief gemakkelijk in de Soedanese samenleving. Maar de Mbororo bleven paria’s. Hoeveel er precies zijn, weet niemand. Vermoedelijk gaat het om enkele honderdduizenden.

Nergens zijn ze welkom. Een andere groep kwam terecht in Congo waar de autoriteiten hen willen uitwijzen. In de chaotische Centraal Afrikaanse Republiek liggen ze onder vuur van talrijke milities. Ook in Soedan gunt niemand hun een plaats.

„Ze trekken al zo lang door Soedan”, zegt een Zuid-Soedanese hulpverlener in Juba. „En toch vraagt iedereen zich af: ‘wie zijn deze afwijkende mensen, waar komen ze vandaan?’”

Soedanezen zijn etnocentrisch na de langdurige oorlog tussen het gearabiseerde noorden en het zwarte, niet-islamitische zuiden en de strijd die daarop volgde in het westelijke Darfur. De zuiderlingen haten de noorderlingen. Ze zijn bang voor de gewapende groepen die het land afstropen. Dolende Mbororo zijn voor hen verdacht, want die zijn moslim en goede ruiters, net als de gevreesde Arabische milities in het noorden.

De oude man Abdullahi nipt van zijn glaasje mierzoete thee. „We zoeken geen problemen en we maken geen problemen”, zegt hij. Het blijkt een typische openingszin van een Mbororo. Hij zet zijn tulband recht, strijkt over zijn ringbaardje en trekt zijn benen in kleermakerszit. „Wij Mbororo deden nooit mee aan de oorlog.”

Vanuit de provincie Zuidelijke Blue Nile in het noorden ontsnapten in de jaren tachtig duizenden Mbororo aan de oorlog door zuidwaarts te marcheren naar gebieden onder controle van het SPLA, de zuidelijke verzetsbeweging. Anderen weken uit naar Darfur, waar ze opnieuw in een conflictsituatie belandden. Zij liepen verder richting Centraal Afrikaanse republiek en Congo. De groep Mbororo van stamhoofd Babiker – ongeveer vierduizend mensen – raakte uiteindelijk verzeild in de regio Equatoria in het uiterste zuiden van Soedan.

„Als je vlees van een Mbororo koe eet, verander je in een wild dier en moet je eeuwig in de bush leven”, roddelen bewoners van Equatoria over de Mbororo. „Ach, het zijn boeren”, verzucht Babiker over zijn verblijf, enkele maanden geleden, bij de haatdragende stammen in Equatoria. De gouverneur van de deelstaatregering verzocht de Mbororo-gasten in te rukken.

Veel zuiderlingen zien de Mbororo als een vijfde colonne van het islamitische noorden. „Politici zetten de bevolking tegen de Mbororo op”, zegt kolonel Khamis Abiel Chan in de zuidelijke hoofdstad Juba. Hij is door de Zuid-Soedanese overheid belast met de bescherming van de Mbororo.

Vertrouwt hij de Mbororo? „We hebben geen enkele aanwijzing dat ze voor de noordelijke regering vechten”, antwoordt hij. „Ze willen veiligheid. Ze worden aangevallen. Hun koeien worden gestolen.” Stamhoofd Babiker zegt boos: „Laat iedereen komen kijken of we wapens dragen. We spreken alleen onze eigen taal. Geen Arabisch. Hoe kunnen we dan vechten voor de Arabieren?

De Zuid-Soedanese regering besloot de groep van stamhoofd Babiker vorig jaar militaire begeleiding te geven naar het gebied waar ze vandaan zeggen te komen vóór de oorlog. Maar de weerstand tegen de Mbororo onder de Zuid-Soedanese bevolking is daardoor niet minder geworden. De zuidelijke minister Albino Akol noemde hen „illegale immigranten die het land uit moeten”. De gouverneur van Southern Blue Nile, die de Mbororo eerder had weggestuurd, zei dat hij ze niet meer in zijn provincie wilde terugzien. En een zuidelijk parlementslid verklaarde: „Ze horen hier niet.”

Mbororo-vrouwen spreiden hun doeken en leggen zich te ruste. De mannen gapen. Iedereen slaapt buiten. Voor één nacht worden de tenten niet opgezet. Morgen trekken ze in marstempo verder. Hun volgende reisdoel zijn de Nubabergen. „We volgen de koeien”, zegt stamhoofd Babiker. „Ergens in deze wereld moet er een plaats voor ons zijn. Willen ze ons niet in de Nubabergen, dan keren we terug naar Zuid-Soedan. Waar moeten we anders heen? Terug naar West-Afrika? Hoe komen we daar? Welke richting is dat uit? ”