Wie ontketende de vechthonden?

De Amerikaanse journalist Philip Gourevitch vertelt hoe en waarom de Amerikanen in de War on Terror overgingen tot marteling. Gruwelijke verhalen van de werkvloer die Abu Ghraib heet.

Details uit één van de beruchte foto's. Iraakse gevangene in de Abu Ghraib-gevangenis, ongedateerd Foto AP/The New Yorker A hooded and wired Iraqi prisoner is seen at the Abu Ghraib prison near Baghdad, Iraq in this undated photo. (AP Photo/Courtesy of The New Yorker) Associated Press

Philip Gourevitch & Errol Morris: Standard Operating Procedure. A War Story. Penguin Press, 286 blz. €25,–

De foto’s van mishandelde en vernederde gevangenen in de Iraakse gevangenis Abu Ghraib troffen in april 2004 de publieke opinie als een mokerslag. Maar we hadden ze twee jaar eerder al kunnen zien aankomen. In de lente van 2002 besloot president George W. Bush dat leden van Al-Qaeda in Amerikaanse militaire detentie geen aanspraak meer kunnen maken op bescherming door de Conventies van Genève. Zelfs Artikel 3, de meest basale van alle gedragsregels in oorlogen, waarin het recht van elk mens op een menswaardige behandeling verankerd is, werd opgeschort. Al-Qaeda had New York aangevallen en Amerikanen onthoofd. Voor een vijand zo vuig en eerloos, achtte Amerika ‘Genève’ te goed.

Artikel 3 geldt als een pijler van de beschaving. ‘Ontketen vechthonden en ze stormen op hun prooi af om die in stukken te scheuren,’ rilde een hoge militair in Washington toen hij hoorde van het uitzonderingsbesluit. Een glimp van wat er kan gebeuren als je militairen in oorlog ontslaat van de plicht de eigen eer en die van de tegenstander te bewaken, zagen we op de foto’s uit Abu Ghraib.

De Amerikaanse filmmaker Errol Morris zette honderden uren gesprek op tape met twintig militairen van de Amerikaanse eenheid die in maart 2003 naar de Abu Ghraib-gevangenis bij Bagdad gezonden werd. Zijn documentaire kreeg afgelopen februari tijdens het filmfestival van Berlijn een Zilveren Beer. Standard Operating Procedure heet de film, net als het boek waarvoor journalist Philip Gourevitch, ook Amerikaan, de interviews bewerkte. Gourevitch voorzag de verhalen van context met onder meer archiefmateriaal dat hij losprocedeerde van het Pentagon en brieven van de militairen naar huis. Gourevitch, redacteur van The Paris Review, schreef eerder het bekroonde boek We Wish To Inform You That Tomorrow We Will Be Killed With Our Families over de genocide in Rwanda in 1994.

De geïnterviewde militairen lieten een verdachte urenlang staan met een puntmuts op zijn hoofd en elektriciteitsdraden aan zijn vingers en geslachtsdelen, ketenden een van angst bijna waanzinnige man vast met zijn keel op centimeters afstand van de blikkerende tanden van een ziedende hond en lieten zichzelf steeds lachend en met opgestoken duimen naast hun slachtoffers fotograferen. De beelden werden de iconen van de Iraakse oorlog. Gourevitch en Morris laten ze in het boek opzettelijk niet nog een keer zien, omdat, leggen ze uit, omdat het verhaal in boek en film breder is dan alleen dat van die Amerikaanse soldaten. Lezers zien Gourevitch, toch vooral de vertolker, nu en dan plots boven de soldatenhoofden voorbij zweven, het drama op de grond bespiegelend met hier een citaat van Sartre en daar een scène uit Othello. Het zij hem vergeven: het belang van de inhoud van dit boek overstijgt verre eventuele schoonheidsfoutjes.

Het besluit om Genève voor Al-Qaeda op te schorten werd de regering-Bush ingegeven door de obstakels in de War on Terror bij het verzamelen van militaire inlichtingen. Leden van Al-Qaeda bewaren alle informatie, over volgende terroristische aanslagen bijvoorbeeld, in hun hoofd. In Amerikaanse verhoorcentra moeten antwoorden uit die hoofden gewrongen, geperst en geslagen worden. Guantánamo op Cuba was het eerst bekende verhoorcentrum; Abu Ghraib in Irak het grootste. Na de val van Saddam werden honderden gevangenen per dag in Amerikaanse vrachtwagens binnengereden.

