Zwart blijft mooier dan roze

Lieve Hafid,

Nee, nee, je begrijpt me verkeerd. Het is volstrekt niet cryptisch. Ik zei alleen maar dat wij goden zijn en de mensen rondom ons wormen – alleen maar dat. Echt niet veel meer. Echt alleen die bescheiden observatie.

Niets om van op te kijken.

Ik merkte alleen op dat jij en ik onmiddellijk omhoog veren van verontwaardiging als sleutelwoorden vallen als cartoonist, embryoselectie of profetenbaard. Nu wil het toeval dat het ganse land, die godganse gemeenschap van onderontwikkelde dorpsidioten die met de naam Lage Landen wordt aangeduid, hikt en bromt en zich verslikt van woede als de woorden islam en buurtmoskee vallen. Ik wilde alleen een onderscheid maken tussen de verontwaardiging van jou en mij en de volksverontwaardiging. We zijn gedoemd tot ons elitaire godenbestaan. Het volk zal uiteindelijk de vrijheid van meningsuiting worst zijn.

Er heeft zich zojuist weer een Marokkaans zweefhoofd geroerd, Ahmed Marcouch heet hij, hij is een soortement naar gewicht strevend lokaal politicus en vast een socialist, die het met de dubbeltjes van de arbeiders bevochten systeem van openbaar onderwijs wil ausradieren, wat is het Duits een verrukkelijke taal, wil afschaffen dus, door moslimkindjes ook op neutrale onderwijsinstellingen hun moslimprevelementjes en hun moslimgebedjes te gunnen. Uit hun moslimbijbeltjes. Laten ze die hersenschimmen op hun eigen scholen najagen! Nu ja, ook jij koest, en snel een beetje, Gerritjelief.

Die Marcouch leek me lange tijd de redelijkheid zelve, maar de wolf moet eruit, he. Uit het schaap.

Dank voor je lyrische rondedans. Het is nooit te vroeg voor kwaadheid, maar altijd te vroeg voor een maagzweer. Wat me ergert aan de collectieve verontwaardiging die door de Lage Landen stormt en loeit is dat ze zo genotloos is. Af en toe een poëtisch orgasme, dat ontbreekt eraan.

Nu is het mooi geweest, ben ik dan weer geneigd te zeggen. Uit met de pret. Nu snel weer de nacht in en de ellende.

Extase en luilekkerland en lyriek, het is ermee als met een gelukkig reclamegezinnetje op het gras, vader en moeder met hun beide blonde kindertjes allemaal aan de simpel smeerbare Becel, ik heb er snel genoeg van. Zwart blijft mooier dan roze.

De taal steeds meer van versieringen ontdoen, dat zou ik juist het liefste willen. Een of ander zulthoofd heeft op Wikipedia over mij gedeponeerd (ik las de Telegraaf toevallig bij de tandarts): „Hij staat bekend om zijn virtuoze en kleurrijke taalgebruik, dat soms een doel op zichzelf lijkt te zijn.” Nu vraag ik je. Dat noemt zich encyclopedie.

In de volgende vijf zinnen volgen nog eens acht onjuistheden.

Ik zou die laffe anonymus op Wikipedia eigenhandig willen kelen. Mijn leven lang heb ik gevochten tegen het idee dat taal, virtuoos of niet, een doel op zichzelf zou zijn. ’t Zou me maken tot een lege estheet.

Dank overigens voor je felicitaties. Ik zal je in een volgende brief vertellen over kinderdichters en over het wereldje van de kinderdichters. Griffeldichters, ik word er niet goed van!

Je bent in Arkel, schrijf je. Dan verblijf je vast in het huis van je moeder. Doe haar de hartelijke groeten. Ik heb haar één keer ontmoet. Dat lijkt alweer in grijze tijden. Ik vond haar een geweldige vrouw.

Je Gerrit