‘Al die voorspellingen zijn onnozel’

Hoogleraar internationale betrekkingen Robert Lieber zucht diep bij de zoveelste voorspelling over Amerika’s neergang. „Analytisch deugt er niets van.”

Robert Lieber: ‘Twintig jaar geleden zou Japan nummer 1 worden – maar het pakte anders uit’ foto Roel Rozenburg Den Haag : 12.6.2008 Robert J. Lieber. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Kom bij Robert Lieber niet aan met het verhaal dat de macht van Amerika op zijn retour is. Het wordt alom beweerd, en niet door de minsten, maar het is gewoon niet waar, zegt Lieber, hoogleraar internationale betrekkingen aan Georgetown University in Washington.

Nog maar een paar jaar geleden gold Amerika als „de enige overgebleven supermacht”. Na het einde van de Koude Oorlog hadden de Verenigde Staten geen rivalen van formaat meer. We konden ons opmaken voor een ‘unipolaire wereldorde’.

Maar de stemming sloeg om. De hegemonie van Amerika was opeens niet meer zo vanzelfsprekend – zie het debacle in Irak, de opkomst van China, de nieuwe zelfverzekerdheid van Rusland, de economische problemen in de VS zelf en het dramatische verlies aan gezag van de huidige president. Met grote rode letters werpt het eerbiedwaardige Foreign Affairs dit voorjaar op zijn omslag de vraag op: Is the American Era Over?

Richard Haass, in de eerste regering van George W. Bush adviseur van Colin Powell, stelt in het blad dat het ‘unipolaire moment’ van Amerika alweer voorbij is: de 21ste eeuw zal ‘nonpolair’ zijn, zonder de almacht van één staat. Die gedachte staat ook centraal in The Post-American World, het nieuwe boek van Fareed Zakaria dat al een paar weken hoog op de bestsellerlijst van The New York Times staat.

Maar Robert Lieber, die vroeger voor Democratische campagnes werkte maar zich nu ‘onafhankelijk’ noemt, vindt alle praat over de neergang van Amerika „zwaar overdreven, kortzichtig en gewoon onnozel”. Het getuigt volgens hem van een gebrek aan historisch besef en een miskenning van de kracht van zijn land. Hij neemt dan ook niets terug van de voorspelling die ook hij deed (in zijn boek The American Era; Power and Strategy for the 21st Century, uit 2005), dat de komende eeuw vooral een Amerikaans tijdperk wordt. „De verkondigers van een Amerikaanse neergang, the declinists, hebben het wéér bij het verkeerde eind’’, zegt Lieber, die onlangs op uitnodiging van de Amerikaanse ambassade in Nederland was voor een aantal spreekbeurten.

„We hebben dit allemaal al eerder gehoord. In 1987 kwam de historicus Paul Kennedy met zijn bestseller The Rise and Fall of Great Powers. De impliciete boodschap was dat de VS op het punt stonden dezelfde soort neergang mee te maken als we in de geschiedenis bij alle wereldmachten hebben gezien. En wat denk je? Meteen daarna hebben we twee decennia beleefd van ongekende voorspoed en groei.

„In de Koude Oorlog werd Amerika’s neergang voorspeld, omdat we minder raketten zouden hebben dan de Russen, omdat ze ons in de ruimte voorbijgestreefd waren, omdat ze Oost-Europa voorgoed onder controle zouden hebben. Er is niets van uitgekomen. Vanuit de situatie van het moment wordt altijd geëxtrapoleerd naar de toekomst, analytisch deugt er niets van.

„Ik zeg niet dat er nu geen problemen zijn. Natuurlijk hebben we die, in binnen- en buitenland. Maar feit blijft dat Amerika nog altijd heel sterk is: we hebben de grootste en meest concurrerende economie, en dat zal nog lang zo blijven. En de VS hebben een enorme flexibiliteit en een buitengewoon vermogen om crisissituaties het hoofd te bieden. We hebben het beste systeem van hoger onderwijs: zeventien van de twintig beste universiteiten, de meeste Nobelprijswinnaars, we lopen voorop in de ruimte. Welk land kan zich werkelijk met Amerika meten?

„Twintig jaar geleden zou Japan nummer 1 worden – maar het pakte anders uit. Rusland was onze grote concurrent in de Koude Oorlog, maar het is nu crimineel, bureaucratisch en corrupt. En Europa is een prachtige democratie en een economische supermacht, maar in politiek en militair opzicht is het een dwerg.’’

Maar China is sterk in opkomst en wordt toch als een rivaal gezien?

„China heeft nog een heel lange weg te gaan, zeker 25 jaar, voor het een concurrent van de Verenigde Staten is. De Chinezen zelf willen dat ook nog helemaal niet zijn.”

Wat heeft de Irak-oorlog betekend voor het aanzien van Amerika?

„Het heeft natuurlijk tot bittere controverse geleid. Maar laten we niet vergeten dat er aanzienlijke internationale steun was toen de VS met een coalitie van zo’n veertig landen Irak binnenviel. De regering-Bush had ongeveer tweederde van de landen van de Europese Unie en de NAVO achter zich. Pas toen het allemaal veel moeilijker bleek te gaan dan gedacht, verdween veel van die steun.