Van de finesses van het internationale oorlogsrecht hoeft de gemiddelde militair geen verstand te hebben. Als er iets is, hoort hij het wel van ‘boven’. Dat Irak niets met Al-Qaeda te maken had en dat de Iraakse gevangenen in Abu Ghraib dus eigenlijk gewoon onder ‘Genève’ hadden moeten vallen, was op de werkvloer van de soldaten geen onderwerp. Hun orders waren dezelfde als die voor hun collega’s in Guantánamo: ‘Maximaliseer de inlichtingenproductie’. On the double, want de veiligheid van de natie was in het geding. Vernederende, wrede verhoren en zwaargewonde en doodgeslagen gevangenen, niemand weet hoeveel, waren de gevolgen.

Dat militairen bij gebrek aan sturing uitgaan van de gedachte dat orders voor de collega’s verderop ook voor hen zullen gelden, is niet onlogisch. Je vecht tenslotte in dezelfde oorlog. De verwarring over wat wel en niet mag, ging van Guantánamo, via Irak en Afghanistan (waar gevangenissen nog steeds uitpuilen met tienduizenden verdachten) tot helemaal naar Den Haag. In juni 2007 bevestigde de Commissie Van den Berg, ingesteld door de minister van Defensie, dat Nederlandse militairen tekeer zijn gegaan met water en lawaai om Iraakse gevangenen psychisch te vermurwen. Maar marteling mocht het volgens de commissie niet heten. Van ‘vernederende behandeling’ was ‘mogelijk’ wel sprake geweest. Maar dat was kennelijk niet strafbaar. In Londen werd vorig jaar een Britse militair veroordeeld voor het tijdens het verhoor doodslaan van een Afghaanse gevangene.

Tijdens de rechtszaak schetsten Britse militairen hoe eenheden in de coalitie in de War on Terror, uit 40 verschillende landen, hun militaire bases en inlichtingen delen. Coalitielid Groot-Brittannië heeft de intentie zich ook als het om Al-Qaeda gaat aan Genève te houden, maar Britse commandanten hadden zich door toevallig op de basis rondlopende Amerikaanse militaire juristen even laten bijpraten over verhoorreglementen. Dat de adviezen die ze kregen niet met Genève spoorden, was ze niet direct opgevallen. Sinds 11 september 2001 werden al ten minste 80.000 verdachte terroristen ‘door het systeem gehaald’.

Voor 270 gevangenen in Guantánamo, van wie een aantal al zes jaar vastzit, gloort hoop. Op 12 juni bepaalden Amerikaanse opperrechters dat zij hun zaak aan een burgerrechter moeten kunnen voorleggen.

Zowel Obama als McCain zegt Guantánamo te willen sluiten als ze president zijn. Maar daarmee zullen de losgeslagen honden niet zomaar teruggefloten zijn. Nog 26.000 gevangenen, schrijft Gourevitch op basis van uitgebreid bronnenonderzoek, wachten in Irak op Amerikaanse toestemming om een advocaat te mogen spreken. Elke dag worden verdachten verhoord aan boord van ten minste zeventien Amerikaanse marineschepen, onbeschermd door Genève en ver buitengaats. Nog verborgener opereren geheime diensten in landen als Egypte, Syrië en Ethiopië, waar Amerika arrestanten dumpt.

Op een van de Abu Ghraib-foto’s is soldaat Lynndie England te zien met een naakte Iraakse gevangene aangelijnd als een hond aan haar voeten. Vernedering was ‘standard operating procedure’, vertelt ze aan Morris en Gourevitch. Een andere Abu Ghraib-veteraan zegt nooit de jongste gevangene te zullen vergeten: tien jaar oud was het joch. Door te dreigen het kind te martelen, moest de vader psychisch worden gebroken.

Amerikaanse militairen verloren door de operating procedures in Abu Ghraib al hun eer, zegt de veteraan in dit onthutsende boek. En dan te bedenken dat militairen als geen ander weten dat inlichtingen verkregen door marteling per definitie onbetrouwbaar zijn.