Wie heeft het nog over succes van de euro?

Europese regeringsleiders spraken in Brussel noodgedwongen over de Ierse afwijzing van het Verdrag van Lissabon. Een oplossing voor de impasse is er nog lang niet.

Vanochtend, op de tweede dag van de Europese top in Brussel, sprak de Ierse premier Brian Cowen (links) tussen de bedrijven door met (v.l.n.r.) voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie, de Deense premier Anders Fogh Rasmussen en de Nederlandse premier Jan Peter Balkenende. Foto Dirk-Jan Visser (Photo Dirk-Jan Visser: Brussels: 20-06-2008) Second day of the European Council at the round table in the Lipsius building; heads of state and government set in to discuss security and justice issues, and the European perspective of the Western Balkans, undermined by the rejection of the Lisbon Treaty in Ireland Visser, Dirk-Jan

Midden in de nacht, na de eerste dag van de bijeenkomst van Europese regeringsleiders in Brussel, heeft de Tsjechische premier Mirek Topolánek ineens een feitelijke mededeling. Op zijn persconferentie gaat het dan over de EU-sancties tegen Cuba die zijn opgeheven. Topolánek zegt: „Wist u dat de Ieren en de Tsjechen van alle Europeanen het meeste Keltische bloed in hun aderen hebben?”

De Ieren wezen vorige week in een referendum het nieuwe EU-verdrag af. In Tsjechië is de regering verdeeld over dat verdrag. Wat bedoelt Topolánek met dat Keltische bloed? Nee, hij wil de andere Europese regeringsleiders, die in Brussel crisisoverleg hebben na de Ierse afwijzing, natuurlijk niet ongerust maken. Topolánek vindt het verdrag „een compromis dat moeilijk te slikken is”, maar zijn handtekening staat eronder en zijn politieke carrière hangt ervan af. Hij is alleen niet zeker van de parlementariërs in zijn land. „Ik zal er geen honderd kronen om verwedden dat Tsjechië ja zegt.” Honderd kronen is ongeveer vier euro.

In de wandelgangen van het gebouw waar de EU-regeringsleiders bij elkaar zijn, klagen hoge ambtenaren en europarlementariërs dat het wéér over de verkeerde onderwerpen gaat: over mogelijke veranderingen in het verdrag, procedures – de ratificatie van het verdrag moet doorgaan, vinden de meeste EU-landen – en over voorstellen die leuk lijken voor ‘de mensen’ maar die misschien weer tot niks leiden.

De Franse president Nicolas Sarkozy bijvoorbeeld kwam met het idee om de btw op brandstoffen te verlagen. De meeste andere landen zijn daartegen. Ze vinden dat mensen eraan moeten wennen dat energie schaarser en duurder wordt. Dat de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, het voorstel toch gaat onderzoeken, presenteerde Sarkozy afgelopen nacht tijdens zijn persconferentie als een overwinning.

Politieke leiders in Europa, zei Martin Schulz, voorzitter van de socialistische fractie in het Europees parlement, moeten eindelijk eens ophouden om successen voor zichzelf te claimen, en van elke mislukking Europa de schuld te geven. „Neem de euro. Dat is een succes, zeker in deze tijd van financiële crisis. Maar wie heeft het daarover?”

Politici moeten de straat op en de zaaltjes in om uit te leggen wat de EU voor mensen betekent, vindt de Poolse europarlementariër Jacek Saryusz-Wolski. Zoals hijzelf doet. „En dus is bij ons een grote meerderheid van de mensen, zo’n 70 procent, vóór het verdrag.” Natuurlijk ook omdat de Polen de voordelen van het EU-lidmaatschap dagelijks om zich heen zien. Maar toch.

„Het echte probleem”, zegt de leider van de liberalen in het Europees parlement Graham Watson, „is dat mensen het vertrouwen verliezen in de instituties.” Dáár moeten de politieke leiders nu iets aan doen. En ze moeten begrijpen waarom mensen zo onzeker zijn, door de globalisering. Vinden hun kinderen nog wel een baan? „Europa gaat over hoop op een betere toekomst. Dat is vaag.”

De regeringsleiders in Brussel praatten gisteren eerst over de voedselprijzen. Maar er was geen tijd om iedereen aan het woord te laten. Ze moesten het ook nog hebben over Ierland en het nieuwe verdrag. Zonder dat verdrag kan Europa niet verder worden uitgebreid, zei Nicolas Sarkozy. „Je kunt geen ‘nee’ zeggen tegen hervormingen en ‘ja’ tegen uitbreiding.” Hij had natuurlijk niks tegen Kroatië, dat lidmaatschap van de EU beloofd is.

Een oplossing is er nog lang niet. Ierland krijgt tot oktober de tijd om uit te leggen wat er is misgegaan. De Tsjechische premier Topolánek zei afgelopen nacht dat zijn land, dat vanaf 1 januari 2009 voorzitter is van de EU, waarschijnlijk met Ierland zal onderhandelen over mogelijke aanpassingen in het verdrag.

Wat voor indruk maakt het in Tsjechië dat de leiders van Europa opnieuw over ‘aanpassingen’ gaan praten? Zullen ook daar de tegenstanders van het verdrag zeggen dat het erdoor gedrukt wordt? „Het is onwaarschijnlijk dat het veel mensen uitmaakt wat er over het verdrag gezegd wordt”, zei Mirek Topolánek. „Daar is nauwelijks belangstelling voor.” Voor de Tsjechisch parlementariërs die al twijfels hadden, maakt het wel uit.

Sarkozy zei gisteren: „Met onze Tsjechische vrienden hebben we nog een probleem.” Sarkozy hoopte dat hij dat vandaag kon oplossen. Niet dat dat nu al zijn taak is. Slovenië is nog voorzitter van de EU. Sarkozy: „Ik zal het binnen enkele dagen zijn.”

De Tsjechische premier Topolánek ontbeet vanochtend met de Sloveense premier Jansa en bondskanselier Merkel.