„De Amerikaanse betrekkingen met grote delen van de wereld zijn nu behoorlijk goed. Europa staat dichter bij de VS dan ooit. Met alle ophef over meningsverschillen zou je bijna vergeten dat vijf van de grootste Europese landen een pro-Atlantische regering hebben – alleen Spanje niet. En ook Japan, India, Indonesië, Vietnam, Australië en Singapore staan dichter bij de VS dan zeven jaar geleden.”

Toch lukt het Amerika niet, met al zijn macht en goede betrekkingen, om crisissituaties op te lossen in Darfur, Kosovo en Birma.

„Dat heeft meer te maken met de rampzalige zwakte van de Verenigde Naties en met de cynische tegenwerking van Rusland en China in de Veiligheidsraad.”

Maar de zwakte van de VN is toch die van de landen die erin zitten, de zwakte dus ook van de Amerikanen om Rusland en China achter hun voorstellen te krijgen?

Lieber zucht diep. „Daar ben ik het helemaal niet mee eens. De zwakte van de VN is ingebakken in het systeem. In de hele geschiedenis van de organisatie heeft de Veiligheidsraad maar twee keer toestemming gegeven voor een grote militaire ingreep: in Korea in 1950 en in Koeweit in 1991. Bij de meeste VN-operaties gaat het niet om het stichten van vrede, maar om het bewáren van vrede, peacekeeping. Bij dat laatste kunnen de VN een heel waardevolle rol spelen. Maar als er geen vrede is om te bewaren, heb je een heel ander soort operaties nodig.

„De Veiligheidsraad is alleen zo vaak verlamd als zich de gruwelijkste drama’s voordoen – massamoord, etnische zuivering, genocide. Dat komt doordat de permanente leden een veto hebben. Of doordat landen niet bereid zijn de kosten van ingrijpen op zich te nemen, in geld, in mensenlevens of in materieel. De VS zijn daarom, zoals Bill Clinton zei, nog altijd de onontbeerlijke natie. Amerika is niet perfect, we maken veel fouten, maar de realiteit is nu eenmaal dat er voor de grootste problemen in de wereld weinig oplossingen zijn als de VS er niet op de een of andere manier bij betrokken zijn.”

U was destijds voorstander van de inval in Irak – denkt u nog altijd dat het een goed idee was?

„Ik zou die woorden niet kiezen, maar destijds leken er verstandige strategische argumenten te zijn om af te rekenen met Saddam Hussein. Inmiddels weten we dat er een enorm hoge prijs voor betaald moest worden – in slachtoffers, in politieke stabiliteit, voor de toekomst van Irak. Maar de echte vraag is: was de beslissing te verdedigen? Toen Kissinger in 1972 aan Zhou Enlai vroeg hoe hij oordeelde over de Franse revolutie, antwoordde Zhou: het is nog te vroeg om dat te kunnen zeggen. Ik wil niet de gruwelijke kosten van de Irak-oorlog bagatelliseren, maar misschien is het nog te vroeg om te kunnen beoordelen of het de moeite waard was. Het heeft de reputatie van Amerika bij andere landen wel enorm beschadigd, en ook tot een heel bitter politiek klimaat in eigen land geleid.”

Veel mensen kijken naar Guantánamo Bay en vragen zich af: delen we nog wel dezelfde waarden?

„Natuurlijk doen we dat. Guantánamo heeft Amerika een enorm blauw oog opgeleverd. Maar om de VS te behandelen als een uniek soort internationale wetsovertreder is belachelijk.”

‘Soft power’ was altijd een sterk punt van Amerika, het vermogen om de harten van mensen te winnen. Van dat soort macht heeft Amerika veel verspeeld.

„Het belang van soft power wordt zwaar overschat. Het is natuurlijk mooi als je mensen met woorden of diplomatie kan overtuigen. Maar in de grote, harde wereld gaat het er zo niet aan toe, daar zijn de meeste mensen geen Nederlanders, Belgen of Scandinaviërs. Tegen massaverkrachtingen en etnische zuiveringen, tegen wat er in Darfur gebeurt, kan je met soft power weinig uitrichten.’’

Hoe kunnen de VS en de wereld wel effectief optreden tegen zulke toestanden?

„Dat is dé grote vraag van het tijdperk van na de Koude Oorlog. Er is geen eenvoudig antwoord. Toen de landen van de NAVO in 1999 in actie kwamen tegen de etnische zuiveringen in Kosovo was daar in het algemeen lof voor. Maar sommige juristen zeggen: het was niet legaal, want niet goedgekeurd door de VN. Maar wat moet je dan, als er een massamoord plaatsvindt en de VN zijn verlamd? Ik vermoed dat er in nieuwe crisissituaties weer coalities van bereidwilligen zullen optreden – maar onder een andere naam om de associaties met de regering-Bush te vermijden.”

Zit er voor Europa iets anders op dan junior partner van de VS te blijven?

„Ik zou niet zeggen ‘junior partner’. Als het erop aankomt, hebben we dezelfde waarden. Al die verhalen dat Amerikanen van Mars komen en Europeanen van Venus, dat valt toch in het niet als je vergelijkt hoe we aankijken tegen de rol van vrouwen in de samenleving, het belang van onderwijs, de rechten van minderheden, de waarde van democratie.

„Bovendien lopen onze belangen parallel – in economisch opzicht zijn we elkaars belangrijkste partners, en ook op het gebied van veiligheid. We hebben elkaar nodig om onze gemeenschappelijke problemen aan te pakken.”

    • Juurd Eijsvoogel