De das is eigenlijk een sukkel

De das die een kwart eeuw geleden in ons land op uitsterven stond lijkt er in aantal weer bovenop te komen. Er zouden er nu weer 5000 rondscharrelen. Het blijken opportunistische roofdieren die zowat alles eten.

Drie scharrelende dassen die niet van after shave houden, zoeken naar larven, wormen, slakken en kevers . Foto Valentijn te Plate Plate, Valentijn tec

We hebben nog maar nauwelijks het bos betreden of we zien al iets scharrelen. Een das. Twee dassen. Drie dassen. Vier dassen.

De avond is jong. Een lage zon schettert tussen de stammen. Normaal gesproken, zegt dassenkenner Valentijn te Plate, komen de dassen kort voor het invallen van de duisternis tevoorschijn. Als je geluk hebt. Want soms sta je ook een paar uur voor niets te wachten.

Te Plate is naar een gevarieerd landschap ten zuiden van Nijmegen gereden. De precieze plaats wil hij niet verklappen. Dat zou ongewenst veel bezoek kunnen trekken.

Vandaag zijn de dassen vroeg uit hun burcht gewandeld. De wind is gunstig. Ons was gevraagd gemakkelijke schoenen aan te trekken om geen lawaai te maken, donkere kleding om moeilijk zichtbaar te blijven, en geen aftershave op te smeren want ruiken kunnen dassen als de beste en van aftershave houden ze niet. Maar vandaag staat er behoorlijk wat wind, en die blaast alle menselijke geuren snel weg.

Het gaat weer goed met de das.

Valentijn te Plate en Erik van Gelderen leggen uit hoe het zit. Ze werken bij de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap. De vereniging wil oude agrarische cultuurgeschiedenis zichtbaar houden en ijvert, met succes, voor een rijkgeschakeerd en per streek verschillend cultuurlandschap in heel Nederland, buiten de steden en de natuurgebieden.

De vereniging werd enkele jaren geleden opgericht in de plaats van de Vereniging Das en Boom. Deze vereniging had zich onder aanvoering van de onvermoeibare Jaap Dirkmaat min of meer overbodig gemaakt door de das, die een kwart eeuw geleden op uitsterven stond, er weer bovenop te helpen.

Door te lobbyen. Rechtszaken aan te spannen. Actie te voeren. Dassen op te vangen en weer uit te zetten op plaatsen waar ze grote kans van overleven hadden. Een eeuw geleden leefden er in Nederland naar schatting twaalfduizend dassen. Het werden er circa duizend. Nu zijn het er weer ongeveer vijfduizend. Liefhebbers houden de dassenstand van Nederland scherp in de gaten.

De vier dassen wroeten in de grond. Op zoek naar regenwormen en larven. Kevers en slakken. Bessen en daslook. Dassen zijn opportunistische roofdieren en vreten zowat alles. Valentijn te Plate pakt fotocamera en statief. Posteert zich in kleermakerszit en wacht tot de dieren hun snuit even stil houden. En drukt af.

Een enkele das kijkt verschrikt op van het flitslicht maar gaat daarna onverstoorbaar verder met wroeten in de grond. Het zijn eigenlijk sukkels, zegt Valentijn liefdevol, het lijkt soms wel of ze geen geheugen hebben.

Jaarlijks worden honderden dassen doodgereden en dat aantal zou aanzienlijk lager zijn als een das zo slim zou zijn om, wanneer zojuist zijn broer is doodgereden, niet ook over te steken zonder goed op te letten.

Na een uur trekken de dassen zich terug in hun burcht. Misschien zijn ze toch onder de indruk van de komst van vier paarden, zojuist onder luid gelach van enkele meisjes naar het weiland naast het bos gebracht.

Het bos, enkele hectares groot, ligt vol met zogenoemde stortbergen, zandheuvels die de dassen in de loop der jaren hebben achtergelaten bij het uitgraven van hun tientallen meters lange gangen in de burcht waar wij bovenop staan.

Een half uur verstrijkt. Dan verschijnen opnieuw drie dassen. Ze hebben zich niet laten weerhouden door het gebonk van slierten deelnemers aan een avondwandeling. Ook zijn ze niet van slag gebracht door een hardloper, die op enkele meters afstand zijn broek heeft laten zakken om te poepen, in de veronderstelling dat niemand hem heeft gezien.

We kijken weer naar de dassen. Soms lijken ze op egels en dan weer op wilde zwijntjes. Valentijn stelt vast dat we alleen jonge dassen hebben gezien, dit jaar geboren. De kleinste huppelt en steelt de show, deint als een pluisje in de wind. Dan maken ze achterwaartse bewegingen. Naar het weiland gaan ze. Naar de regenwormen. Naar de paarden, hun angst alweer vergeten.