De Wit-Rus heeft 1.600 voor die Peugeot over

Wekelijks wisselen ruim duizend auto’s van eigenaar op het Veemarktterrein in Utrecht. Niet lang meer, want de stad wil er huizen gaan bouwen.

Wekelijks komen zo’n 2.500 kopers op de Utrechtse automarkt af. In de handel met vooral Oost-Europeanen gaat naar schatting jaarlijks 300 miljoen euro om. Foto Dirk-Jan Visser (Foto: Dirk-Jan Visser / Utrecht: 17-06-2008) De Automarkt rond de Veemarkt te Utrecht Nederland is één van de grootste automarkten in Europa. Wekelijks worden er 1.600 voertuigen te koop aangeboden waarvan 75 procent wordt doorverkocht aan met name handelaren uit Oost-Europa auto's autoverkoop markten tweedehands auto's kentekens kentekenplaten Visser, Dirk-Jan

Ze arriveren om 6.00 uur in busjes met een man of vijf, zes. Dan hebben ze er al een rit van soms meer dan 24 uur op zitten. Polen, Wit-Russen, Bulgaren, Tsjechen, in trainingspak en met een stoppelbaard van twee dagen. Drie uur later rijden ze weer terug, in het gunstigste geval met één chauffeur in het busje en de rest in een tweedehands westerse middenklasser. Voor eigen gebruik, maar vaker nog om thuis door te verkopen. Volgende week dinsdagochtend melden ze zich weer bij de Utrechtse automarkt.

Het is een van de grootste automarkten van Europa. Het gigantisch parkeerterrein stroomt wekelijks voor dag en dauw vol met ongeveer vijfhonderd Nederlandse erkende handelaren en ongeveer 2.500 kopers uit heel Europa en Noord-Afrika. Dan volgt een paar uur handel in gebrekkig Duits en Engels en met wilde handgebaren. Elke week worden er ongeveer 1.200 Nederlandse auto’s verkocht. Sinds de uitbreiding van de EU gebeurt dat voornamelijk aan Oost-Europeanen, omdat merken als Opel en Volkswagen daar duur of moeilijk te krijgen zijn. VWE, het bureau voor voertuigdocumentatie en -informatie dat de automarkt beheert, schat de jaaromzet op 300 miljoen euro. Namelijk 50.000 auto’s à gemiddeld 6.000 euro.

De markt zit al sinds de jaren dertig in Utrecht, maar de gemeente heeft geen belangstelling meer. Dat heeft niet te maken met de opstoppingen en overlast die de bezoekers veroorzaken. Dat is, ook volgens de politie, afgenomen nu er streng op gelet wordt dat de bezoekers niet meer bivakkeren op grasveldjes en parkeerplaatsen rondom het terrein.

Nee, het Veemarktterrein, waar op andere dagen vlooienmarkten en andere beurzen worden gehouden, wordt in 2011 een woonwijk met ongeveer vijfhonderd huizen. Een andere plek voor de automarkt is er niet binnen de gemeentegrenzen, zo bleek eerder deze maand. Maar de beslissing om de automarkt op te heffen moet nog wel worden goedgekeurd door de gemeenteraad. En dat gebeurt naar verwachting begin juli.

„Jammer”, vindt Leen Schoo. Hij komt hier al vijftig jaar, vandaag met vijf of zes auto’s. „Die raak ik meestal allemaal wel kwijt. De automarkt komt vast op een andere plek terug, maar iedereen weet Utrecht te vinden. Het zal even duren voor je die loop weer hebt.” Dan snelt hij naar zijn groene Peugeot-bestelwagen, want er is een Wit-Rus onder de kap gedoken. Die wil hem meenemen voor 1.600 euro. „Max prize.” „No, no, no.” Schoo pakt zijn rekenmachine, zwaait met zijn armen en tikt een bedrag in. Na vijf minuten mag de auto naar Wit-Rusland voor 2.000 euro.

Transacties gebeuren contant en in de auto. Daarna gaat het snel, de auto’s zijn allemaal apk-gekeurd en van erkende handelaren, dus alles moet wettelijk in orde zijn. De nieuwe eigenaar neemt de Nederlandse nummerplaten en de papieren mee naar een balie in de hal. Daar werken mensen van VWE die tolken in de meeste Oost-Europese talen. Ze maken alles in orde voor de export. Binnen een half uur kan de koper terug naar de handelaar om de sleutels in ontvangst te nemen en aan de lange terugweg te beginnen.

Aliaksandr Valadzko staat aan zo’n balie. Hij heeft net een Mercedes Benz-busje gekocht. Zondag vertrok hij om vier uur ’s middags uit Wit-Rusland, nu om acht uur ’s ochtends in Nederland is hij geslaagd. Hij komt elke week, op woensdagavond is hij weer thuis. Dan heeft hij dus drie dagen om te verkopen. Maar dit busje gaat hij waarschijnlijk zelf gebruiken om heen en weer te rijden. Of hij geen Mercedes kan kopen in zijn eigen land? Jawel, maar daar zijn de westerse merken duurder.

VWE verwacht dat de autohandel nog internationaler zal worden en dat Nederland meer kan gaan verkopen nu sinds 2006 teruggave van bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) mogelijk is voor de export.

De gemeente Utrecht denkt juist dat de markt zal teruglopen, omdat westerse auto’s steeds beter verkrijgbaar zijn in de rest van Europa. Bovendien weegt voor Utrecht het economisch voordeel van de werkgelegenheid rondom de automarkt niet op tegen de opbrengst van huizenbouw op het terrein.

De markt is weliswaar in Utrecht, maar de handelaren komen vanuit het hele land. VWE wist al sinds 2005 van de Utrechtse plannen voor huizenbouw. „Jammer, maar we verwachtten het al”, reageert een VWE-woordvoerder. Waar de markt na 2010 kan doorgaan, wordt nog onderzocht.

Jos Polman (72) uit Schaarsbergen begrijpt de gemeente wel. De handel loopt inderdaad wat terug, merkt hij. Polman staat al sinds zijn vijftiende op de markt. Hij heeft om half negen twee van de vijf auto’s verkocht. „Alle andere automarkten zijn ook verdwenen, Amersfoort, Apeldoorn, Tilburg. Huizenbouw op dit terrein levert natuurlijk meer op.”

Maar genoeg gepraat, want hij moet voor een klant even een motor laten ronken. Bovendien heeft iemand interesse in zijn Renault Espace uit 1999. Het blijkt zowaar voor de binnenlandse markt te zijn. Sahin Kilic zoekt een grote auto om met zijn zevenkoppige gezin met vakantie naar Turkije te gaan. Hij koopt eigenlijk liever bij een garage, maar hier is het net iets goedkoper.

    • Leendert van der Valk