Een oranje karavaan op de Autobahn

Met z’n allen in oranje over de Duitse Autobahn op weg naar Bazel. Honderdduizend Nederlanders worden er vandaag verwacht. ,,Dit is nog mooier dan carnaval.”

Langs de snelweg naar Bazel kun je ze al op vrijdagavond nauwelijks ontlopen: Nederlandse supporters. „Bitte”, zegt een lange man in het oranje als hem in het wegrestaurant gevraagd wordt of hij mayonaise bij de pommes frites blieft. „Je bedoelt zeker véél”, zegt zijn collega. Hij lacht hard. De mannen dragen hetzelfde oranje shirt met daarop de naam van een aannemer uit Schaik.

Meer dan honderdduizend Nederlanders worden verwacht in Bazel. Sommigen van hen hebben kaarten voor de kwartfinale van vanavond tussen Nederland en Rusland. Sommigen hopen kaarten te bemachtigen op de zwarte markt. Maar de meesten reizen ruim zeshonderd kilometer om op een Zwitsers plein op een groot scherm de wedstrijd te zien. Maar vooral, zo vertellen de Nederlanders op weg naar Bazel, vanwege het speciale gevoel dat ontstaat, als tienduizenden oranjegeklede landgenoten in den vreemde samen komen. „We kunnen samen trots zijn op iets”, zegt Rob van der Aa uit Schijndel. Zijn zus Marleen kan het gevoel in één woord samenvatten. „Saamhorigheidsgevoel.”

A2 Den Bosch-Eindhoven, het tankstation bij Liempde.

El Caliente, staat getatoeëerd op de buik van Mike Verheugt. Mike en zijn vrienden kennen elkaar van de camping in Salou. Ze hopen nog kaarten voor de wedstrijd te bemachtigen via oud-international Richard Witschge. Dat zit zo, legt Christian van Meesen uit. Een vriend kent Witschge. „En die zei dat hij kaartjes kon regelen. Bij hem kosten ze 300 euro. Terwijl ze in Bazel nu al 2.000 euro betalen.” En als het niet lukt, via Witschge? „Dan gaan we lekker op het plein kijken”, zegt Christian. De Salou-vrienden slapen in een „pensionneke”. En het programma voor morgen? „’s Ochtends drinken”, zegt Christian. „’s Middags houden we pauze. En ‘s avonds gaan we er weer vol in.”

A61 tussen Koblenz en Mannheim, Raststätte Hunsrück.

Ze zitten dicht tegen elkaar op de witte plastic stoeltjes, het Nederlandse stel uit het midden van het land. Ze kennen elkaar nu een jaar. Maar niemand hoeft te weten dat ze hier zijn. Hij is gescheiden. Zij is nog getrouwd. Hij was erbij in München, in 1988, toen het Nederlands elftal de Sovjet-Unie in de finale versloeg. Nu wil hij haar laten delen in het gevoel dat hij toen had. „Ik wist niet of ik mee zou kunnen”, zegt zij. Ze lacht. „Ik heb nog van alles ingeslagen”, zegt hij. „Een brulshirt. Petjes, shawls, vlaggetjes.” Zij: „Nog net geen oranje ondergoed.” Hij: „Je moet gewoon de sfeer proeven. Éénderde van het stadion – waar 64.000 toeschouwers in kunnen – bestaat uit Nederlanders. Dan zijn er misschien twintigduizend Nederlanders die op de zwarte markt kaarten hebben bemachtigd. Dan zijn er nog zo’n honderdduizend Nederlanders over, die je over drie pleinen in Bazel moet verdelen.”

A61 ter hoogte van Worms, Raststätte Wonnegau

„Dit is nog mooier dan carnaval. En je weet, carnaval is bij ons heilig.” Geert-Jan van der Aa (52) uit Schijndel staat met zijn zoon Rob, zijn dochter Marleen en zijn schoondochter Chantal Boeren de benen te strekken achter hun zilveren Golf stationwagen. Maanden geleden hebben ze via loting kaarten toegewezen gekregen voor de kwartfinale. Toen dachten ze nog dat Nederland die wedstrijd misschien wel helemaal niet zou spelen, lacht Marleen. „Shít, dachten we.”

De vorige week waren ze in Bern. Op de Oranjecamping in Interlaken. Een treinticket. De tent op de camping staat al. De hele dag gezelschapsspellen en Nederlandse artiesten. „En we hebben gevoetbald met Aaron Winter”, glundert Chantal.

Bazel, de grens

Appie Veldhuis uit Utrecht was vorige week nog in Bern. Appie is bijna 40, maar zijn maten waren „in de twintig”. Evengoed heeft hij ze kunnen bijhouden met drinken. En was hij de enige die scherp was met terugrijden.

Martijn Hageman uit Leiden gaat „zelden” naar wedstrijden van Oranje. „Maar nu ben ik in de stemming. De laatste keer dat we een EK wonnen, was 20 jaar geleden. Nu kan het wéér gebeuren. Daar wil ik bij zijn.”