ASMI wijst bod van Amerikanen af

Chipmachinefabrikant ASMI wijst het bod af dat zijn Amerikaanse concurrent Applied Materials en opkoopfonds Francisco Partners begin deze week hadden uitgebracht op een deel van de activiteiten. Dat heeft ASMI gisteren vlak voor sluiting van de beurs bekendgemaakt.

Bestuurders en commissarissen van ASMI vinden dat het bod de zogeheten frontend-activiteiten van het bedrijf (waar productiemachines voor chips worden gemaakt) onderwaardeert. „Het weerspiegelt niet de toekomstige vooruitzichten”, schrijft ASMI in een persbericht. Applied Materials en Francisco Partners hadden aangegeven tussen de 625 en 800 miljoen dollar over te hebben voor deze onderdelen. Deze grote bandbreedte, de complexe samenstelling van het bod, en de onduidelijke voorwaarden voor de samenwerking noemt ASMI te grote risico’s voor aandeelhouders, werknemers en andere betrokkenen bij ASMI.

Marktleider Applied Materials is geïnteresseerd in twee onderdelen (Atomic Layer Disposition en Plasma Enhanced Chemical Vapor Deposition), waarin ASMI de afgelopen jaren stevig heeft geïnvesteerd en heeft daar tussen de 400 en 500 miljoen dollar voor over. De in technologiebedrijven gespecialiseerde investeringsfirma Francisco Partners zou voor de overige front end-activiteiten tussen de 225 en 300 miljoen dollar over hebben. ASMI heeft verder alleen nog een meerderheidsbelang in het Aziatische ASM PT, dat verpakkingsmachines voor chips maakt.

ASMI is nog in conflict met activistische aandeelhouders die vervanging van de bestuursvoorzitter en de commissarissen willen. Maandag moet het bedrijf samen met die aandeelhouders bij de Ondernemingskamer rapporteren of zij er via gesprekken uit zijn gekomen. Anders zal de rechter zijn oordeel uitspreken over de beschermingsconstructie die bij ASMI is opgetrokken om stemming over dat voorstel op de aandeelhoudersvergadering te voorkomen.